WAT EEN AMERIKAAN ZOO AL VERBETERD ZOU WILLEN HEBBEN!



Op de laatste vergadering van de bijenhouders in Californië hield de heer J.H. Martin eene lezing, waaraan “The Bee-Keepers Review” het volgende ontleent:

Elke bijenhouder erkent, dat om het grootste voordeel van de bijen te kunnen trekken, het bedrijf op groote schaal moet uitgeoefend worden. In vele streken van 't land hebben wij er voorbeelden van, dat 't de eigenaar van vele bijenstallen en ten minste van een duizendtal volken is, die er het meeste aan verdient en het voordeel wordt grooter, als er op den arbeid bespaard wordt en men het zooveel mogelijk buiten vreemde hulp kan stellen.

Als wij nu met de bijen bezig zijn om slingerhonig te verkrijgen, dan is onze tegenwoordige manier om dat te doen, door elk raam er afzonderlijk uit te nemen en de bijen er af te vegen, waardoor ze in hooge mate in toorn raken, eene behandeling, die we gerust simpel en onbekookt kunnen noemen. Ik zal een schets geven van hetgeen in deze richting met eenig goed gevolg gedaan wordt. In de eerste plaats is er een ondiep verhoogsel noodig. Als men het deksel van zoo'n verhoogsel er voorzichtig afneemt en een met eene oplossing van carbolzuur doortrokken doek over de bijen uitspreidt, dan zullen ze, omdat ze een hekel aan die lucht hebben, spoedig uit het verhoogsel trekken. Ook kan een ondiep verhoogsel, waarvan de eindramen afgesloten zijn en goed op hun plaats kunnen blijven, van bijen bevrijd worden door op eene eigenaardige wijze te schudden.

Eenige bijenhouders hebben het toestel van Porter om bijen te laten ontsnappen aanbevolen, maar dat gaat te langzaam en moet daarom voor dit doel ter zijde gesteld worden. Als de tijd 't meebrengt zullen we eene machine hebben om de honigraten te ontzegelen. Ik ben met eenige proeven al zoo ver gekomen, dat ik er nu overtuigd van ben, dat er eene machine gemaakt kan worden, die vijf of zes raten in enkele seconden kan ontzegelen, of met andere woorden, men drukt op een knopje en de machine doet de rest.
Als een bijenhouder een aantal honigraten even snel kan ontzegden, als nu een kant van een raat, dan wordt er bepaald tijd gewonnen en verminderen dientengevolge de kosten van voortbrenging.

Met een gewonen honigslinger voor twee raten kunnen wij, als de raten goed met honig gevuld zijn, tien pond bij eene bewerking uitslingeren; en om de dubbele hoeveelheid te verkrijgen heeft men de machine voor vier raten ingevoerd; maar nu hebben wij in een grooten bijenstal om gelijken tred te houden met de bliksem-ontzegelmachine, een slingermachine noodig, die ons in staat stelt om 100 Pd. even snel te verwerken als nu een man 10 Pd. met eene kleine machine. Het eigenlijke werk zou dan de honig geven met het verpakken en het naar de markt brengen.

Ik denk dan ook, dat de automobiel een grooten rol zal gaan spelen in ons bedrijf. Er is geen bijenhouder, die het veilig vindt om met een span paarden bij een bijenstand te rijden, behalve als 't donker is, en elk jaar hooren wij van paarden, die door kwaadaardige bijen zijn doodgestoken. De automobiel zal den bijenhouder gelegenheid geven om op elk passend uur met zijn vracht benoodigdheden en honig bij den bijenstal te komen of er door te rijden en, zooals ik onlangs in een artikel in ”Gleanings in Bee-Culture” aantoonde, de automobiel kan voor eene menigte werkzaamheden in den bijenstal gebruikt worden, zooals het drijven van een zaag, van een honigslinger of van alles, waarvoor men een kleinere kracht noodig heeft.

Franklin's pers, was een onbeholpen werktuig, maar 't trof doel, toen Franklin boekdrukker was, en er maar weinig couranten in omloop waren, maar Franklin's pers zou een droeve vertooning maken bij de nieuwe snelpers; de belangen van de bijenhouders grijpen echter niet zóó in als het drukken van couranten, en zij, die zich met uitvindingen bezig houden, zullen hun tijd niet gebruiken voor het bedenken van werktuigen, die maar weinig plaatsing zullen vinden ; toch kunnen we er van verzekerd zijn, dat, als er een zaakje in had gezeten, zoo'n vlugge bewerking als ik daar aangeduid heb, al lang toepassing zou hebben gevonden.

Als we nu verder het vraagstuk van nieuwe uitvindingen voor den bijenstal bekijken, dan komen we tot de slotsom, dat er aan alle kanten gelegenheid is tot verbetering van dat werk. De berooker, waarmede wij onze bijen bedwelmen, is te groot om daarmede vlug uit den voet te kunnen. Inderdaad met een onzer blaasbalg berookers wordt een groot deel van onzen tijd in beslag genomen door het in beweging brengen van den blaasbalg. Mijn ideaal berooker zou niet overgroot zijn en dan moest ik daarbij een goed toebereide brandstof hebben, hij moest door eigen kracht werken en zoo zijn ingericht, dat de beide handen van den bijenhouder gebruikt konden worden bij de behandeling van den korf, terwijl de berooker zijn werk automatisch deed.

Wij hebben nieuwe en sierlijke verpakking noodig voor kleine hoeveelheden honig, zoo iets, dat op straat en op de verkeerswegen verkocht kan worden. Een tijdje geleden ontving ik eene dergelijke verpakking en daarvan raakte ik onder de bekoring. Men kon daarmede zoo uit de hand den honig eten, maar het materiaal leverde veel bezwaar op. Het was hetzelfde, dat men bij saucijsjes gebruikt. Dat is nu heel goed voor saucijsjes, maar het is heelemaal ongeschikt, als men het voor honigomhulsel neemt.

De bovenstaande verbeteringen zullen, denk ik. in de naaste toekomst de bijenhouders bezig houden en zeker zal de behoefte aan meer belangrijke dan dezen zich ontwikkelen, als de eischen van ons bedrijf dat meebrengen.