ASSOCIATIE


(Samenwerken)


Zooals de Heer W. O. in de aflev. van 15 Juli, blz. 441, schrijft, bestaat er aan den Maaskant een soort van eigenaardige ijmkersvereeniging. Deze vereenigingen vindt men op meer plaatsen in ons land. De eene meer de andere minder gewijzigd, gelijk ze de Heer W. O. beschrijft, naar omstandigheden. Ik zag ze onder verschillende vormen. Een paar wil ik hier aanstippen.

l. IJmkers uit streken met goede voorjaarsdracht vereenigen zich met een ijmker of ijmkers uit streken, waar eene goede dracht op boekweit of heide is. De eerste verzorgt de bijen gedurende de voorjaarsdracht en brengt ze over naar de boekweit. Deze ijmker verzorgt ze gedurende de dracht op de boekweit, om ze daarna weder naar No.3 te brengen, indien ze met drieën zijn, die ze op de heide naziet. In den oogsttijd neemt elk zijne korven weer terug.

2. Twee of drie ijmkers uit gunstig gelegen streken met honigdrachten op verschillende tijden, vereenigen zich om gezamenlijk te ijmkeren. Elk geeft zijn aantal opzetters op, en nu worden de stokken voortaan behandeld als zuiver gemeenschappelijk eigendom. In den oogst wordt overlegd, welke de geschikste opzetters zijn, de rest wordt verkocht en de onkosten en opbrengsten worden verdeeld in verhouding tot de opzetters.

De laatste wijze van vereeniging verdient wel de voorkeur boven de eerste; doch ze zijn beide aanbevelenswaardig. Deze wijze van vereenigen heft terecht, zooals de Heer W. O. schrijft, vele bezwaren van het reizen met de bijen op. Want dikwijls gebeurt het bij onze ijmkers met 10 à 20 en soms minder opzetters, dat hunne bijen op boekweit of heide geplaatst worden bij gewone landbouwers.
Wat zeggen deze gewoonlijk: "Zetten kunt ge uwe bijen gerust bij mij maar er naar kijken, daarvoor heb ik geen tijd". De ijmker zelf heeft gewoonlijk door drukke bezigheden der week ook geen tijd — en de bijen zijn ook maar bijzaak — zoodat het naar de bijen gaan zien op Zondag gesteld wordt.

En dan komt hij (de ijmker) naar zijn korven zien: „Gezwermd en de zwerm weg; leeg gedragen (ledig geroofd); honger gehad en broed getrokken", dat zijn de praatjes die ge bij het nazien der stokken hoort. Had zoo iemand zich geassocieerd met een medebroeder en in 't voorjaar een 15 of 20 stokken van hem nagezien, dan zou hij met genoegen Zondags naar zijne bijen gaan zien op hei of boekweit.
Mijn wensch en doel is door deze weinige regelen de ijmkers opgewekt te hebben om in 't volgend jaar, waar 't mogelijk is, zich zooveel mogelijk op bovenbeschreven wijze te associeeren.

De voordeelen zijn zoo vele:
l. De bijen staan steeds thuis;
2. Hebben voortdurend toezicht;
3. Men verkrijgt de grootst mogelijke opbrengst der bijen;
4. 't Is zeer leerzaam, want wat de een niet weet, weet de ander.

L. v. Giersbergen