De rechten van den ijmker bij het zwermen.


Op de onlangs te Utrecht gehouden algemeene vergadering deelde het Hoofdbestuur mede bij de regeering te zullen aandringen op een voorziening in de leemten, die in onze wetgeving bestaan met betrekking op de bijenteelt. Naar aanleiding hiervan komt het mij niet ondienstig voor eens na te gaan, hoe en in hoeverre men in Duitschland voor eerst korten tijd de rechten van den ijmker heeft gewaarborgd. Het nieuwe Duitsche burgerlijk wetboek, waarin deze waarborgen te vinden zijn, is den 1 Januari 1900 ingevoerd. En juist omdat deze wetgeving dus is samengesteld toen de bijenteelt reeds hare groote vlucht genomen had, is het niet van belang ontbloot, de bepalingen van die wetgeving even na te gaan.

Een viertal paragraphen vinden wij in het "Bürgerliches Gesetzbuch".
Par. 961. Zieht ein Bienenschwarm aus, so wird er herrenlos wenn nicht der Eigentümer ihn ünverzüglich verfolgt, oder wenn der Eigentümer die Verfolgung aufgiebt.
(Een afgevlogen zwerm wordt onbeheerd goed, als de eigenaar hem niet onverwijld volgt, of als de eigenaar het vervolgen opgeeft. Red.)
Par. 962. Der Eigentümer des Bienenschwarmes darf bei der Verfolgung fremde Grundstücke betreten. Ist der Schwarm in eine fremde, nicht besetzte, Bienenwohnung eingezogen, so darf der Eigentümer des Schwarmes zum Zwecke des Einfangens die Wohnung öffnen und die Waben heraus nehmen oder herausbrechen. Er hat den entsprechenden Schaden zu ersetzen.
(De eigenaar van den zwerm mag bij het vervolgen een andermans grond betreden. Trekt de zwerm in een vreemde, ledige bijenwoning, dan mag de eigenaar van den zwerm, om hem te bemachtigen, de woning openen en de raten er uitnemen of uitbreken. Hij moet de veroorzaakte schade vergoeden. Red.).
Par. 963. Vereinigen sich ausgezogene Bienenschwärme mehrerer Eigentümer, so werden die Eigentümer, welche ihre Schwärme verfolgt haben, Miteigentümer des eingefangenen Gesamtschwarmes. Die Anteile bestimmen sich nach der Zahl der verfolgten Schwärme.
(Vereenigen zich afgevlogen zwermen van verschillende eigenaren, dan worden de eigenaren, die hunne zwermen gevolgd hebben, eigenaren van den gezamenlijken, gevangen zwerm. De verdeeling wordt geregeld naar het aantal der gevolgde zwermen. Red.).
Par. 964. Ist ein Bienenschwarm in eine fremde besetzte Bienenwohnung eingezogen, so erstrecken sich das Eigentum und die sonstigen Rechte an den Bienen, mit denen die Wohnung besetzt war, auf den eingezogenen Schwarm. Das Eigentum und die sonstigen Rechte an den eingezogenen Schwarm erlöschen.
(Is een zwerm in een vreemde bevolkte woning getrokken, dan strekken zich het recht van eigendom en verdere rechten op de bijen, waarmede die woning bevolkt was, ook uit op den aangevlogen zwerm. Het recht van eigendom en verdere rechten op den aangevlogen zwerm vervallen. Red.).

In het algemeen is dus ook in Duitschland de eigenaar van den moederstok eigenaar van den zwerm. Men blijft eigenaar al vliegt de zwerm weg, mits men den zwerm maar onmiddellijk vervolgt en die vervolging niet opgeeft. Zwermen, die niet vervolgd worden of waarvan de eigenaar de vervolging opgeeft, worden zaken zonder eigenaar (res nullius).

Vallen meerdere, aan verschillende eigenaren toebehoorende zwermen, samen, dan worden deze, voor zooverre ze tenminste hun zwerm of zwermen hebben vervolgd, gezamenlijk eigenaar van den vereenigden zwerm en wel naar verhouding van het aantal zwermen, dat ieder heeft in de groote tros. Als b.v. 3 zwermen van A en 2 van B in een tros samen gaan zitten, dan behoort A 3/5 en B 2/5 er van, ook al zijn de twee zwermen van B veel grooter en veel meer waard dan de drie van A.

De eigenaar van den zwerm mag dezen op andermans grond volgen en scheppen. Hij mag zelfs den zwerm, indien die in een aan hem niet toebehoorende bijenwoning trekt, daaruit halen, ja zelfs de raten dan uitnemen of uitbreken. Maar hij is verplicht de eventueele schade te vergoeden. Trekt evenwel een zwerm in een niet aan den eigenaar toebehoorende bijenwoning, waarin reeds een ander volk is gehuisvest, dan verliest de eigenaar van den zwerm zijn eigendom en deze gaat over in den eigendom van den eigenaar van die woning. Bij het vaststellen van dit laatste heeft men overwogen, dat maar zelden een zwerm in een reeds bevolkten korf zal trekken, en dat, indien het voorkomt, dit meestal zoogenaamde hongerzwermen zijn; in dat geval zou het geheel de eigen schuld van den ijmker zijn, terwijl de eigenaar van de nieuwe woning er niet veel voordeel van had. In hoeverre deze overwegingen juist zijn, laat ik gaarne aan meer ervaren ijmkers ter beoordeeling over.

Zooals men ziet, heeft de Duitsche wet verschillende, in mijn vorig schrijven genoemde, moeilijkheden opgelost. Geheel en al bevredigt mij deze regeling intusschen nog niet. Ik mis een bepaling, of men bij het vervolgen en scheppen van "herrenlose” zwermen ook op andermans grond mag komen. Evenmin is de vraag opgelost hoe en wanneer men eigenaar van een "herrenlose" zwerm wordt. Moet er een feitelijke inbezitneming hebben plaats gehad, ja dan neen ? Vooral bij zulke zwermen kunnen zich zooveel moeilijkheden voordoen. A vindt een zwerm en gaat een korf halen en intusschen schept B dien zwerm. Wat rechtens? Ook de vraag of een gevonden zwerm aan den vinder dan wel aan den eigenaar van den grond, waarop hij zit, of aan beiden toebehoort, is nog te beantwoorden.

Hoewel dus de Duitsche wet verre boven de onze staat, met betrekking tot de bijenteelt, geloof ik toch dat het te wenschen is, dat, indien het ons Hoofdbestuur mocht gelukken de regeering tot het geven van een wettelijke regeling te bewegen, alsdan een vollediger en meer afdoende regeling worde getroffen dan in het nieuwe Duitsche wetboek voorkomt.

Mr. F. Ebbinge Wubben, Roden, Januari 1903.

P.S. Ik zie in het Maandschrift van Januari een vraag omtrent lokkorven. Ik wil gaarne aannemen dat de geachte inzender geen ongepast gebruik van lokkorven wil maken, maar het komt mij toch minder nuttig voor, in het Maandschrift het tweede deel van zijn vraag te beantwoorden. Op het eerste deel kan ik hem antwoorden dat spie- of lokkorven doodgewoon bijenkorven zijn.