VAN OVER DE GRENZEN


Een honingbloem in ’t najaar. De heer OTTO SCHULZ uit Bukow spreekt in den „Elsass-Lothringischer Bienenzüchter", Sept. /Oct. 1902 over een boom Sophora japonica, die hij in den afgeloopen herfst te Breslau zag bloeien. Hij wijdt eerst uit over de acacia, die zoo’n rijken honingoogst in ’t begin van Juni kan opleveren en zegt o.a.:
Maar ieder, die weet wat een acacia kan geven, zal verrast worden door de mededeeling, dat er een boom is, die bij ons uitstekend groeit, die in voorkomen en ook in bloeiwijze veel op de acacia gelijkt, even snel groeit en een hout van dezelfde waarde oplevert. In een belangrijk punt wijkt hij echter van de acacia af namelijk: de volle bloei valt eerst in het begin van Augustus en duurt van drie tot vier weken.

In Breslau trok de boom de aandacht, omdat de bijen zoo sterk naar die plek vlogen. Ik kon, toen ik zoo gelegenheid had om hem verscheidene dagen achtereen in mijn onmiddellijke nabijheid waar te nemen en een buitengewonen ijver der bijen zag, tot geen andere overtuiging komen, dan dat men met een aantal van die boomen van eene bizonder goede dracht verzekerd kan zijn. 't Heeft mij eenige moeite gekost om zijn naam te weten te komen, niemand in de buurt wist dien, evenmin de eigenaar van 't huis, waarbij hij in den voortuin stond. Vele vrienden van me die ook de tentoonstelling te Breslau bezochten, gingen met mij naar den boom kijken; allen waren er opgetogen over, eindelijk gaf de heer IVAN BINDER uit Buda-Pest den bovenvermelden naam op en deelde mij ook mede, dat in zijn streek de Sophora japonica heel veel voorkwam en lang bekend was als een boom, die in den herfst een rijk gewin verschaft. Ik wil de verspreiding van dien boom bevorderen en heb me alle moeite gegeven om zooveel mogelijk bloeibare exemplaren te bekomen, een- en twee-jarige zaailingen en ook een grootere hoeveelheid zaad.
De heer SCHULZ wijdt er verder over uit hoe hij de verspreiding wil bevorderen en deelt mede, dat hij er een geheele kweekerij van heeft aangelegd. De Sophora is wel evenals de acacia (eigenlijk Robinia) een vlinderbloemige, maar overigens niet zoo na er aan verwant.

De boom is uit China en Japan afkomstig en bereikt daar een hoogte van 25 Meter. Hij schijnt elken bodem voor lief te nemen, maar kan slecht tegen verplanten. De bloemen vormen losse trossen, ze zijn wit of geelachtig van kleur, welriekend. Een vorm met hangende takken, de variëteit pendula komt veel voor. De heer LEONARD A. SPRINGER uit Haarlem was zoo vriendelijk mij mede te deelen, dat de boom hier veel gekweekt wordt en in onze boomkweekerijen te bekomen is. De heer SPRINGER zag hem in ons land echter nimmer in bloei, mogelijk omdat het geen oude exemplaren waren — ook kan de oorzaak zijn, dat de sierboomen meestal 's winters sterk worden ingesnoeid, ze maken dan lang hout, dat niet rijp wordt en invriest.
Men zou zoo zeggen, dat een boom, die in Breslau jaren groeit en bloeit, ’t hier ook wel uit moet houden— wie wil hier met zijn inlichtingen van nut zijn? Bezit hij al de in den aanvang opgegeven goede eigenschappen, dan is hij waard aangeplant te worden, in 't bizonder voor de bijenteelt, om de gelegenheid, die hij aanbiedt, om nog laat honing te winnen.