VAN OVER DE GRENZEN: Het voederen met was.


Op de eerste bladzijde van de September-aflevering der "Leipziger-Bienenzeitung" vinden wij een artikel hierover van den Eerw. MEIER zur KAPELLES, Frankenthal, b/Gera. Wij lezen daar:

De Eerw. WEYGANDT nam al waar, dat de bijen niet alleen in hun woning was voortbrengen, maar die ook van elders halen: Op een naburigen bijenstand, waar ledige woningen stonden, waarin nog waskruimeltjes achtergebleven waren, verzamelden ze die fijne deeltjes en brachten ze binnen. Het zou van onberekenbaar nut zijn, als er een weg op gevonden werd om de bijen er toe te brengen grootere hoeveelheden aangeboden was voor den bouw te gebruiken. Dat schijnt niet onmogelijk te zijn. Verschillende proeven, die ik genomen heb, spreken er voor. In den nazomer van 1902 deed ik mijn laatsten nazwerm in een korf, hij woog maar 1/4 pond. Om door den winter te kunnen komen, moest hij bizonder verzorgd worden. In 't begin strooide ik op het, op geregelde tijden in open schoteltjes gegeven voeder, op de zeef van den slinger achtergebleven wasdeeltjes. Deze wasdeeltjes gebruikten de bijen ruimschoots voor den bouw. In een nacht hadden zij onder aan den nieuwen, blanken bouw een 2-2½ c.M. breede, bruin-achtige strook aangebouwd, afkomstige van de bruinachtig gekleurde zegeltjes. Om er zeker van te zijn, dat het was inderdaad naar boven gedragen werd, deed ik er den volgenden avond geen was meer bij, maar goot wat voer in 't schoteltje - al het was werd geleidelijk omhoog gebracht, het volk bouwde betrekkelijk veel, overwinterde uitstekend en heeft nu den geheelen korf vol gewerkt.
Ik hernieuwde deze proef in 't voorjaar bij dit zwermpje, deed ze ook bij andere zwermen van 1902, maar ze haalden geen greintje was naar boven, het werd integendeel in den korf verspreid en door het vlieggat weggedragen.

Zwermen van dezen zomer hebben echter 't aangeboden was in ruime hoeveelheden gebruikt. De reden ligt voor de hand: De in het voorjaar ontwaakte aandrift om te bouwen moet bevredigd worden, terwijl als die in t najaar ophoudt of ontbreekt, het aan de bijen gegeven was eene welkome hulp is.
Bij het toedienen van was moet op het volgende gelet worden: Het moet zoo zuiver mogelijk en nieuw zijn, blank hebben zij het liefst. Zij brachten 't alleen maar naar boven, als 't hun op 't voeder - honing of honing met suikerwater vermengd - gestrooid aangeboden werd. De proef om ze er tot te krijgen om was, dat droog in een houten bakje gestrooid was, naar boven te brengen, mislukte. Verder moet het was zeer fijn verdeeld zijn. Ik heb blanke, uitgesneden raten in een koel vertrek hard laten worden en toen met een scherp mes fijn gemaakt. Het schoteltje met was moet ook inde onmiddellijke nabijheid gezet worden van de plaats, waar de bijen bouwen, anders laten zij het liggen.

Door zoo was te geven bespaart men een belangrijke hoeveelheid honing en levenskracht der bijen. Nu (September) zal het wel de beste tijd zijn om zulke proeven met kleine, late nazwermen te nemen, want in September van verleden jaar hebben mijn bijen met die was vlijtig gebouwd. In ieder geval geloof ik, dat 't de moeite waard is om dit verder te onderzoeken.

* * *
*


In het volgende (October)nummer van 't Duitsche maandschrift bericht G. uit Harra (Reuss), verder over dat voederen met was.
Niet in den herfst, maar in het voorjaar, als de aandrift om te bouwen ontwaakt, heeft de heer G 't opgemerkt. Ik heb, deelt deze mede, eenige strookorven voor zwermen, die ik in 't voorjaar sterk prikkelend voer. Daarbij gebruik ik schoteltjes voor onder bloempotten, die ik 's avonds voor 't vlieggat plaats. Om de bijen houvast te geven, leg ik stukjes was in de schoteltjes. Nu merkte ik dit voorjaar op, dat bij 't eene volk het was van nieuwen, blanken bouw, niet alleen afgeknaagd was, maar steeds minder werd. Ik liet 't schoteltje staan en kon nu zien, hoe de bijen den geheelen dag om 't was doende waren en het omhoog brachten tot er niets meer was. Dat had zoo eenige dagen plaats. Toen 't volk later meer op dreef kwam, heeft 't wel is waar 't was laten liggen. Door deze waarneming werd 't al dikwijls in mij opgekomen vermoeden versterkt, dat namelijk de bijen, als de aandrift om te bouwen ontwaakt, ook het was uit het mul op den bodemplank opzoeken en gebruiken. Want 't is mij dikwijls voorgekomen, dat, als ik het mul opveegde, de bijen de wasdeeltjes op de bodemplank opzochten, maar ze brachten ze niet in de woning. In zoo'n woning was dan wat bouw te zien, die, zooals ook de Eerw. Heer MEIER beschrijft, een bruinachtige kleur had.