ZOU ZE VRUCHTBAAR WORDEN?



In no. 4 van het maandblad van 15 April 11. schrijft de Heer G. v.d. Brink een opmerking omtrent moederlooze stokken te helpen door tafels ongedekt broed uit goede stokken, ter verkrijging van een koningin, en stelt aan het hoofd van zijn stuk de vraag, zou zij vruchtbaar worden; hetgeen hij op grond van ondervinding meent te betwijfelen.

Ik ben het geheel met hem eens, en geloof bepaald, dat zulke stokken nooit vruchtbaar zullen worden. Verleden jaar heb ik naar mijn meening een afdoende proef genomen. In de maand Maart ontdekte ik, dat twee van mijn stokken moederloos waren, daar het boogkorven waren kon ik ze gemakkelijk helpen. Den 14 April nam ik uit twee goede korven elk een boogje, met ongedekt broed, en bracht die over in de moederlooze stokken. Daar ik nu percies wist, waar ik die boogjes geplaatst had, kon ik gemakkelijk controle houden. Tot mijn genoegen zag ik, dat beide stokken in het begin van Mei een jonge koningin hadden, en daar de tijd reeds zoover gevorderd was, dacht ik niet anders of zij zouden in het gereede raken.

Op twee Juni zag ik den eersten keer hommels voor den stal vliegen, toch bleven beide korven onvruchtbaar. Daar wij hier niet met een enkel geval, maar met twee op zich zelf staande gevallen te doen hebben, staat het bij mij vast dat de koningin in de eerste dagen na haar geboorte bevrucht moet worden.
Zijn er dan geene mannelijke bijen, dan gaat het over.

Ik raad ieder aan zoolang te wachten, om moederlooze stokken te helpen, tot dat er in goede stokken tafels zijn, met grof, en fijn broed, gedekt, en ongedekt. Door het overbrengen van zulk een tafel zal men zeker slagen, want dan zijn de hommels voorradig, als de koningin uit komt.

J. HAAGSMA, Wommels.