Den heer AUGUSTE MEES,
Herenthals (België).
Weledele heer !
In no. 10 van dit Maandschrift bespreekt U met een kort woord, wat ik in no. 8 opmerkte over Uw kunstraat nr.3, dat minder cellen heeft per vierkante dM dan de bijen op eigen raat, n.l.750. Nu weet ik zeer goed, dat U ook kunstraat fabriceert met natuurlijke basis: nr1 met ± 850 en nr.2. 800 cellen. Doch hierover liep de kwestie niet.
Deze toch is, dat U in Uw prijscourant zegt: dat men in grootere broedcellen grootere bijen bekomt. En dit moet nog bewezen worden! Dit wordt, door den heer Taylor beslist ontkend!
In de tweede alinea van Uw stukje keert U de zaak eenvoudig om door te zeggen, dat oude broedraten de bijen verkleinen. Of ook dit wetenschappelijk bewezen is, zal ook nog wel betwijfeld mogen worden, doch zelfs al ware dit zoo, dan is hiermee het omgekeerde nog niet bewezen.
En nog eens en voor 't laatst: dit is de vraag: of men in grootere dan natuurlijke cellen grootere bijen bekomt.
Ten slotte meen ik te moeten opmerken, dat ik er U geen verwijt van maak, dat U kunstraat met minder celbodems per d.M2 in den handel brengt. U heeft daarbij een onmiskenbaar goede bedoeling, die u persoonlijk in 't minst geen voordeel kan aanbrengen. Wel integendeel, ge had daarvoor een afzonderlijke pers noodig.
Mijn bedoeling was alleen toe te lichten dat, indien de uitkomsten der onderzoekingen van den heer Taylor waar zijn, alle kunstmiddeltjes om de bijen te vergrooten, in plaats van nuttig, eenvoudig schadelijk zijn.
Ik wil in 't geheel niets afdingen noch op Uw goede intentie, noch ook op Uwe kunstraat in 't algemeen, waarvan ik volmondig de goede eigenschappen erken.
Met deze toelichting acht ik van mijn kant de onderhavige vraag voldoende besproken, en noem mij, hoogachtend,
Uw Ed. dw.
H. GROUSTRA.