VAN OVER DE GRENZEN.
Bijenteelt in de koloniën.
Het Imperial Departement of Agriculture (Landbouwdepartement) van West-Indië toont zijn werkzaamheid door aan de kolonisten de meest vertrouwbare inlichtingen te geven, die betrekking hebben op allerlei bijzaken, welke met een beetje toewijding en geduld een flinke verbetering zouden brengen in den welstand van die eilanden.
Het nu verschenen verslag, No. 9, behandelt „De bijenteelt in West-Indië."
In Europa en Amerika is een ruime en steeds toenemende vraag naar honing en was, en toch kan men zeggen, dat op de West-Indische eilanden, waar men het geheele jaar door dozijnen soorten van honinggevende bloemen aantreft, tot nu toe geen ernstige poging is gedaan om te zien of het waard is om bijenteelt aan te moedigen.
De heer W.K. MORRISSON, vroeger beambte bij het Landbouw-departement der Vereenigde Staten, is door Dr. MORRIS aangesteld als adviseur bij het ,,Imperial Departement", en heeft in de eerste helft van dit jaar de eilanden bereisd om daar de toestanden en vooruitzichten voor bijenteelt te bestudeeren. Het resultaat van dit onderzoek is een vlugschrift van 78 bladzijden, waarin allen, die hun inkomen wenschen te vermeerderen, eenvoudige voorschriften en wenken kunnen vinden omtrent 't geen in de tropen vereischt wordt om bijen te houden.
Er is maar een klein kapitaal noodig om een flink begin te kunnen maken, en de voordeelen zijn groot, als men een zuiver en smakelijk artikel levert. Het wijst wel op de aangeboren onverschilligheid der kolonisten, dat men het noodig heeft geoordeeld om op die hebbelijkheid de aandacht te vestigen, want als er de nadruk op gelegd wordt, dat puike waar noodig is om op de Europeesche markten zeker te zijn van loonende prijzen, wordt daaraan toegevoegd: ,,Het groote gevaar voor de West-Indische bijenteelt zal waarschijnlijk gelegen zijn in de neiging om honing en was van mindere kwaliteit te verschepen".
Het vlugschrift, met afbeeldingen, bevat een schat van leering, en kan dienstig zijn om een middel van bestaan te scheppen, dat veel tot de welvaart der eilanden kan bijdragen.
(Nature, 17 Oct. 1901).