Het inzetten van jonge bevruchte koninginnen.
Een der grootste moeielijkheden in de bijenteelt is misschien wel: het inzetten van jonge bevruchte koninginnen bij moederlooze, of afgezwermde moederstokken. De verschillende modellen koninginnekooitjes - tot het verouderde vlierhoutje incluis te bespreken, zou me te ver voeren. De goede hoedanigheden daarvan, ik wil er geenzins aan te kort doen, maar de mensch, hoe overtuigd ook van het goede, zoekt altijd naar iets beters, iets, dat gemakkelijker is. En gemakkelijker, eenvoudiger in de uitoefening vind ik mijn methode na herhaalde proeven. Even merk ik op, dat ik soms meer dan noodig is in mijn bijen werk, alleen met het doel om te onderzoeken.
Toch moet ik, zooals zoovelen uitroepen: wat weet ik er nog weinig van. Doch ter zake. Voor mijn doel heb ik twee ratenrekken gemaakt. Aan het eene rek hang ik den ganschen bouw met de moederlooze bevolking, en aan het andere rek den bouw met bijen en koningin uit de koninginneteelt. Alles laat ik ongeveer een vijf minuten hangen, beschut tegen te felle zon of de koude. Dan neem ik het raam met bijen en koningin, hang dit eenvoudig tusschen het moederlooze volk, en verder een raam met broed en bijen, dit hang ik bij het nu moederloos geworden volk uit de koninginneteelt, dat ik weder na keuze een nieuwe koningin laat opkweeken.
Als alles nog een paar minuten aan het rek heeft gehangen, waardoor de lucht van den korf er wat afgaat, breng ik de respectieve volken weder op hun plaats in de woning. Als bewijs voor het wel slagen der proef diene nog dit: aan een sterk bevolkten moederstok ontnam ik de koningin met twee ramen met broed en bijen, na acht dagen hing ik ze er op de boven beschreven wijze weer bij met hetzelfde gunstige resultaat.
Moge 't bovenstaande tot navolging leiden en dat dan de uitkomsten in 't "Maandschrift" worden medegedeeld.
H. Hiddingh Rz., Annerd-Kanaal.