CIJFERS.
De heer W.F. RONDOU geeft in “De Bieënvriend” van 25 April een artikel „De bieënteelt in cijfers” De samensteller maakt daarbij de opmerking, dat de getallen bij benadering berekend zijn, en dus als gemiddelde cijfers beschouwd moeten worden. Ons zijn nog dergelijke opgaven bekend uit den handigen kalender „Der Imker-Bote aus Oesterreich”, die samengesteld werd door den redacteur van den “Bienenvater”, den heer ALOIS ALFONSUS. Uit beide bronnen laten wij een en ander volgen.
1. Een sterk volk bestaat in den zwermtijd uit:
Een koningin;
2000/5000 darren;
20000/60000 werkbijen;
60000/70000 cellen allen met broed bezet;
1/15 koninginne-doppen.
2. Een volk van minder dan 20000 bijen is zwak.
Een van 40000 bijen is middelmatig.
Een van 60000 bijen en meer is sterk.
3. Van Januari tot September kan een koningin per dag van 500 tot 3000 eieren leggen per jaar ongeveer 200000; gedurende een leven van 4 of 5 jaar 1000000.
Volgens den „Imker-Bote":
van Januari tot Augustus per dag 300 tot 2500 eieren, in het jaar ongeveer 150000, in haar leven 500000.
4. Een middelmatige zwerm bestaat uit:
1 koningin;
0/500 darren
5000/25000 werkbijen.
Volgens den “Imker-Bote” uit:
7000/25000 werkbijen en weegt van 1—3 kilogr.
Een volk van:
20000 werkbijen geeft per jaar geen zwerm;
30000 werkbijen geeft per jaar 1 zwerm
40000 werkbijen geeft per jaar 2 zwermen
50000 werkbijen geeft per jaar 3 zwermen
5. Een koningin weegt 0.16/0.21 gr., is 16—18 m.M. lang, 4½ m.M. dik, heeft een vlucht van 24 m.M.
Bij hare ontwikkeling verkeert zij in den toestand
van ei 3 dagen;
van made 6 dagen;
van pop 7 dagen,
in ‘t geheel 16 dagen.
Zij leeft van 4 tot 6 jaren, volgens den „Imker-Bote" van 3 tot 5 jaren. Zij vliegt 7 dagen na de ontpopping uit om te paren.
Een dar weegt 0. 23 gr., is 15 m.M. lang, 5½ m.M. dik, heeft een vlucht van 28 m.M. Bij de ontwikkeling verkeert hij in den toestand
van ei 3 dagen;
van made 6 dagen;
van pop 15 dagen,
in 't geheel 24 dagen.
Hij leeft van 3 tot 4 maanden, vliegt 12 dagen na de ontpopping uit. Hij heeft 2-maal meer voedsel noodig dan een werkbij.
Een werkbij weegt 0.11 gr. (10000 werkbijen wegen ruim 1 kilogr.), met buit beladen tot 30 gr., is 12—13 m.M. lang, 4 m.M. dik, heeft een vlucht van 23 m.M. Tot hare ontwikkeling heeft zij
21 dagen noodig, hiervan is zij
3 dagen ei;
7 dagen made;
11 dagen pop.
Zij vliegt 14 dagen na de ontpopping uit en leeft van 1½ tot 9 maanden. Een bij verstijft bij 7 tot 10 °C.
Zij werkt niet meer bij 37 °C.
Zij is het bedrijvigst bij 23 tot 25 °C.
De temperatuur in den tros bedraagt:
’s winters 20 tot 22 °C.
’s zomers 25 tot 35 °C.
6. Een werkbij kan ongeveer 20 centigr. honingsap dragen.
In 5 minuten vult zij haar honingkrop met honingsap.
Zij vliegt een half uur in den omtrek om buit te halen.
Zij bereidt 1 kilogr. was uit 7 kilogr. honingsap.
Volgens den „Imker-Bote" uit 10 kilogr. honingsap en 1 kilogr. pollen.
Onder gunstige omstandigheden kan een volk van
10000 werkbijen 200 gr. honing halen op een dag, een van:
20000 werkbijen 600 gr. volgens den “Imker Bote” 250 gr.
30000 werkbijen 1000 gr. volgens den “Imker Bote” 750 gr.
40000 werkbijen 1600 gr. volgens den “Imker Bote” 2000 gr.
50000 werkbijen 2200 gr. volgens den “Imker Bote” 3000 gr.
60000 werkbijen 2800 gr.
De opbrengst aan honing bedraagt per jaar van een volk van:
20000 werkbijen 4 K.G., volgens den „Imker-Bote” niets.
30000 werkbijen 6 2/3 K.G., volgens den „Imker-Bote” 4 K.G.
40000 werkbijen 9 1/3 K.G., volgens den „Imker-Bote” 10 K.G.
50000 werkbijen 12 K.G., volgens den „Imker-Bote” 25 K.G.
60000 werkbijen 14 2/3 K.G.
7. Om goed te kunnen overwinteren, gebruikt een volk van 8 tot 12 K.G. honing. Volgens den „Imker-Bote" een volk van:
20000 werkbijen 8 K.G.
30000 werkbijen 9 K.G.
40000 werkbijen 10 K.G.
50000 werkbijen 11 K.G.
Gemiddeld gebruikt een volk in:
October 2/3 K.G. voedsel.
November 1/2 K.G. voedsel.
December 1/2 K.G. voedsel.
Januari 1/2 tot 2/3 K.G. voedsel.
Februari 1 tot 2 K.G. voedsel.
Maart 2 tot 3 K.G. voedsel.
April 3½ tot 5 K.G. voedsel.
Het soortgelijk gewicht van honing bedraagt 1.39 tot 1.43.
8. Een raat van 1 vierkanten decimeter telt aan beide zijden gemiddeld: 850 werkbijencellen, 520 darrecellen, volgens den „Imker Bote" 510 darrecellen en bestaat uit 12 gram was.
Een werkbijencel heeft een diepte van 12½ m.M. De twee cellen van een raat zijn dus 25 m.M. diep, een raat is op zijn minst 25 m.M. dik. Met honing gevuld zijn ze dikker.
Een darrecel is 15 m.M. diep, die raten zijn dus op zijn minst 30 m.M. dik.
Een vierkante d.M. met honing gevulde raat weegt ongeveer 1/3 K.G.
Een raam van 12 vierkante d.M. zal ongeveer 4 K.G. wegen.
De opbrengst van was bedraagt („Imker Bote") van volken van 30000 tot 50000 werkbijen ¼ tot ½ K.G.
Was wordt zacht bij 30° en smelt bij 63°.
Het soortelijk gewicht van was is 0.966.
Dat van voorwas 0.87.