KUNSTTAFELS



Toen Dzierzon de groote waarde in het licht stelde van de beweegbare tafels, brak voor de bijenteelt een nieuwe periode aan, een bloeitijd volgde.
Zooals het licht met een uitvinding gebeurt, de eene practische verbetering volgde op de andere. 't Is waar, sommige "verbeteringen", die uitgedacht waren in de studeercel van theoretische mannen, bleken niet steekhoudend en verdwenen, zooals ze waren gekomen. Twee groote uitvindingen bepalen mede de waarde van den mobielbouw, — de slingermachine en de Kunsttafels.

Ieder imker, die zijn bedrijf beoefent naar den lossen bouw, moet voorraad van tafels hebben, waarover hij vooral kan beschikken in tijden, dat er veel "gewin" is. Dan kan zijn oogst grooter zijn dan van hen, die naar den stabielbouw imkeren. We weten immers, dat de bijen veel honig en ook pollen noodig hebben om was te bereiden. Met de wasbereiding en met het bouwen gaat tijd verloren en voor de bijen geldt het in dagen van goed gewin: „tijd is honing". Wie de Kunsttafels op doelmatige wijze gebruikt, kan de oogsten vergrooten.

Kan men den cellenbouw der bijen nauwkeurig namaken? Neen! Wie het werk der bijen met aandacht beziet, moet erkennen, dat zij meesters in de bouwkunst zijn. Zij zijn uiterst spaarzaam met de was en toch krijgt de raat door den eigenaardigen bouw een bewonderingswaardige stevigheid.
De bijen hebben hierin de oplossing geleverd van het volgende wiskundige vraagstuk: „een zekere hoeveelheid was gegeven zijnde, hoe kan daaruit het grootst mogelijk aantal cellen, elk van een bepaalde grootte, vervaardigd en deze tevens zoo aaneengevoegd worden, dat zij de kleinst mogelijke ruimte innemen"?

Al is de mensch op technisch gebied zeer ver gevorderd en al kan hij een kunstraat vervaardigen, die oppervlakkig beschouwd veel gelijkt op een echte, toch is het werk der bijen niet te evenaren. De was wordt door den mensch gesmolten en verliest daardoor van haar eigenschappen, de tafels worden gegoten, terwijl de raten der bijen worden gebouwd, ze groeien steeds aan. De kunsttafels zijn lomp in vergelijking van de natuurraten. Evenmin kunnen we een vinkennest bouwen of een stuk koraalrots maken, trots onze fijnste machines.

De uitvinder der kunstraten, de Duitsche imker Mhering waagde zich ook niet om volledige raten na te bootsen. Met groote moeite graveerde hij den cellenindruk op houten platen en bracht een dunne wasplaat tusschen twee van deze plankjes. Zoo drukte hij de bodems der cellen in de was en verkreeg de middelwand van een waschtafel.
De bijen namen zijn middelwand aan en bouwden de muurtjes der cellen op. Zoo bespaarde hij zijn diertjes niet alleen veel werk, maar kon der bijen een begin geven en haar dwingen de raten zuiver in de raampjes te bouwen. De uitvinding van Mhering werd met vreugde in de Duitsche imkerswereld ontvangen en de middelwanden werden ook spoedig in het buitenland gemaakt, en toegepast; vooral Amerika bleef niet achteraan.

Menigeen zon op middelen om de uitvinding te verbeteren, wat niet zoo spoedig gelukte. Daar vond Schulz een machine uit, welke twee walsen in beweging bracht, die den cellenindruk op de wasplaat maakten. Van dien tijd werden er groote massa's middelwanden gemaakt en thans heeft vooral Duitschland vele fabrieken, welke kunsttafels fabriceren. Tevens worden er raten in den handel gebracht waarvan de celwanden geheel zijn opgetrokken, terwijl anderen zich bedienen van cellenindruk op blik.
Over het gebruik van deze laatste twee soorten kan ik weinig vertellen. Misschien kan een onzer leden ons inlichten, omtrent de resultaten van het gebruik van deze kunstraten.
De grootste verbetering na de uitvinding van Mhering is de gietvorm van Rietsche. De was wordt in een metalen pan gegoten, welke veel op een wafelijzers gelijkt en waarvan de zeshoekige cellenvormen door middel van galvanoplastiek zijn verkregen.

De gietvorm kost van f 6 tot f 16 en kan dus door ieder imker aangeschaft worden, die met den lossen bouw werkt. Ik kan gerust het gebruik er van aanbevelen. Bij eenige oefening kan men er al spoedig mede terecht. Men moet enkele regels in acht nemen, wil men mooie, bruikbare middelwanden krijgen, zonder luchtblazen er in.

Niet alleen komen de tafels, die men zelf giet goedkooper, dan welke men koopt, maar men is ook zeker, dat men zuivere was krijgt. Dit is niet altijd het geval bij hetgeen men koopt. Soms is de was bijgemengd met andere stoffen, soms zijn scherpe vochten gebruikt om de was te zuiveren. In beide gevallen nemen de bijen de middelwanden niet gaarne aan.
Er zijn proeven genomen om middelwanden te maken van plantenwas. Dit was te kras. De bijen wilden er niet op werken, ja deden zelfs moeite om de kunsttafels los te bijten.

Met zorg moet men de middelwanden in de raampjes vastzetten. Doet men dit maar half, dan breken ze licht af, wanneer er een menigte bijen op zitten. Het kost veel moeite om de schade te herstellen en veel werk van de bijen is verloren.
Een eerste vereischte is, dat de middelwand midden in het raampje komt, daar anders de raat aan eene zijde naar buiten wordt gebouwd. Er zijn voor het vast maken vele methoden. Sommigen maken boven in het raampje een spleet of een geultje waarin de middelwand wordt bevestigd, anderen spannen draden in de ruimte van het raampje en drukken daaraan de wasplaat vast. Met goed gevolg kan men klemhaakjes gebruiken, die in het raampje met een pinnetje worden bevestigd. Een penseel met wat vloeibare was bewijst bij het bevestigen goede diensten.
Zorg steeds dat de raampjes goed droog zijn!

Kunnen we ten allen tijde kunsttafels inhangen? Als regel kan worden aangegeven, alleen bij sterk gewin of sterke voedering, anders gaat het met nadeel gepaard. Dan is het beter volgebouwde tafels te geven, desnoods met wat honig er in.
Men heeft de waarde der kunstraten wel eens overschat. Het gaat niet aan om altijd door tafels in te hangen, zoodat de bijen niet behoeven te bouwen. Terecht zegt de physioloog Schönfeld: „Onderdrukt men regelmatig de bouwdrift der bijen, zoo wordt de natuur geweld aangedaan. De stofwisseling zal in de war raken."
De bij is een bouwend insect. Men kan haar niet zonder schade dwingen om op te houden met bouwen. Men kan de natuur wel leiden, doch niet door ingrijpende middelen omzetten of veranderen. Alles in de natuur heeft zijn grenzen, worden deze overschreden zoo zullen de nadeelen volgen. Het bouwen heeft invloed op de bijen, en ieder imker weet, dat bouwende stokken de vlijtigste zijn.

T.C. Hootsen.