Werkzaamheden Januari - Februari.



Reeds zijn de donkere dagen vóór Kerstmis voorbij. En nog altijd spot 't weer met den kalender. De winter schijnt maar niet te willen komen. Den 17den December vlogen de bijen nog als op 'n Maartschen lentedag en vandaag zag ik er thuis komen met voorwas.

Indien de loop mede een gevolg is van langdurige opsluiting, dan valt die oorzaak waarschijnlijk dit jaar weg. Maar er dreigt 'n ander gevaar.
Vliegdagen om dezen tijd zijn geen werk- doch uitgaansdagen en kosten den bijen honing. Overal waar de praktijk door balans en thermometer voorgelicht werd, leerde de ondervinding, dat zachte winters gepaard gaan met 'n groot voedergebruik. Stokken, die slecht in hun voorraad zitten, loopen derhalve kans van honger om te komen; vooral wanneer de betrekkelijk hooge buitentemperatuur tot vervroegden broedaanzet leidt.

Menigeen zal nu kunnen ondervinden, dat verkeerde zuinigheid de wijsheid bedriegt.
Intusschen, hoe ongewenscht 't moge zijn, reeds nu in 't bijenleven in te grijpen, als men voeren moet, stelle men 't niet uit.
Vloeibaar voedsel mag echter in geen geval worden verstrekt. 't Zou geheel in broed worden omgezet en de kolonie, die deze weelde dragen kan, moet wel sterke beenen hebben, m.a.w. zeer volkrijk zijn. Suiker is 't eenige voeder, dat vroeg in 't voorjaar dienst kan doen, als honing in de raat ontbreekt.
Suikerdeeg is den bijen wel 't aangenaamst. Men neemt warmen honing - zorg dat hij niet kookt - en kneedt er zooveel suiker door als mogelijk is. Den volgenden dag werkt men er nog meer suiker door en 't deeg is gereed. Bakken is gelukkig niet noodig. Warm toegedekt wordt 't boven den wintertros geplaatst.
Of men vult 'n honingglas met stukken broodsuiker, begiet deze met water, zoodat zij geheel doorweekt zijn, maar niet in oplossing gaan, bedekt 't glas met 'n stuk karton en plaatst 't daarmee omgekeerd op de raten. Trekt men 't papier weg, dan zorgen de bijen wel voor de rest. Met 1 K.G, suiker is men voor 'n maand gered.
Ook honing wordt boven 't winternest gegeven. De raat gaat natuurlijk verloren.

Wanneer in de kapbedekking geen voeropening gelaten is, behandele men de volken slechts op vliegdagen. Snel werken en goed uitkijken zijn noodzakelijk.
Korven, die 'n spongat in den kop dragen, kunnen als kasten worden behandeld.
Gewone korven, die dus niet van 'n spongat voorzien zijn, veroorzaken heel wat last, als de voorraad te kort schiet. De bijen moeten op 'n "vel", d.i. op 'n korf, die raat en honing, maar geen volk bevat, worden overgejaagd. Men haalt den korf van den stal, doekt hem op en brengt hem in 'n verwarmd vertrek. Na 'n paar dagen zijn alle dieren uit hun winterslaap ontwaakt. De doek wordt weggenomen en de korf op 'n geheel ledigen korf (jager) gebonden. "Botst" men den "jager" eenige malen voorzichtig met den kop op den grond, dan storten alle bijen omlaag en 't valt gemakkelijk ze vervolgens in de nieuwe woning, die echter eenigszins verwarmd behoord te zijn, over te storten. Na één of twee dagen op 'n donkere, koelere plaats bewaard te zijn, kan de huif weer op den stal gebracht worden, met de stille hoop, dat 'n vliegdag niet lang op zich late wachten.

Dat "botsen" is 'n lastig werkje en 't resultaat is niet altijd zeker. Wij geven daarom onzen korfijmkers in ernstige overweging slechts groote korven met spongaten te vervaardigen.

Vliegdagen in Februari zijn uitmuntend geschikt om 'n voorloopig onderzoek in te stellen. Bodemplanken kunnen nu ruw gereinigd worden. Bewaar 't "plankwas", 't heeft waarde en zie toe of er onder de doode bijen soms 'n koningin voorkomt.

Wordt er onder de vliegende stokken één opgemerkt, waarvan de bewoonsters binnen blijven, dan kan dit zoowel 'n gunstig als 'n slecht teeken zijn. 't Bekloppen der woning kan ons uitkomst geven. Antwoorden de bijen "kort en goed" dan is de zaak gezond. Krijgen wij geen antwoord, dan is 't volk gestorven of verstijfd. In 't laatste geval kan de kolonie bijgebracht worden, door haar eenigen tijd in 'n verwarmd vertrek te plaatsen. Dikwijls zal 't noodig blijken, na 't opleven dikke, warme suikerstroop te voeren.

Wij hopen van harte, dat de bijen 't U deze maand nog niet lastig maken en dat gij haar met rust kunt laten. Want rust is om dezen tijd nog steeds een der voorwaarden voor de aanstaande ontwikkeling.

Handelaars in ijmkergereedschappen moogt ge thans echter reeds gerust plagen. Doe nu uw bestellingen, als ge geen gevaar wilt loopen, straks te laat te komen.

F.C. VAN BRUSSEL, 29-12-1904