REGLEMENT voor de Modelstallen van de Vereeniging
tot Bevordering van Bijenteelt in Nederland.
Art. l. De modelstallen worden opgericht en vanwege de Vereeniging gesubsidieerd om demonstratie-inrichtingen te krijgen voor het bijenteelt-onderwijs, zoowel waar dit als een cursus wordt gegeven, als waar ouderen zich door aanschouwing op de hoogte willen stellen van nieuwe methoden of werktuigen.
Art. 2. Teneinde tot de oprichting van een modelstal te geraken, zal het Bestuur eener Onderafdeeling zich met een goed toegelicht verzoek tot het Provinciaal Bestuur hebben te wenden, waarbij zij den persoon aanwijst, wien het beheer van den modelstal zal worden opgedragen. Het Provinciaal Bestuur legt dit verzoek over aan het Hoofdbestuur, voorzien van advies.
Art. 3. Tot een jaarlijks te bepalen aantal stelt het Hoofdbestuur voor elken modelstal een premie van 25 gulden beschikbaar, met dien verstande, dat een eenmaal opgerichten modelstal, niet dan om zeer geldige redenen de verdere toelage ontnomen kan worden.
Art. 4. De modelstal staat onder toezicht van de Onderafdeeling, die haar Bestuur daarmede belast. Aan de Onderafdeeling wordt de premie ook uitbetaald en de gereedschappen van den modelstal behooren haar; zij bepaalt de belooning voor den modelstal-ijmker en geeft hem de gereedschappen in bruikleen.
Art. 5. Bij elken modelstal moet een wit bord geplaatst worden, dat duidelijk van den weg af te lezen is. Hierop moet met zwarte letters staan: Bijenteelt. Modelstal.
Art. 6. Elke modelstal zal minstens moeten bevatten:
a. Een of meer bevolkte korven in vasten bouw.
b. Een of meer boogkorven.
c. Een of meer kasten in gebruikelijk systeem.
d. Een honigslinger.
e. Een berooker.
f. Een Rietsche's gietvorm voor kunstraat.
g. Een gietlampje "Blitz".
h. Krammetjes om wasplaten in te zetten.
i. Een bijenborstel.
k. Een ontzegelmes.
l. Eenige koninginnekooitjes van verschillend model.
m. Eenige bijenkappen.
n. Ingrediënten voor boogkorffabricage daar, waar de boogkorf inheemsch is.
o. Honigglazen in modellen.
p. Honigpakmateriaal, en verder hetgeen de Onderafdeeling noodig acht.
Art. 7. Geleidelijk zullen de gereedschappen in den loop der eerste zes jaren door de Onderafdeeling moeten worden aangeschaft, terwijl het onderhoud aan den gebruiker wordt opgedragen.
Art. 8. De modelstal-ijmker is verplicht om belangstellenden vrijen toegang tot den stal te geven en hun zooveel hij kan, desgevraagd van raad te dienen; terwijl hij tusschen de maanden April en October nu en dan het inwendige der korven of kasten moet laten zien, als dat verlangd wordt.
Aan, door het Rijk of de Vereeniging benoemde bijenteeltleeraars moet hij alle mogelijke vrijheid geven om bij hun onderwijs gebruik te maken van wat zich in den modelstal bevindt.
Art. 9. Het Bestuur der Onderafdeeling laat zich geregeld op de hoogte houden van de belangstelling, die de modelstal ondervindt en brengt jaarlijks vóór l Januari verslag uit aan het Bestuur der Provinciale afdeeling over alles wat den modelstal aangaat. Deze zendt vóór l Maart hiervan copie aan het Hoofdbestuur.
Art. 10. Bij eventueel zich voordoende geschillen beslist het Provinciaal Bestuur, terwijl ernstige klachten over het beheer van den modelstal kunnen leiden tot intrekking der premie.
R. DINGER, Voorz. en B. WIGMAN, Secr.