VRAGENBUS.



Antwoord op vraag 9.
(juni 1903) Het versterken van opzetters met volk van stokken, die men anders zou slachten, gaat uitstekend, mits men zorg draagt, dat het volk, hetwelk men den stok ter versterking geeft, maar uit jonge bijen bestaat.
Hierin ligt meestal de fout, daar de stok, dien men slacht, om de een of andere reden niet tot opzetter geschikt is, of te weinig bijen heeft, dus in geen tijd meer broed heeft aangezet. Zulke stokken, feitelijk afval, vroeger ten doode gedoemd door den zwavellap, worden nu meestal ter versterking gebruikt, en dan verwondert het mij niet, dat men tot resultaat verkrijgt, wat in het antwoord op vraag 9 in het Juli-nummer is weergegeven.
Wil men versterken in het najaar, neem dan stokken, die zich hebben gekenmerkt door nog laat en geregeld in 't broed te hebben gezeten, plaats deze desnoods op den morgen, dat men versterken wil op een andere plaats in den bijenstand, omdat de oude vliegbijen dan afvliegen en naar de oude plaats terugkeeren. Tegen den avond trommelt men den stok af, zoekt de moer en men kan verzekerd zijn, dat men een korf met jonge bijen zal hebben, die, op welke manier ook aan een stok ter versterking gegeven, betere resultaten zal opleveren dan de enkel voor het afmaken aangewezen stokken, die men maar voor den voet wegneemt om er mede te versterken. De reden hiervan is gemakkelijk na te gaan en behoeft niet nader uitgewerkt te worden.
J.L.J. OPMEER, Bennekom.

Antwoord op vraag 11. (juli 1903) Als 'n zwerm middelmatige vorderingen maakt, behoort men eigenlijk tevreden te zijn. Werkt de zwerm slecht dan kunnen daarvoor verschillende oorzaken bestaan.
1e. De oogst is schraal, of 't weder ongunstig. In dit geval kan matige voeding, mits voor stikstofhoudend voedsel gezorgd is of wordt, met vrucht worden toegepast.
2e. De zwerm is 'n kunstzwerm met veel huis- en weinig vliegbijen. In dit geval is de tijd geneesmeester, maar is voeding gewenscht.
3e. De bijen zijn van inferieure kwaliteit.
4e. De koningin doet niet wat van 'n goede koningin verwacht mag worden.
5e. De volgebouwde raten aan den zwerm gegeven zijn vuil en stoffig en er is gebrek aan plaats om nieuwe te bouwen.
6e. De kunstraat bestaat niet uit zuiver bijenwas of is in elkaar gezakt.
7e. De larve van de wasmot zit in de raat.
8e. De woning is òf te groot, òf te klein, òf te kort, òf te warm, òf te tochtig.
9e. De zwerm is te klein.
10e. De zwerm wil 'n maagdezwerm afzenden, maar wordt daarin, door welke omstandigheid dan ook, verhinderd.
In de gevallen genoemd onder 3-10 zou voeding wellicht alleen waarde hebben in geval 9.
F.C. van Brussel.