DE BIJEN IN DECEMBER
December is de Wintermaand. De geheele natuur rust; ook de bijen verlangen in deze maand volstrekte rust. De imker heeft aan zijne volken niets te doen. Zooveel mogelijk wordt de gevallen sneeuw in de nabijheid van den bijenstal opgeruimd, opdat bij sommige warme, zonnige dagen, die de bijen naar buiten lokken, zij daarin niet haar graf vinden.
Tegen muizen en vogels bescherme de imker zijne koloniƫn, zooals reeds in November is aangegeven. In boschrijke streken ondervindt de bijenstand ook dikwijls last van de specht. Hij laat zich door roode lappen licht verdrijven, wat meer is aan te raden dan dezen hoogst nuttigen vogel voor den boschbouw te dooden. De winter is voor den imker de gunstigste tijd, om zijne imkergereedschappen in orde te brengen, korven en kasten te vervaardigen, raampjes te maken enz. enz.
Het is niet zoo gemakkelijk eene goede bijenwoning te maken. Het vlechten van strookorven, hetzij voor stabiel- hetzij voor mobielbouw eischt minder kennis en vaardigheid dan het in elkander zetten van bijenkasten. Wie zelf kasten vervaardigt, raden we in de eerste plaats aan alleen goed droog hout daarvoor te gebruiken en zich nauwkeurig te houden aan de maten, in de leerboeken opgegeven. Dubbelwandige kasten zijn aan te bevelen, de ruimte tusschen beide wanden, wordt gevuld met stroo, houtwol, mos enz.
De honingkasten, waarin de overtollige raampjes, al of niet gevuld met honing, worden bewaard, moeten van tijd tot tijd worden nagezien en opgezwaveld. De zwaveldamp is doodend voor de larve der wasmot, die haar vernielend werk ook in de honingkast voortzet. Bovendien houdt de zwaveldamp de wastafels zuiver en schrikt de muizen af. Zoo'n kast moet, dit spreekt van zelf, van alle kanten goed sluiten. Dit opzwavelen dient, als het voorjaar nadert, te geschieden met niet al te groote tusschenpoozen, minstens om de 14 dagen. 's Winters mogen de tusschenruimten grooter zijn.
De tonnen met voederhoning beware men op een droge, koele en luchtige plaats. De meeste kelders zijn ongeschikt, zij zijn te vochtig. In die tonnen mag alleen verzegelde honing komen: geen doode bijen en vooral geen broed! Hierdoor ontstaat gisting en bij latere voedering kan zulke honing oorzaak worden van het vuilbroed.
B. Wigman.