VRAGENBUS.

Antwoord op vraag 8.2.
(Mei 1904) Dr. DZIERZON meent dat eieren, die 14 dagen oud zijn, zich nog verder kunnen ontwikkelen; BERLEPSCH hing 'n met eieren bezette raat, die hij 9 dagen in z'n eetkamer had bewaard, weer in de kast en de eieren ontwikkelden zich.
Dit in aansluiting met 't antwoord in “Vragenbus” Juni ’04.
F.C. van Brussel, Santpoort.



Vraag 14. Kan ik de reeds verschenen jaargangen nog verkrijgen bij den uitgever of uit de bibliotheek?
B. te D.

Antwoord op vraag 14. De uitgever kan ze U niet leveren. U kunt ze uit de bibliotheek ter leen ontvangen. Het reglement daarvoor vindt U in 't December-nummer van 1903 en wordt op aanvrage toegezonden.
De Algemeene Secretaris heeft op de Algemeene Vergadering van 18 Febr. l.l. meegedeeld, dat hij nog afleveringen van verschenen jaargangen ter beschikking heeft.
RED.



Vraag 15. Waar kan ik Dadant-Blatt-kasten koopen?
B. te D.

Antwoord op vr. 15. Alle handelaren in gereedschappen, van wie U adressen onder de advertenties vindt, kunnen U die kasten leveren.
RED.



Vraag 16. Kunt U mij uitgever en prijs mededeelen van Root's A.B.C. der bijencultuur?
B. te D.

Antwoord op vr. 16. »A.B.C. of Bee Culture« wordt uitgegeven door The A.I Root Co. Medina Ohio. De prijs is 1 Dollar. U zult 't door tusschenkomst van den boekhandel kunnen bekomen en dan daarbij bepaald de laatste uitgave vragen.
RED.



Vraag 17. Wanneer een groote zonnebloem eenige dagen bloeit, komen er in 't hart van de bloem een paar stroopachtige, heldere droppels vocht. Kan iemand mij ook hieromtrent het een of ander meedeelen?
J. S. te W.

Antwoord op vr. 17. Ons is niet bekend hoe die droppels gevormd worden, evenmin hare samenstelling. Men deelde ons de vooronderstelling mee, dat 't wel honigsap zou zijn, wat wij niet zoo geredelijk aannemen. Wij wijzen er hier nog op, dat de bijen uiterst zelden de gewone zonnebloem, Helianthus annuus, bevliegen, wel doen dit eenige hommel- en vliegensoorten.
RED.



Vraag 18. In Opmeer's Handleiding vind ik op blz. 31: "Komen op een wasplaat, die den naam van »Raat« of »Tafel« heeft werkbijen en darrencellen voor, dan vindt men bij den overgang hiervan cellen, grooter dan de eerste en kleiner dan de laatste. Deze noemt men »Overgangscellen.« Welke bijen worden hierin gekweekt?
A.V. te T.

Antwoord op vr. 18. De overgangscellen blijven dikwijls ledig; soms worden zij met honig gevuld, soms ook als broedcellen gebruikt. In 't laatste geval bevatten zij gewoonlijk darren broed, dat zich dan meestal bultig voordoet. In de kleinste overgangscellen ontwikkelen zich ook wel werkbijen.
F.C. v. B.



Vraag 19. Is in een boogkorf van 12 boogjes een boogje met darrencellen voldoende?
A.V. te T.

Antwoord op vr. 19. Wanneer ge de twaalf boogjes geheel met werksterraat vult, vinden de bijen in de cellen, welke de raat begrenzen, en vooral in die, welke aan den benedenrand liggen, voldoende plaats om 't benoodigde aantal darren te kweeken.
Een boogje op de twaalf, geheel gevuld met darrenraat, is te veel.
F.C. v. B.



Vraag 20. Mijn bijen gaan drinken aan looikuipen, staande op plm. 50 M. afstand van mijn bijenstand, terwijl ze zuiver water in hunne onmiddellijke nabijheid onaangeroerd laten. Zou het water, dat ze aan de looikuipen halen (waarin eikeschors is afgetrokken) beter voor hen zijn dan zuiver water?
A.V. te T.

Antwoord op vr. 20. Over 't algemeen geven de bijen de voorkeur aan drinkwater, waarin zich zouten in oplossing bevinden. Waarom weten wij niet en aan gissingen willen we ons niet wagen. Maar dit staat vast, dat waar dieren de keuze hebben, zij meestal datgene kiezen, waar zij 't best tij varen. .
Misschien ook vonden uw bijen, door toevallige omstandigheden, de drinkplaats bij uw looiput en volharden zij, zoo lang zij daar water vinden, in de eenmaal aangenomen vliegrichting.
F.C. v. B.

Antwoord op vr. 20. Het aftreksel van eikeschors in de looikuipen doorloopt een gistingsproces, daarbij zullen zich zoo ongeveer dezelfde verbindingen vormen als bij een wondeplek in den bast van een boom, bij aangestoken vruchten, enz., waarop meestal bijen te vinden zijn. 't Komt ons voor, dat 't looinat daarom verkozen wordt.



Vraag 21. Nog nooit heb ik gelezen van bloedverversching bij de bijen. Is dit niet noodig of slecht mogelijk?
A. V. te T.

Antwoord op vr. 21. Over bloedverversching bij de bijen is geschreven. Waarschijnlijk is zij wel noodig en zeer goed mogelijk, door zoo nu en dan 'n nieuw volk of 'n nieuwe koningin op den stal in te voeren.
In streken, waar op niet te groote afstanden van elkaar bijenstanden voorkomen, is opzettelijke bloedverversching niet noodzakelijk. Ze geschiedt als 't ware vanzelf. Een enkel ingevoerd Italiaansch volk doet binnen eenige jaren z'n invloed twee uur in 't rond gelden.
F.C. v. B.