WERKZAAMHEDEN AUGUSTUS - SEPTEMBER.



Behalve op de heide is de dracht thans overal geëindigd.
Moge de oogst al niet ieder meevallen, bepaald tegenvallen zal zij weinigen.
'n Langer verblijf van den rijpen honing in de honingkamer is nu niet meer gewenscht. Misschien halen de bijen nog haar kostje, maar op vele plaatsen zullen zij reeds aardig aan 't interen zijn.
Gevulde secties vooral dienen nu verwijderd te worden. Weet men voor gedeeltelijk gevulde geen markt, dan ontzegele men ze en laat ze de bijen ledigen, of wel men doet dit zelf in den honingslinger. De slechts met voltooide raat gevulde secties beware men zorgvuldig op 'n stofvrije plaats. Zij geven den volken, wien men ze 't volgend jaar in den sectiebak geeft, 'n aardigen voorsprong.
Geen sectie dient ter markt gebracht, waarvan 't hout niet met schraapstaal of glas van elke onreinheid is ontdaan.

Korfijmkers verwijzen wij nog eens naar de "Werkzaamheden" voor de vorige maand. Wanneer ook zij gebruik maken van de slingermachine, behoeven zij heusch niet meer tevreden te zijn met 14 à 15 cts. per pond. Dan maken zij bij de opkoopers gemakkelijk 20 à 25 cts. en, als zij er zelf op uittrekken, zelfs wel 40 à 60 cts. Men zal verwonderd staan hoeveel zuiveren honing men in z'n naaste omgeving plaatsen kan.
't Moest nu eindelijk eens uit zijn met den vuilen pershoning, die voor ieder, die nagaat hoe hij verkregen wordt, ongenietbaar heeten mag!

Naar de heide brenge men slechts zeer sterke volken, liefst met jonge koninginnen. Bij de lage temperatuur, die mogelijk is, doen zwakke volken niets, vooral niet als men ze nog dwingt te bouwen. En 'n jonge koningin is noodig om de kolonie op kracht te houden, wijl duizenden dieren op de heide 'n vroegtijdigen dood vinden.
Duldt niet, dat de een of ander z'n volken voor de uwe opstelt. 'n Groot deel uwer bijen zou in zijn woningen verdwalen.
Wie zijn stokken niet geregeld kan nagaan geve niet al te wijde vlieggaten. Er wordt op de heide, vooral in 't laatst der dracht soms ontzettend geroofd.
Bij 'n overvloedigen oogst is geregeld bezoek - eens per week b.v. - gewenscht, om zich te overtuigen, dat er voldoende ruimte voor 't bergen van den honing aanwezig is.
Wie onverhoopt niet gedwongen wil zijn op de heide te moeten voeren, draagt natuurlijk zorg, dat hij z'n dieren niet allen voorraad ontneemt.

Waar de honingbronnen opdroogden en men den bijen geen nieuwe weide weet te verschaffen, zijn roovers te vreezen. Allereerst vermijden ze 't vlieggat en trachten door naden en kieren binnen te dringen, maar straks worden ze brutaler en onbeschaamd gaan ze den hoofdingang der vreemde woning binnen. Stelen de bijen van uw buurman, 't is niet zijn schuld maar de uwe. Gij moet zorgen voor 'n nauw krielgat, voor niet te veel ruimte, zoodat er geen onbezette raten aanwezig zijn voor sterke volken en voor de aanwezigheid van 'n koningin.
Moerlooze en zwakke volken worden wis 'n prooi der roovers. Verenig de zwakkelingen en geef den sterken, voor zoover zij geen koningin blijken te bezitten, 'n nieuwe, maar stelt u niet in 't hoofd nu nog moederbijen te kunnen fokken. Daarvoor is de tijd thans voorbij.
Stokken, die na 't eindigen der dracht hun darren niet hebben verdreven, zijn op moerloosheid te onderzoeken.
De sterkte der kolonies vermindert nu soms zienderoogen.

Toediening van vloeibaar voedsel - ongeveer 1/2 pond per dag - bevordert den broedaanzet en maakt, dat ge met tal van jonge bijen den winter kunt ingaan. Dat is winst voor 't volgend jaar.
Maar morst niet met 't voer en ook niet met den honing.
Wie dat doet, maakt roovers.

Bergt uw overtollige raten, vooral als zij stuifmeel bevatten motvrij op, na ze eerst uitgezwaveld te hebben. Ledige raten zijn 'n deel van 't kapitaal van den ijmker. Wie raat laat slingeren of de ledige woningen niet volkomen sluit kweekt wasmotten.
Maakt, als 't nog noodig is, alles gereed voor de volgende inwintering en vooral :

Houdt uw volken sterk !


F.C. v. Brussel.