EENVOUDIG BOEKHOUDEN.
In "Der Deutsche Imker aus Böhmen" van Januari wordt een en ander over boekhouden door den bijenteler meegedeeld. Wanneer we dat hier onder de oogen brengen van onze lezers, dan is dat bestemd voor hen, die niet gewoon zijn om iets op te teekenen. Zij, die van hunne andere zaken boekhouden, kunnen 't op hunne wijze inrichten - langs bekende wegen wandelt 't makkelijk, al mag dan 't eene pad wat langer dan 't andere zijn!
Aanteekeningen moeten er gemaakt worden. Daar wordt in 't voorjaar een stok darrenbroedig - op 't goede oogenblik om een flinke dracht te kunnen halen, gaat hij verloren - niets dan schade. Had men nu voor vier jaar maar opgeteekend, dat die stok toen een nieuwe koningin kreeg, dan had men daar rekening mee kunnen houden en er tijdig een jonge koningin in gebracht.
Dat 's een voorbeeld - en zoo kunnen er vele gegeven worden. Wat kan een kleine aanteekening ons niet voor schade behoeden, ons voordeel opleveren. Om geregeld aanteekeningen te kunnen maken, is het 't beste om elken stok een nummer te geven, dat er op de eene of andere wijze op wordt aangeduid. In 't boekje noteert men dat nummer en daaronder teekent men alles op wat er van dien stok te vertellen is, alles wat er mee voorvalt.
Schrikt nu niet, lezers, als we verder van boekhouding gaan spreken. We hebben er geen pondenzware grootboeken bij noodig, die in een brandkast moeten weggesloten worden, we koopen een notitieboekje, dat we in onzen zak kunnen steken.
Men begint met op te schrijven wat er is, we schatten wat 't zoo ongeveer waard is, de inventaris wordt opgemaakt. Dan noteeren we op de volgende bladzijden alles ordelijk onder elkaar, wat we ontvangen en eveneens alles wat we uitgeven, dat is een deel van ons dagboek. Maar we zullen wel eens wat verkoopen, dat niet kontant betaald wordt en we zullen wel eens wat koopen, dat we ook niet dadelijk betalen; 't moet toch opgeschreven worden.
We doen 't op dezelfde wijze als de inkomsten en uitgaven, maar in de binnenlijnen, dat is een ander deel van ons dagboek.
Aan 't einde van 't jaar tellen we de ontvangsten en de uitgaven op, we trekken dat van elkaar af, wat er overblijft is een deel van onze winst. We zien vervolgens wat we nog ontvangen en betalen moeten, 't verschil is ook een deel van onze winst. Om die juister te weten, moeten we weer een inventaris opmaken. De bijenstand zal zeker wel vooruit zijn gegaan, we hebben er wat opzetters bij, we kochten een nieuwe kast en wat gereedschap, 't verschil tusschen dezen inventaris en dien van 't vorig jaar is eveneens voordeel, dit met de reeds berekende winst te zamen, leert ons wat we verdiend hebben.
Dat is toch alles heel eenvoudig. 't Is alleen een voorbeeld voor hen, die gewoonlijk niets opteekenen - zoo zouden ze 't eens kunnen probeeren. De moeite is klein, 't is toch goed, als men weet wat er verdiend wordt - en, heeft men verstand van de zaak, dan zal dat aardig meevallen.