Rectificatie. Met veel genoegen las ik op bldz.182 "Een en ander over heidehoning" van den heer J.H. M. te L.
Een paar opmerkingen :
Dat heidehoning in 't noorden en in 't zuiden van ons land wel van dezelfde kwaliteit zal zijn" ...???
Wel opvallend toch dat vakmannen in 't noorden zoo vaak klagen, in 't zuiden daarentegen eenparig en met recht den heidehonig roemen. Dat geeft te denken!
Met de beide laatste zinnen van 't stukje kan ik 't volstrekt niet vinden. De heer M. te L, is òf een nieuweling, òf heeft vroeger het "Maandschrift" al zeer slecht gelezen.
Heidehoning werd in 't "Maandschrift" herhaaldelijk en met nadruk verdedigd.
In den eersten Jaargang, bldz. 96 (sept. "Vragenbus") en 106 (okt. "Distels") wordt zeer positief gezegd, dat heidehoning (met pollen) alleen geschikt is om te overwinteren.
Nog wenschte ik den heer M. ter lezing aan te bevelen: Vijfden Jaargang, bldz. 80 mei "Vragenbus") en vooral bldz.. 109 en 110 (juli "Brievenbus"), waar uitsluitend dit onderwerp behandeld is. Ook nog Zevende Jaargang, bldz. 89. Eventueel als den heer M. heeft 't ook mij steeds ontstemd, wanneer er kwaad van heidehoning werd gesproken.
Een vijftienjarige praktijk leerde mij dat hier in Noord-Brabant met heidehoning beter en voordeeliger wordt overwinterd dan met grashoning - honing, gewonnen op grasland (kleigrond).
Ik meen den heer M. te hebben bewezen, dat althans ik me, het verwijt van den heidehoning nooit te hebben verdedigd, niet behoef aan te trekken.
Ik herinner me, dat anderen dit eveneens hebben gedaan: het is echter te moeilijk alles na te snuffelen.

W.A. OTTEN, Maarn.