VAN OVER DE GRENZEN.



Kunstraten in den strookorf. In het eerste nummer van den "Bienen-Vater", redacteur ALOIS ALFONSUS, Weenen, trekken al spoedig een paar afbeeldingen de aandacht. De eerste van een paar kunstraten, waarin metaaldraden gespannen zijn, verder een bijenkorf met de opening naar voren gekeerd, waarin men een vijftal van die raten regelmatig geplaatst ziet met een stuk of acht spijlen. Ze hooren bij een artikel van den heer OSWALD MUCK, Weenen-Döbling, die daarin beschrijft, hoe hij die kunstraten met goed gevolg in strookorven heeft gebruikt, na opgemerkt te hebben, dat tot nog toe kunstraat alleen maar aanwending vond als vingerbreede strooken voor voorbouw, en als driehoekige stukken aan de raten om 't bouwen van darrenraat tegen te gaan.

De kunstraten moeten zoo lang zijn als de korf hoog is, maar iets smaller. Die gebruikt wordt voor de ramen der Centrale Vereeniging voor Bijenteelt in Oostenrijk (boven 26 c.M. breed, 42 c.M. hoog) en voor die van GERSTUNG (boven 28 c.M. breed, 41 c.M. hoog) is er heel dienstig voor. Heeft men alleen kunstraat voor halve ramen, dan voegt men twee stukken aan elkaar en let er op, dat de cellen met de hoeken naar boven gekeerd zijn, de deelen der hoeken, die elkaar raken, hecht men dan vast, zoodat de hoeken niet verbuigen kunnen.
De eene lange of de twee korte kunstraten worden nu op een plank gelegd en men spant er drie metaaldraden in, een in 't midden, de twee aan weerszijden daarvan op twee derden van de halve breedte. Voor een strookorf heeft men van drie tot vijf van die raten noodig.

Nu komt het moeielijkste werk: het inbrengen van de raten. Eerst een in 't midden van den korf, in de richting voor kouden bouw. Met een paknaald of iets dergelijks steekt men op de daarvoor afgepaste plaatsen drie gaten boven in den korf en daardoor de drie vrije uiteinden van de metaaldraden, die men dan aan den buitenkant bevestigd door ze om stiften te draaien, die in den korf gestoken zijn. Natuurlijk moet de bovenkant van de raat den binnenkant van den korf raken, wat men afpassen kan vóór de raat er in gehangen wordt. 't Is goed om dien bovenkant op eenige plaatsen ter diepte van 1 c.M. in te scheuren en om te buigen, deze omgebogen deelen kunnen met de vingers vast tegen 't stroo gedrukt en daaraan bevestigd worden. Op dezelfde wijze gaat men met de tweede en derde en met de vierde en vijfde raat te werk, maar zóó, dat er 3 1/2 c.M. afstand tusschen is. Dan steekt men, loodrecht op de raten gericht, op de geschikte plaatsen drie sterke spijlen onder in den korf, daarom draait men de draadeinden, die beneden bij de raten uitsteken, waardoor deze gespannen worden. Nu steekt men nog 4 tot 5 spijlen voorzichtig door de raten heen en richt deze evenwijdig. Hiermede is de korf klaar en nu kan er een zwerm ingebracht of een volk ingetrommeld worden.
De ledige ruimte, die aan weerszijden van de raten in den korf overblijft, is van geen belang en wordt gewoonlijk gebruikt om er honing in te verzamelen, waarbij 't er niet op aankomt of de bijen werkster- of darrencellen bouwen.

Een zoo gereed gemaakte korf levert groote voordeden op. De bijen bouwen er bizonder vlug in; vooral die van voorzwermen kunnen geen darrenbouw midden in 't broednest maken. De bouw wordt zeer gelijkmatig; met die korven kan men ver en in den warmsten tijd reizen. Moet de korf uitgebroken worden, dan kan men de raten er in hun geheel uithalen. Men maakt boven en beneden de metaaldraden los en breekt ze af. De spijlen worden er voorzichtig uitgedraaid en. met een mes wordt het was aan den bovenkant der raten losgemaakt.