VAN OVER DE GRENZEN.
Het instinct der bijen.
In het hieronder vermelde, om zijn degelijken inhoud bekende, Engelsche tijdschrift wordt een werk behandeld van C. LLOYD MORGAN “Animal Behaviour". In die bespreking trekt een beschouwing onze aandacht, die wij hier opnemen, omdat zoo dikwijls, als er van ,,onze bijtjes" verteld wordt, wij hen laten verrichten, wat wij, menschen, in hun geval zouden doen.
Wij lezen daar:
Onze dankbaarheid is te oprechter gemeend, omdat de studio van de handelingen der dieren op de koop toe zooveel moeielijker en verwarder wordt gemaakt, omdat bijna ieder eigenaar van het een of ander lievelingsdier overtuigd is, dat hij, of nog meer zij, particulier op de hoogte is van 't geen er in die hersenen omgaat, en omdat de overhaaste gevolgtrekkingen met betreurenswaardigen ijver aan de klok worden gehangen. Ieder, die veel van hondegeschiedenissen houdt, moet maar eens de waarnemingen en gevolgtrekkingen lezen omtrent de handelingen van honden (blz. 141 e. v.) en zal dan leeren om er voorzichtig en onder voorbehoud een verklaring van te geven.
En niet minder, neen, veel meer moet men oppassen, als de wezens, waaromtrent men waarnemingen doet, verder van ons staan in het dierenrijk, en een veel wonderlijker instinct vereenigen met een zieleleven, dat veel moeielijker te begrijpen is, omdat wij er ver afstaan en het ons vreemd is.
Het boeiend geschreven boek van MAURICE MAETERLINCK over de bij zou met meer vertrouwen ter hand genomen worden, als Prof. LLOYD MORGAN's „De handelingen der dieren" en zijn andere verwante werken den schrijver een leiddraad hadden gegeven en hij daarmede voordeel hadde gedaan. Veel dichterlijk beschreven arbeid, die men meent, dat het wondervolle instinct der bijen tot stand brengt, en gedachten, die men veronderstelt, dat hen leiden, zouden dan wel achterwege gebleven zijn.
(Nature, 21 Nov. 1901).