Dzierzon's dubbele kast.
Een brief voor de redactie van 't "Maandschrift", 't adres is wel anders dan 't had kunnen zijn, maar de besteller heeft gelijk, hij moet hier toch wezen. Waar komt ie vandaan? Nou, dat 's hier eigenlijk van weinig belang - hij komt uit een dorp, waar ze de trein in de verte hooren, maar wat hier de zaak is, hij is van iemand, die bijen wil gaan houden en 't over Dzierzon's kast heeft. 't Is overbodig om dat geschrijf hier heelemaal af te laten drukken, wij willen er wat uit meedeelen.
De schrijver had een tijdje geleden iemand gesproken, die 'm zeide, dat als hij bijen wou gaan houden, hij bij dezen of genen buurman, die ze had, in de leer moest gaan en dan verder een handboek over bijenteelt koopen. Ze waren er tegenwoordig in ruime keuze, daar stond zoo wat alles in wat je te pas kon komen. 't Eene was misschien beter dan 't andere, hij zou niet graag uit moeten maken welk, bij wijze van spreken, 't beste was. Maar nu vraag ik, waarom zal ik een handboek gaan koopen, als ik lid van de Vereeniging ben en 't "Maandschrift" krijg? Daar dient men toch ook zoo wat alles in te vinden! Dat was ie niet met me eens. 't "Maandschrift" zei ie, is 't orgaan van de "Vereeniging", al wat er van eenig belang in onze Vereeniging voorvalt, moet daarin vermeld worden, verder 't nieuws, dat wetenschap en praktijk ons, niet alleen in onze eigen omgeving, maar ook in 't buitenland opleveren. Wetenswaardige bizonderheden uit 't verleden en 't heden, beschrijvingen van goed ingerichte bijenstallen en van ons bedrijf in andere gewesten, berichten over handel, enz., enz., te veel om op te noemen. Hij vertelde, dat ie 't eigenlijk vreemd vond, dat jaar in jaar uit in de tijdschriften verteld werd hoe we elke maand met de bijen moesten ontspringen. In elk handboek staan daaromtrent voorschriften en of die nu daarin of in een tijdschrift voorkomen, ze zijn altijd zoo algemeen - ieder moet ze toch bij de toepassing naar plaats en omstandigheden wijzigen. Voor lossen bouw is 't nog een ander geval, daar komen nog allerlei veranderingen in, maar wat er van vasten bouw verteld kan worden, dat zal nou toch wel in de handboeken te vinden zijn. Daarin komen ook beschrijvingen van de toen bekende kasten en korven voor, moeten die nu nog eens in een tijdschrift herkauwd worden ? Ja, wat zou ik daar nu op zeggen? Hij wou hebben, dat ik me een handboek aanschafte, al weer onkosten! Ik en een ander houden toch liever de hand op den zak, 90 percent of nog meer, hebben daar geen dubbeltje voor over, al ziet ’t er nog zoo netjes uit. Hij geloofde ook wel dat 't 'm daarin zat, want hij kon niet denken, dat die handboeken zoo weinig om 't lijf zouden hebben, zoo weinig doeltreffend zouden zijn, zoo weinig zouden geven, wat eigenlijk verlangd wordt. Hij bleef er bij, ik moest zoo'n boek koopen, 't dan ook lezen, vooral bij mijn buurman goed rondkijken en zeker niet vergeten om zooveel mogelijk een handje mee te helpen, op die manier zou ik eerst goed profijt van mijn boek kunnen hebben.
Nu ik heb 't boek gekocht : "Practisch Handboek voor den Bijenteler", naar Skarytka's Bienenjahr bewerkt door G.C. SPENGLER, en 's avonds heb ik 't al zoo eens ingekeken, mijn aandacht viel op de beschrijving van Dzierzon's dubbele kast. Van mijn buurman had ik net ’t Augustusnummer van "De Bie" gekregen, hij is daar erg groot mee. Nou, ik moet zeggen, ‘t ziet er een aardig tijdschrift uit en toen ik daar zag staan : "De beste kast voor de honingopbrengst", ging ik dat lezen. Daarin wordt ook van de Dzierzon kast gesproken, maar de woning, die daarin beschreven wordt, is een heel andere dan die in mijn boek! Daar zou ik nou graag 't mijne van willen hebben ?
(Wordt vervolgd).