Mededeelingen.
Maaskant N.-B. Met de eerste Meidagen - of onze wensch op 't einde van 't vorig bericht een profetie ware - kwam een lief koesterend zonnetje alle lenteguurheid verdrijven. Haar verkwikkende, weldadige warmte veranderde alles als bij tooverslag en bracht spoedig de gansche natuur in volle Mei pronk. Bij duizenden ontplooide de Paardebloem heur zachtgele kroontjes in de groenende weiden en de bijen "dartel van veel overvloed" zoemden en gonsden daar in dolle vreugd. Spoedig was nu alle leed vergeten en de voederton gesloten, want zoo rijk was de dracht, dat een gewoon goed bijenvolk van 4 tot 9 Mei tien tot twaalf pond honig verzamelde. Toen reeds kwam 'n enkele vroege zwerm en rond den l2den Mei kreeg ieder z'n eersteling. Jammer genoeg, was de tweede Mei-helft minder gunstig dan de eerste. Weer kwamen natte, gure dagen, die de honingdracht zeer verzwakten, doch de gestadige ontwikkeling der koloniën niet konden belemmeren. Over 't algemeen valt de zwermtijd hier toch ’n paar weken vroeger dan ’t vorig jaar.