VAN OVER DE GRENZEN.
Hoe ik mijne bieën in den winter een zuiveringsvlucht deed maken. In het November-nummer van "De Bie" deelt de heer V. d. S. op geestige wijze mede, hoe hij dat heeft aangelegd. Wij nemen den hoofdinhoud daarvan over. Het was noodig, dat een stok een uitvlucht deed. Buiten was 't helder, de thermometer stond op 3° Celsius onder nul. De bijen hadden in 6 à 7 weken niet gevlogen, ze konden dus verplaatst worden en zouden hunne nieuwe standplaats zeker terug vinden. Ze werden in de huiskamer overgebracht, de kachel werd opgestookt, in 't verst daarvan verwijderde deel van de kamer wees de thermometer 26° Celsius. Op de tafel in het midden der kamer werd een voederbakje met gesmolten suiker en wat honing geplaatst en daarover den korf, waaraan de bijen zich een half uur te goed konden doen. Toen werden van een raam de blinden gesloten, het andere werd daarentegen wijd open gezet, het vlieggat van den korf werd ook geopend en daar vlogen de bijen naar buiten, nadat ze eerst hoogte van het terrein hadden genomen. Zij verwijderden zich op zijn hoogst vijftien meter, dan keerden zij terug, de thermometer daalde in een paar uur tot op 8°, de bijen vlogen niet meer uit, maar in den korf klonk een behaaglijk gezoem.
De omgeving, waarop couranten waren gelegd, was met honderden bruine vlekken geteekend, maar van buikloop was later geen sprake, de overwintering had een prachtig verloop.
---------
Het zoo genoemde vuilbroed der bijen werd 't eerst onder dien naam beschreven door SCHIRACH in 1769, maar verondersteld wordt, dat het reeds ten tijde van ARISTOTELES als een ziekte bekend was en dat, wat deze schrijver daaromtrent verhaalt, zonder twijfel op dezen bepaalden ziekte-vorm betrekking heeft. In 1885 onderwierpen de heeren WATSON-CHEYNE en CESHIRE, die de nieuwe bacteriologische methoden van KOCH konden toepassen, de vernielende ziekte aan een uitgewerkt wetenschappelijk onderzoek, en vertoonden korten tijd daarna aan de wetenschappelijke wereld een zekere Bacillus alvei, die als de ware oorzaak van het vuilbroed der bijen werd beschouwd. Dit onderwerp heeft zeer de aandacht getrokken, niet alleen van bijenhouders, maar ook van mannen der wetenschap, en in 1900 werd door den heer FRANCIS HARRISON van Ontarie, een belangrijke verhandeling uitgegeven, die de verschillende wijzen om de ziekte grondig te bestrijden behandelde. De laatste bijdrage tot de wetenschappelijke onderzoekingen over dit onderwerp ging uit van de Luiksche Hoogeschool, en de middelen om daaraan uitvoering te kunnen geven werden verschaft door de Belgische Regeering. Dr. LAMBOTTE verklaart als slotsom van zijne uitgebreide onderzoekingen, dat de Bacillus alvei van CHEYNE en CHESHIRE dezelfde is, als de zeer bekende en sterk verspreide Bacillus mesentericus vulgaris, en tot dezelfde groep behoort als bijv. de alomtegenwoordige B. coli communis, die ofschoon een gewoon en onschadelijk bewoner der ingewanden, onder zekere voorwaarden ziekte kan verwekken en doen ontstaan. Het vermogen van onschadelijke, uiterst kleine organismen om onder dienstige omstandigheden ziekte verwekkende eigenschappen te verkrijgen, is een erkend feit, en Dr. LAMBOTTE heeft met proeven aangetoond, dat aan den gewonen, zoo genoemden aardappel-bacillus kunstmatig ziekte verwekkende eigenschappen gegeven kunnen worden en daardoor vuilbroed bij bijen kan ontstaan.
("Nature” 23 Oct. 1902).