Een antwoord op vraag 12

In het Julinummer van dit maandschrift wordt de vraag gesteld: "Hoe staat het met den Noord-Brabantschen Bijenbond?"
Een rechtstreeks antwoord op die vraag is niet goed te geven. Ik wil die vraag door drie anderen vragen vervangen:
1. Hoe staat het met den nieuwen Noord-Brabantschen Bijenbond?
2. Hoe met de oude afdeeling Noord-Brabant?
3. Hoe met de Vereeniging tot Bevordering der Bijenteelt in Nederland?

Ziehier mijn gevoelen, in ronde woorden, ter overweging aan allen, die het goed meenen met de bijenteelt in Nederland en Noord Brabant en dus streven naar bevordering van die teelt: De nieuwe Noord-Brabantsche Bijenbond komt zeer waarschijn1ijk niet tot stand.
Daaruit volgt geenszins de instandhouding van de afdeeling N.-Brabant, welker ledental van 750 tot 250 is gedaald.
De grieven van N.-Brabant vinden bij het Hoofdbestuur zoowat geen gehoor.
Handelaars moesten geen bestuurslid kunnen zijn. Een handelsman (in honig, was of bijenteeltbenoodigdheden), die het goed meent met de vereeniging, komt in conflict met zijn beurs.
Een handelsman, die èn de vereeniging èn zijn eigen beurs wil bevorderen, is een halfheid, met weinig waarde.

Tentoonstellingen, maandschriften, cursussen, modelstallen, propaganda voor honigverbruik, enz. kunnen goede diensten bewijzen. Maar beter dan alles zijn hooge prijzen voor honig en was. Deze zijn te verkrijgen door coöperatie. Wat deed tot dusverre het Hoofdbestuur ter bevordering van coöperatie? Wat hoofdzaak moest zijn, is bijzaak gebleven en verwaarloosd. "Coöperatie is een levenskwestie". (Baron de Grancy, Boxtel, 27 Sept. 1900.)

Toen de afdeeling N.-Brabant 700 leden telde, werd jaarlijks f 350.- naar het Hoofdbestuur opgezonden. Wat kwam daarvan naar N. Brabant terug? Wat genoten Limburg en NoordBrabant van de rijkssubsidie (f1200.-), toen zij samen meer leden telden dan de negen andere provinciën?
Waren toen en worden nu nog de lasten en lusten behoorlijk verdeeld?
Waarom toch werd N.-Brabant geëxploiteerd ten bate van andere provinciën, die bijna geen leden telden? De vereeniging heeft betrekkelijk veel meer kosten gemaakt voor die provinciën, waar bijna niet aan bijenteelt wordt gedaan, dan voor N.-Brabant en andere. De vereeniging moet beginnen met de bijenteelt te bevorderen, vooral in die streken, waar veel aan bijenteelt wordt gedaan.
Naar normaalmaat werd tot heden door het Hoofdbestuur niet gestreefd, jammer genoeg tot nadeel van de mobielteelt.

Indertijd, al lang genoeg geleden, is statutenherziening in het vooruitzicht gesteld. Herziening is noodzakelijk en urgent.
Mocht het Hoofdbestuur bij de statutenherziening bovenstaande goed ter harte nemen, dan zal daardoor de bijenteelt in Nederland en vooral in Noord-Brabant bevorderd worden, de afvalligen zullen terugkeeren, als de zaak goed marcheert.

Bovenstaande mag hier of daar niet zeer juist - of in te krasse woorden gezegd zijn, 't is nochthans goed gemeend: opbouwing, verbetering is mijn doel.

P. VERRA, Leende (N.-B.) 31 Juli 1904.