Van over de grenzen.


Carbolineum en bijenkasten. In "The Britisch Bee Journal" van 20 Dec. bespreekt een practisch bijenhouder 't materiaal, waarvan hij zijn kasten maakt, hij gebruikt daarvoor greenen hout. Hij vond dat de kasten, die aan weer en wind waren blootgesteld, te schilderen niet voldeed. Vocht dringt er doorheen, de verf bladert er af, of bedekt een verteerd boeltje. (Zou er dan wel goede verf gebruikt zijn? Red.)

Iets dat in 't houtweefsel dringt en bederf weert, is te verkiezen. Van allerlei preparaten voldeed carbolineum 't beste. Eerst werden de afgewerkte kasten daarmede bestreken, maar later het nog niet in een getimmerd hout van alle kanten; eenige dagen werd 't dan ter zijde gesteld om 't carbolineum er goed in te laten trekken, dan werd de kast in elkaar getimmerd en aan de buitenzijde nog eens met een laag bestreken. De kasten houden zich best en 't warme bruin is een prettige kleur voor 't oog.

Maar nu lezen we in 't nummer van 17 Januari: Aan mijn vakgenooten (en in 't bijzonder aan vriend Wit), die er over denken om carbolineum als behoedmiddel voor de deksels van bijenkasten te gebruiken, zou ik den raad van Punch, omtrent 't huwelijk willen herhalen: „Doet 't niet. Maar enkele nummers terug werd in ,,B. B. J. gewaarschuwd, nog wel door een ervaren jurylid voor honig, tegen een te ruim gebruik van met carbol gedrenkt doek, als er honig werd uitgenomen, en ik ben overtuigd dat, als de lucht van carbol voor een oogenblikje al kwaad kan doen, dan honig, verzameld en mogelijk gedurende maanden bewaard in kasten met sterk riekend carbolineum bestreken, daarmede besmet moet zijn.
't Is wel zeker, dat er geen beter voorbehoedmiddel is dan te schilderen met goede verf. Ik gebruik korven, nu in goeden staat, zoo geschilderd, die in 't jaar 1880 gemaakt werden.