UIT DE PRAKTIJK.



Mijn wijze van werken met ronde korven.


Men kan zijn doel het best bereiken door een zeer sterk volk om te zetten met een dat minder sterk is en dit weer met een zwak.
Bv. : 1 is een sterk, 2 een minder sterk en 3 een zwak. Nu zet men 3 op de plaats van 1, en 1 op de plaats van 2, en 2 op de plaats van 3. Hierdoor verliest 1 wel veel bijen, doch van 2 krijgt het zooveel vluchtbijen terug, dat het zijn broed behoorlijk verzorgen en warm houden kan, 3 daarentegen krijgt zooveel vluchtbijen, dat 't alle gevaar te boven is, maar 't heeft weinig broed en verliest daardoor in den eersten tijd meer bijen dan er bij komen. 2 is bij deze behandeling er 't slechtste aan toe, want 't verliest de meeste vluchtbijen en ontvangt er maar weinige voor terug; na eenigen tijd zet men 't echter weer met een beter om, en zoo kan men tegen den zwermtijd zijne volken zoo ongeveer op gelijke sterkte hebben.
Het spreekt van zelf, dat men zorgen moet, dat er volstrekt geen gebrek aan eten (in dit geval honing- of suikeroplossing) zijn mag.

Nog een voordeel is hieraan verbonden, dat ook wel gewaardeerd mag worden, n.l. de verwisseling van bijen. Ik heb toch meermalen waargenomen, dat een volk, met weinig ijver, omgezet met een dat ijveriger is, zich daarna ook veel vlijtiger betoonde en beter aan de wenschen des ijmkers beantwoordde.
Is deze gelijkmaking goed uitgevoerd, dan zullen de zwermen ook beter gelijktijdig afkomen, en wat dan niet op tijd wil komen, kan men eenvoudig afleggen. 't Zou te uitvoerig worden om alle methoden te beschrijven, waarop kunstzwermen gemaakt worden, ik wil alleen meedeelen hoe ik het altijd het liefste deed. Wanneer de moederstok zwermrijp is, d.w.z. als hij volk genoeg heeft en ook koninginnecellen, die met eieren of maden bezet, of zelfs al gesloten zijn, dan klopt men daarvan de helft of nog iets meer bijen af in een ledigen korf en plaatst dezen op minstens een half uur afstand van den moederstok.

Natuurlijk moet men zorg dragen, dat de koningin er bij is.
Men kan dit gemakkelijk waarnemen, als men den zwerm op een zwarten doek of plank zet. De koningin kan hare eieren niet bij zich houden, als ze zoo onverwachts uit hare omgeving gedreven wordt, ze laat ze vallen, ziet men deze op den doek of plank, dan is het werk gelukt.

Nu komt nog de moeilijke tijd van de nazwermen; vroeger heb ik gezegd, dat het wenschelijk is om maar één zwerm van iedere overwinterde kolonie aan te nemen en het verdere zwermen te verhinderen, maar dit is gemakkelijker gezegd dan gedaan.
Op velerlei wijzen heb ik dit beproefd met meer of minder succes. Het beste beviel mij de volgende handelwijze: De tweede zwerm, die afkomt, vangt men in een ledigen korf, zet dezen op de plaats van den moederstok en laat hem daar drie dagen staan. Den moederstok zet men 2 à 3 voet voor den stal of standplaats; deze verliest daardoor bijna al zijn vluchtbijen en wordt arm aan volk. De jonge koninginnen komen wel uit, maar de zwermlust is geweken, ze worden dan ook afgemaakt. Intusschen heeft de zwerm ook zijn zwermlust, of zooals sommigen zeggen zwermkoorts verloren. Voegt men hem nu na drie dagen weer bij den moederstok, dan zal deze bijna nooit een jongen koninginnezwerm geven.

Hierdoor heb ik altijd het vele zwermen 't best en gemakkelijkst kunnen beletten en alle volken 't spoedigst weer in een normalen toestand kunnen brengen.

R. TUKKER Jr, Breukelen.