ONTWERPPROGRAMMA VOOR HET EXAMEN IN BIJENTEELT.
1. Algem. kennis van den bouw en de verrichting van het insectenlichaam, in 't bijzonder van de vliesvleugelingen.
2. Grondige kennis van den bouw van het bijenlichaam en van de beteekenis zijner onderdeden.
3. Alg. kennis van de voedingsleer, in 't bijzonder van de insecten. Grondige kennis van de voeding en de voedermiddelen der bijen. (Gewenscht wordt bekendheid met de beteekenis en de scheikundige samenstelling der voedermiddelen).
4. Grondige kennis van de voortplanting en de verdere ontwikkeling der bijen, zoowel van elk wezen afzonderlijk, als van de kolonie in haar geheel.
5. Kennis van de voornaamste ziekten en vijanden der bijen, zoomede van de middelen ter voorkoming of bestrijding.
6. Kennis van de voornaamste bijenrassen met hunne eigensch., als ook van de middelen tot rasverbetering (Teeltkeus en kruising).
7. Bekendheid met de voornaamste honing- en stuifmeel gevende gewassen (boomen, heesters, cultuurgewassen, in 't wild groeiende enz.) en van de wijze van honingafscheiding bij die gewassen.
8. Kennis van de bereiding, bewaring en verpakking van honing en was, zoomede van de wijzen van bereiding van sommige dranken uit honing. Bekendheid met eenige honingvervalschingen en de middelen ter aanduiding daarvan.
9. Kennis van de vervaardiging en van het gebruik van kunstwas, hare eigensch. en vervalschingen.
10. Grondige kennis van de behandeling der volken in den loop van het jaar in vasten en lossen bouw, en van de verschijnselen die zich in en buiten de bijenwoning voor doen.
11. Kennis van de voornaamste bijenwoningen en grondige kennis van ten minste één mobiel woning.
12. Kennis van de voornaamste bijengereedschappen, hun gebruik en hunne samenstelling. Bekendheid met eenige binnen- en buitenlandsche handelshuizen.
13. Kennis van de inrichting van een bijenstal, zoowel voor vasten als lossen bouw: vaste stal, noodstal, paviljoen enz..
14. Practische bekendheid met en geoefendheid in de voornaamste werkzaamheden, die in de volken verricht worden.
15. Bekendheid met de hoofdzaken uit de geschiedenis der bijenteelt.
Het Hoofdbestuur heeft in zijne Vergadering van 4 Nov. j.l. te Utrecht, beide bovenvermelde ontwerpen goedgekeurd en bepaald, dat het examen in bijenteelt voor 't eerst zal worden afgenomen in Augustus 1900.