WERKZAAMHEDEN IN MAART – APRIL.
Maart beslist over 't al of niet gelukken der overwintering. Bij aanhoudend koud weer eischen de stokken de volle opmerkzaamheid van den ijmker. Zoo noodig moet de voedervoorraad aangevuld worden. Uitgetrokken broed wijst op gebrek. Wie vasten bouw toepast, spijlt honingschollen tusschen de raten; wie lossen bouw beoefent, behoeft slechts 'n gevuld raampje in de huif te hangen. 't Ontzegelen der raten is aan te bevelen. Bij gebrek aan raat, voere men liever stijf-vloeibaren honing dan suikerwater. De eerste toch schijnt 't aanzetten van broed meer te bevorderen, dan de tweede. 't Drenken der bijen buiten de woning is nog steeds gewenscht. Blijven vliegdagen lang achter elkaar uit, dan moet water in den korf gereikt worden.
Voerklompjes kunnen den korfijmker ook als drenkbakjes dienen.
Een der negen mooie dagen, welke Maart ons brengt, moet voor 't onderzoek der volken en 't reinigen der woningen gebruikt worden. De winterbekleeding kan echter nog gerust blijven tot de laatste helft van April. Vooral volken, die aan loop of roer lijden, behooren warm toegestopt te blijven, Verwijder zooveel mogelijk de bevuilde raten en geef 'n schoone woning. Sterk bevuilde raten worden versmolten, minder bevuilde raten kunnen wellicht met lauw water en 'n spons worden gereinigd.
Ook beschimmelde raten worden nu weggenomen, evenals de overmaat aan voedsel. Ontneem uw dieren echter niet te veel. Bij volken in lossen bouw kan darrenraat vervangen worden door werksterraat. De gewoonte, 't grove werk uit strookorven weg te snijden, achten wij onlogisch. De bijen zullen er toch weer darrencellen voor in de plaats bouwen.
Tegen 't einde van Maart worden volken, die in 'n besloten ruimte overwinterd hebben, naar buiten gebracht. Vooral zij dienen tegen sterke temperatuurschommelingen beschermd te worden.
Moerlooze en zwakke of darrenbroedige stokken worden, nadat uit de laatste de koninginnen verwijderd zijn, met middelmatig sterke kolonies vereenigd. Wij waarschuwen ernstig tegen 't zoogenaamde gelijkmaken der volken. Beter 'n klein getal sterke volken, dan 'n groot aantal zwakkelingen.
In April moet elke stok broed hebben aangezet. Bijna overal toch is nu versch stuifmeel te verkrijgen, als de hoeveelheid bijenbrood opgeteerd mocht zijn. Trage volken met 'n goede moer zet men aan door 's avonds lauwwarmen honing te voeren.
Voor niet al te krachtige kolonies kan veel broed echter nadeelig worden. Invallende koude nachten kunnen leiden tot samentrekking van den bijentros en 't afsterven der verlaten larven.
Voorzichtigheid is ook de moeder van de bijenkast.
Waak tegen roovers, maar wees ook op uw hoede tegen de wasmot. Zwavel bij herhaling de ratenkast of uw leege vellen uit. Zwavelkoolstof in 'n met watten gesloten flesch geeft, in de ratenkast geplaatst, voldoenden damp af, om elke wasmotlarve te dooden. Herinner u echter, dat damp van zwavelkoolstof, in de nabijheid van vuur, gemakkelijk ontvlamt.
Nu worden bijen gekocht, liefst in de onmiddellijke omgeving, maar toch zoo mogelijk op tenminste 'n half uur afstands van de standplaats, die ge ze wenscht te verleenen. Door de nieuwe volken uit de nabijheid te betrekken, loopt ge geen gevaar, 'n kat in den zak te koopen. Zoekt ge ze echter te dicht bij u in de buurt, dan bestaat de kans van vervliegen. Roep zoo noodig de hulp van 'n ervaren bijenhouder in.
Koop sterke volken en houd uw volken sterk!
F.C. VAN BRUSSEL, 24 febr. '03.