VRAGENBUS
Antwoord op vraag 17. (Nov. 1901)
Dat zal wel niet dikwijls voorkomen. Ik weet alleen maar, dat er lucht omhoog stijgt, hetgeen komt van luchtblazen in den honig, omdat hij uitgeperst en niet uitgeslingerd wordt. Men zal dit bij rijpen heidehonig altijd ondervinden en men kan door te verwarmen die lucht er niet uit krijgen. Om een proef te nemen bewaarde ik onrijpen heidehonig, die nog zoo dun als water was. De honig bleef goed en versuikerde niet, hij bleef helder, maar toen de kruik open gemaakt werd, vormde hij een vaste, geleiachtige massa. Zoo kwam ik er toe om den honig uit verzegelde en onverzegelde raten te vermengen om hem zoo te verdunnen en er die luchtblazen uit te krijgen. De op deze wijze verkregen, verdunde honig werkte nooit.
PRACTICUS.
Antwoord op vraag 18. (Nov. 1901)
Jaren achtereen gebruikte ik oude raten, dus jaren achtereen blijven zij goed. Men heeft opgemerkt, dat bijen eerder in secties werken, als men er raat in bevestigt, die in den loop van 't jaar gebouwd werd. Maar daarom kan men de andere toch wel gebruiken, 't is goed om ze dan eerst een beetje te verwarmen, dan zien ze er niet zoo meelachtig bestoven uit, zooals gewoonlijk bij oudere raten het geval is.
PRACTICUS