HET PROGRAMMA VOOR DE TENTOONSTELLING TE BOXTEL.
Mijnheer de Redacteur! Dezer dagen werd mij toegezonden het Programma voor de Eerste Nationale Tentoonstelling van Bijenteelt in Nederland, die gehouden zal worden te Boxtel op 27 tot 30 September 1900.
Het Programma is uitgebreid en het aantal uitgeloofde medailles en geschenken zeer belangrijk; de belangstelling in de bijen en de teelt er van, dat blijkt klaar, is meer algemeen geworden, nu wordt ingezien, dat juist de talrijke aanwezigheid van bijen, boven en behalve de directe producten aan honig en was, die zij opleveren, in zake de bevruchting van eene menigte bloeiende planten en gewassen, voor den land- en tuinbouw in het algemeen, van het grootste belang is.
Wie zou het eenige jaren geleden hebben kunnen droomen, dat in Nederland eene tentoonstelling, speciaal van bijenteelt, zou mogelijk wezen; het is toch nog maar zoo kort geleden, dat de bijenteelt in ons land nog volstrekt niet geteld werden op de landbouwtentoonstellingen aan haar zelfs het kleinste plaatsje verachtelijk werd ontzegd.
Dat alles is nu veranderd, en de tentoonstelling, die aanstaande is, moet dan ook zeer zeker beschouwd worden als een poging, dienstig om de bijenteelt, vooral wat den mobielbouw betreft, meer ingang te doen vinden, meer algemeen te doen worden.
Hoe het zij, het groote aantal uitgeloofde medailles en prijzen zal er stellig toe bijdragen om het succes dezer eerste tentoonstelling hier te lande te verzekeren, en geeft grond om te verwachten, dat zoowel het aantal inzenders, alsook het gehalte van het ingezondene aan alle in redelijkheid gestelde eischen zal voldoen.
Als lid v/d Jury op bovengenoemde tentoonstelling heb ik geen persoonlijk belang bij de uitgeloofde prijzen, en daarom waag ik het, op de samenstelling van bedoeld Programma eene enkele aanmerking te maken, en stel bij deze de vraag: „wat „kan de tentoonstellings-commissie bewogen hebben, om voor raathonig minder prijzen uit te loven dan voor geslingerden honig?" Het winnen toch van raathonig, die aan de eischen voldoet, vereischt oneindig meer moeite en inspanning dan het winnen van eenige flacons geslingerden honig.
Het debiet van raathonig is bovendien in verschillende streken van ons land betrekkelijk aanzienlijk, veel grooter dan dat van geslingerden honig, omdat met den eerste geen en met den laatste zoo gemakkelijk vervalschingen kunnen gepleegd worden, die de meest kundige chemist, laat staan dus een gewoon lid der jury van eene bijenteelt tentoonstelling, zelfs niet in staat is aan te wijzen. Raathonig wordt om die reden, dan ook in Amerika, het land waar men met vervalschingen behoorlijk op de hoogte is, met den meer dan dubbelen prijs van geslingerden honig betaald, terwijl de zoogenaamde geslingerde honig, waarvan de herkomst nooit is te bewijzen, daar door het publiek algemeen gewantrouwd wordt, en in discrediet is.
Ik rekende bovenstaande vraag nog te meer gerechtvaardigd, omdat de tentoonstellings-commissie toch ook wel bekend zal wezen met het feit, dat in ons land het hoofdproduct van den honig, die van de heide is, welke honig alleen kan gebruikt worden óf als raathonig óf om geperst te worden en die soort zich in geen geval, wegens zijne taaiheid laat slingeren.
Dank voor de plaatsing,
P. BIJDENDIJK, Brummen, 30 Augustus 1900.