VAN OVER DE GRENZEN
Honing voor de overwintering. De heer G.M. DOOLITTLE geeft in het “American Bee Journal” van 20 Aug. l.l. een artikel: Het gereed maken der bijen voor de overwintering — Wanneer en hoe? Van den inhoud trekt vooral onze aandacht wat hij van den honing vertelt, nam.:
Dan willen we ook weten of ze genoeg honing van goede kwaliteit voor de overwintering hebben.
De goede kwaliteit van den honing is van veel belang voor de bijen; inderdaad, ik geloof van meer dan al 't andere, dat we op kunnen noemen; en iemand, die hier niet veel aandacht aan geeft, moet niet verwachten, dat hij er veel voorspoed mede hebben zal.
Maar wanneer is de honing van goede hoedanigheid ? kan men vragen. Als wij moeder natuur raadplegen — die de bijen al duizende jaren in stand hield, voordat de mensch ze te zijnen bate ging houden — dan zullen wij als regel zien, dat een volk, hetwelk door den mensch niet gestoord is geworden, honing in voorraad heeft, die lang genoeg geleden ingezameld is geworden om door en door rijp te zijn, hij heeft die pittige, goede hoedanigheid, welke ons zoo goed aanstaat. Nu is die honing niet juist tegen dat 't seizoen eindigt te bekomen, als van te voren de slinger er 't laatste beetje uitgehaald heeft, zooals dat vele pas beginnenden en ook zelfs ouderen blijven doen, ze laten dan niets over als het dunne, waterachtige goedje, dat ingezameld wordt, wanneer er gewoonlijk met 't slingeren wordt uitgescheiden, en waar de bijen dan op mogen teeren.
Volgens mijn meening komt veel verlies van bijen bij de inwintering gedurende de verloopen kwart-eeuw op rekening van het onoordeelkundig gebruik van den slinger; want bijna altijd, als wij van een grooten oogst uitgeslingerden honing nog laat op het jaar gehoord hebben, konden wij er zeker van zijn, dat wij van den zelfden vriend in het volgende voorjaar zouden vernemen, dat hij veel bijen verloren had.