De Bijenmarkt te Veenendaal.
1902.
Zooals reeds sedert jaren, was ook nu weer op Dinsdag van de 2de week in Juli, de eerste dag der Bijenmarkt te Veenendaal. Een markt, die reeds jaren lang bestaat en door ons geheele land bij de ijmkers bekend is. Ik wenschte in het volgende het verloop der markt in dit jaar aan de lezers van het “Maandschrift” mede te deelen.
Op twee plaatsen te Veenendaal op Geldersch gebied wordt markt gehouden en worden de stokken aangevoerd. De oudste is bij het logement „De Bijenkorf", eigenaar de heer J. VAN KESSEL, aan den Nieuwen weg. De tweede bij het station Veenendaal-de Klomp, eigenaar de heer HUPKES. Op deze beide plaatsen vindt men op een weiland op gelijke afstanden rijen korven staan, beschut door takkebossen, die dienst doen als de smachten op de veldstallen. Maandag te voren, 's avonds en gedurende den nacht komen de wagons reeds aan. Vroeger waren het bijna uitsluitend Brabantsche ijmkers, die er zich op toelegden met goede stokken ter markt te komen, welke dan gekocht werden door ijmkers uit de noordelijke streken, ook door den kleinen landbouwer en veldarbeider uit den omtrek van Veenendaal, van deze laatsten kocht deze er een, een ander een paar. Destijds ging dat gemakkelijk, omdat een honingzemer hun het geld tot aankoop voorschoot, onder de verplichting, dat zij na het drijven de producten weder bij hem brachten en zoo afrekenden.
Tengevolge van den achteruitgang der bijenteelt bleven de Brabantsche ijmkers langzamerhand weg, andere kwamen niet aanzetten en hoe treurig het ook zijn mocht, een markt van eeuwen her zou verloopen zijn.
Uit Maas-en-Waal kwamen nog ijmkers met korven ter markt en zeker zouden die ook weggebleven zijn, als met een bekend ijmker uit Drenthe, jaarlijks een trouw bezoeker van die markt, het volgehouden had om te blijven komen en te koopen, door zijn toedoen hield de markt zich staande.
Nu er sinds eenige jaren meer gedaan wordt om de bijenteelt te doen herleven, komt ook in deze markt in den laatsten tijd meer gang. Dit jaar, ze duurde slechts kort, zeker een gevolg van het slechte fokken in het voorjaar, kwamen zelfs den derden dag, donderdags, geregeld nog koopers, die dan zonder bijen huiswaarts moesten keeren. Wel een teeken, dat er weer meer leven in komt. Dit jaar was de aanvoer op de markt aan den Nieuwen weg op de beide dagen 1165 stok, die van 1901 bedroeg 1071 stok, van 1900 1368 stok, van 1899 615 stok en van 1898 690 stok.
Aan de Klomp kwamen dit jaar 680 stok ter markt.
De ijmkers, die de stokken ter markt brachten, kwamen uit Rhenoy, Gellecum, Rumpt, Beesd, Tricht en uit de omstreken van Geldermalsen, Zuilichem, Bruchem en Schalkwijk. De grootste koopers kwamen uit de provincie Drenthe en van de Over-Veluwe, uit Elspeet, Vaassen en Barneveld.
De aanvoer bestond hoofdzakelijk uit voorzwermen, de eerste zwerm van een stok met de oude (vruchtbare) moer en sommige oude stokken, waarvan de oude zwerm af was.
De inhoud der stokken was over het algemeen vrij goed, doch grootendeels, wat met het oog op het voorjaar te voorzien was, was er weinig volk in.
De korven waren allen stabielbouw en wat jammer is, de voorzwermen zijn meest op korven, die klein van stuk zijn. Dat is minder bezwaarlijk voor hen, die ze koopen om ze, nadat de bijen boekweit en heide bevlogen hebben, te drijven, maar wel voor hen, die er opzetters van houden willen.
De verkoopers merkten spoedig, dat er veel vraag naar was en bleven dan ook tamelijk vast in hun prijzen, die niet tot het lagere standpunt van vroeger daalden. Op den 1sten dag, Dinsdag, liep de prijs van een voorzwerm met stok niet onder de f 3.- en varieerde van f 3.- tot f 3.50. Woensdag daalde de markt iets en werden er verkocht voor f 2.95, de prijs varieerde van f 2.95 tot f 3.35, in hoofdzaak liep die van f 3.- tot f 3.10.
Hier bleek het spreekwoord van pas: „De aanhouder wint", want zij die tamelijk vast op prijs bleven, verkochten toch hunne waar, omdat er veel koopers kwamen en er weinig voorraad was.
Nu is het te hopen, dat in het komende jaar tegen den tijd, dien de almanak voor de “Bijenmarkt''' aangeeft, wij in de eerste plaats terug kunnen zien op een voorspoediger voorjaar voor de bijen en dan, dat de verkoopers van vroeger niet voor dien tijd aan huis hunne stokken van de hand doen, doch weer ter markt komen en deze dan evenals vroeger een dag of acht duurt, zoodat niet, als dit jaar gebeurde, op den derden dag en, de heer J. VAN KESSEL aan den Nieuwen weg deelde mij dit mede, verleden jaar nog op den vijfden dag geregeld, niet maar een enkele, neen, koopers kwamen, die dan teleurgesteld weder huiswaarts moesten keeren.
De bijenteelt gaat vooruit. Onze Vereeniging wordt gesteund door de Regeering en vindt van zoovele zijden belangstelling. Laten ook wij, ijmkers, en vooral zij, die van de klei komen en alleen voor de markt fokken, al het mogelijke doen om die markt weer op een mooie hoogte te brengen door aan te voeren. Ook die ijmkers, welke zich op mobielbouw toeleggen, moeten ter markt komen met mobiel-woningen, die eenvoudig, practisch en weinig kostbaar zijn, want tot heden wordt er alleen stabielbouw aangevoerd en ik ben overtuigd, dat er onder de koopers en bezoekers zouden zijn, die er toe over zouden gaan om zich bij zoo'n gelegenheid een mobielwoning aan te schaffen om de proef te nemen.
J.L.J. OPMEER, Gedl. ijmker, Bennekom, Juli 1902.