Het vereenigen van volken in 't najaar.
Maak geen bijen dood !!

Dit woord is sedert de oprichting der Vereeniging overal doorgedrongen en een ieder heeft zich beijverd om proeven te nemen. Ook ik heb mij daar eenige jaren mee bezig gehouden en die ondervinding brengt mij tot de bekentenis, dat hierin geen voordeel voor den ijmker gelegen is.
Menigeen haalde zich hierdoor een leelijke streep door den neus. Al die oude bijen zijn voor 't meerendeel omgekomen vóór er een goede dracht komt, want dat is gewoonlijk niet vóór 't laatst van April of in 't begin van Mei, tengevolge van slecht weer nog wel later. Wanneer men alleen jonge bijen kon overwinteren zou het iets anders zijn. Heeft men een matig bevolkten, gezonden stok, dan beginne men met voederen in 't laatst van Maart, doe dat geregeld elke week met goede porties, dan zal het volk zich sterk ontwikkeld hebben voor er een honigdracht komt, sterker dan elk ander, dat men met al die oude bijen heeft overwinterd, die bovendien nog honig gekost hebben.

Zoo ben ik er toe gekomen om weer geheel tot mijn ouden sleur terug te keeren, ik koop zwavel, slacht bijen gelijk vroeger en kies de beste, die goed voorzien zijn van honig en volk, voor opzetters. Wanneer een ieder dit deed en nooit bijen werden opgezet met minder dan 17 pond voorraad, daarbij een flinken wasbouw, maar niet alleen met heidehonig, want die is niet goed voor de overwintering, dan zou men in ’t voorjaar niet zoo behoeven te klagen over sterfte onder zijn bijen ten gevolge van loop of dergelijke ziekten. Bij mij sterven nooit geen bijen. Men zorge dus voor een goede inwintering, dan heeft men reeds heel wat gedaan.

M. v. d. MEER, Reek bij Grave.