ONZE BRIEVENBUS
De voordelen van vervroegde kunstzwermen. De Heer Groustra geeft in het nummer van 15 Dec, 11. eene methode van zwermen met dubbele omzetting en noemt die nieuw, hij geeft den Franschman Vignole de eer der uitvinding. Wat daarvan zijn moge, weet ik niet, maar wel weet ik, dat hier in het noorden van Friesland reeds bijenhouders met deze methode oud zijn geworden, en dat ik zelf mijn bijen nooit anders heb behandeld en nooit natuurlijk zwermen liet, ja, ik en nog een ander ijmker met mij hebben deze methode reeds als oud laten varen en volgen nu al 2 jaar eene nieuwe, die ik hier onder in het kort zal beschrijven.
Eerst wil ik nog op een voordeel wijzen van zwermen met dubbele omzetting, wij zijn namelijk altijd gewoon om later, als het broed uit de oude moederstokken is, de bijen van dezen met die van de zwermen te verwisselen. Wij noemen dit omjagen door dit omjagen nu krijgt men de oude koningin weer in den moederstok. Dit geeft een groot voordeel doordien zij dan den ouden stok weer geheel van eitjes kan voorzien, en ook wordt het bezwaar, waarop de heer J. van Ansem in het nummer van 15 Feb. wijst, (het nogmaals zwermen) daardoor geheel voorkomen, want men geeft zoo doende eene jonge koningin. Deze zwermen zijn dan ook bij uitstek geschikt om te overwinteren. Wat de heer M. v.d. Meer in hetzelfde nummer schrijft over het niet aan- of omvliegen van de bijen, daarvan hebben wij nooit last gehad.
Ook van eene vreeselijke slachting, waarvan de Heer van Ansem spreekt, hebben wij nooit hinder gehad. Maar ik ben het geheel eens met hetgeen de heer T. de Vries den heer Groustra bemerkt over de ontwikkeling der bijen; was de berekening van den heer Groustra de juiste dan zou het er met al onze methoden niet al te best uitzien.
Onze nieuwe methode is als volgt: Wij nemen onzen bijen, zoodra als zij behoorlijk genoeg volk hebben, allen den zwerm af; wij doen dezen zwerm in een ledigen korf en zetten dien op eene nieuwe plaats, terwijl wij den moederstok weer op zijn oude plaats zetten, deze krijgt dan bijna al het oude volk terug, hij kan dan zooveel koninginnedoppen uithalen als hij wil.
De oude koningin blijft met wat jonge bijen, die nog niet gevlogen hebben in den ledigen korf. Wij geven ze den eersten avond wat gepersten honig, dien wij flink bij haar boven in den korf plaatsen en wij staan er altijd verbaasd over hoe mooi zij daarvan beginnen te werken; men moet met dit voederen echter niet beginnen voor zij goed zijn afgevlogen, uit vrees voor roof.
Na drie dagen nemen wij het voederbakje weer weg en zetten dan den zwerm op de plaats van den ouden moederstok, waardoor deze dan veel volk krijgt en zich goed kan ontwikkelen. Er verloopen dan nog 14 dagen, dat er in den ouden moederstok gedurig broed uitloopt, na dien tijd heeft hij behoorlijk volk, zoodat hij één-, soms wel tweemaal zwermt, maar het kan ook gebeuren in het geheel niet. Heeft men een goed aantal dan krijgt men in ieder geval genoeg nazwermen om de oude stokken zoo wat op eene gelijke hoeveelheid bijen te brengen.
Wij volgen dan later weer de vorige methode, verwisselen de bijen van de oude stokken met die van de jonge, het zoogenaamde omjagen. Door deze methode zijn wij in staat om zoo wat in vier weken tijd de voornaamste werkzaamheden aan de ijmkerij verbonden aan den kant te krijgen en kunnen wij tusschen 10 en 20 Juli met bijen naar de boekweit en heide gaan, die ons niet zoo direct door zwermen kunnen lastig worden. Ik spreek hier alleen van vasten bouw.
S. DIJKSTRA, Driesum.