Algemeene Vergadering der Vereeniging tot Bevordering
der Bijenteelt in Nederland op 18 April 1907.
Op dezen datum kwamen Hoofdbestuur, Afgevaardigden der Afdeelingen, leden der Vereeniging voor Bijenteelt ter Algemeene Vergadering te zamen in 't Gebouw voor Kunsten en Wetenschappen te Utrecht. De opkomst was al weer talrijker, aan de Bestuurstafel een voltallig Hoofdbestuur en de Algemeene Secretaris-Penningmeester, verder in de zaal een vijftigtal afgevaardigden, vele belangstellende leden, onder wie een viertal dames-leden.
Met een welkom tot de aanwezigen wordt de vergadering door den Voorzitter geopend. De notulen van de vergadering van 29 Nov. l.l. worden door den Algemeenen Secretaris voorgelezen, na goedkeuring door de vergadering, brengt de voorzitter dank uit voor 't getrouwe verslag. Punt 2 der agenda levert geen stof op.
De Voorzitter wil van deze gelegenheid gebruik maken om mede te deelen, dat de vroeger uitgesproken vrees, dat er geen liefhebbers zouden zijn voor de officiëele leerstallen, ongegrond is gebleken, van 27 personen zijn er aanvragen ingekomen.
Aandacht is gegeven aan 't geen opgemerkt werd omtrent de vele werkzaamheden van den leeraar. 't Aantal per Afdeeling te houden lezingen zal beperkt, 't geven van spreeklessen zal geregeld worden.
Rapport wordt uitgebracht bij monde van den heer H. KWINDT voor de daarvoor aangewezen Afdeelingen Amerongen en Doorn, die de heeren W.A. van Os, Amerongen en H. KWINDT daarmede belast hadden, over de Rekening en Verantwoording van den Algemeenen Penningmeester over 1905. De rekening werd accoord bevonden en tot goedkeuring wordt geadviseerd, waarmede de Vergadering zich vereenigt. (Zie mei ‘07.)
De Algemeene Secretaris brengt onder de onverdeelde aandacht der vergadering verslag uit over 1906. (Zie mei ‘07)
Van de Bestuurstafel wordt opgemerkt, dat er nog in dient opgenomen te worden, dat er gelegenheid verkregen is voor 't onderzoek van honig, en 't Hoofdbestuur dit onder zijn leiding heeft genomen.
Het verslag wordt daarna goedgekeurd, de Voorzitter brengt dank uit voor de wijze waarop de Secretaris zich van zijn taak gekweten heeft.
De Afdeelingen Apeldoorn en Tiel waren aangewezen om de Rekening en Verantwoording van den Algemeenen Penningmeester over 1906 na te zien, de heeren J. ESMEIJER, Apeldoorn en J.A. HEUFF, Tiel, hadden deze opdracht vervuld en hebben ze accoord bevonden. Bij de toelichting wordt door den heer ESMEIJER een woord van waardeering gesproken over 't overleg van den leeraar, die inderdaad een leiddraad zou kunnen uitgeven om op de goedkoopste wijze de meest verwijderd gelegen deelen van ons land te bezoeken.
Het batig saldo der rekening is, niettegenstaande 't aantal leden met ruim 400 is toegenomen, meer dan f 200.- kleiner. Eenige posten leveren grooter verschil op, bijv.: De kosten van 't „Maandschrift" zijn hooger, maar dit is een gevolg van 't grooter aantal leden. De reiskosten zijn f 130.— meer, omdat de afgevaardigden der Afdeelingen vergoeding ontvingen. Voor buitengewoon drukwerk is f 73.— meer besteed. De subsidies aan de Afdeelingen zijn daarentegen nagenoeg f 200.— minder, voor examen-kosten werd geen geld uitgegeven, de administratiekosten waren ongeveer dit bedrag hooger. De laatste post, salaris, enz. van den leeraar, is wel de hoofdoorzaak van 't grootere bedrag der uitgaven. In 1905 trad de leeraar eerst in Juli in functie, in 1906 was hij 't geheele jaar werkzaam, een en ander bracht een meerdere uitgave van ruim f 1000.— mee.
De Voorzitter zegt dank voor de gegeven toelichting, na goedkeuring der Rekening en Verantwoording, komt de motie Veenendaal in behandeling.
Voor den inleider 't woord heeft, zegt de Voorzitter, dat 't Hoofdbestuur zich niet vereenigen kan met 't denkbeeld der motie, door haar zouden leden, die nu in 't Hoofdbestuur zitting hebben, daar uitgesloten worden, 't valt niet uit te maken wie handelaar is of niet. 't Hoofdbestuur maakt er geen voorstel van, maar wenscht wel de meening omtrent 't beginsel te hooren, 't werd reeds in eene vroegere vergadering besproken en verworpen, 't is gewenscht dat dit punt van de baan komt.
De heer VAN DER KAAY, afgevaardigde van de „Geldersche vallei" deelt mede, dat men in zijn Afdeeling oordeelt, dat men als handelaar onvermijdelijk in strijd komt met de belangen der bijentelers, en men als lid van 't Bestuur te zeer gelegenheid heeft om eigen voordeel te bevorderen. Eenige gevallen die voorgekomen zijn, worden meegedeeld. Handelaar is hij, die zijn bestaan vindt door den handel in producten der en benoodigdheden voor de bijenteelt.
Een zevental afgevaardigden en leden bespreken nog de motie, mogelijke misbruiken door handelaren worden erkend, dan moeten die ter verantwoording worden geroepen; in menige afdeeling hebben juist de handelaren zeer veel gedaan, de beste leden zou men verliezen; onmogelijk houdt men 't om aan te geven wie handelaar is, wie niet. 't Voorstel vindt bij geen der sprekers steun.
De heer ESMEIJER heeft bij zijne bestrijding der motie er bij stil gestaan, dat de Afdeeling „Veluwezoom" in hare vergadering op 21 Februari wel verklaarde niet met de motie mede te gaan, hoewel ze het met 't beginsel eens is, eenige toelichting omtrent deze beschouwing zou gewenscht zijn.
Mr. VAN DAALEN deelt mede, dat 't in de „Veluwezoom" verhandelde met 't oog op de ruimte in „'t Maandschrift" te beknopt door den Secretaris is weergegeven en daardoor niet juist den zin van 't gesprokene bevat.
De Voorzitter wijst den Afgevaardigde van de „Geldersche vallei" er op, dat de motie geen steun vond, deze wenscht toch stemming. De heeren L.C. DIJXHOORN en G. TUKKER worden uitgenoodigd om 't stembureau te vormen.
Na stemming blijkt het voorstel verworpen te zijn met 47 tegen 4 stemmen, l stem blanco.
Aan de orde is de verkiezing van 3 leden van 't Hoofdbestuur; aan de beurt van aftreding zijn: de Voorzitter, de 2de Voorzitter, het lid Mr. A.C. VAN DAALEN, die allen herkiesbaar zijn. Door het Hoofdbestuur wordt een lijst van dubbeltallen meegedeeld. Naar aanleiding van een voorstel om bij acclamatie tot benoeming over te gaan, wordt er op gewezen, dat dit in groote Vereenigingen, al mag men op 't oogenblik er nog zooveel voor gevoelen, onraadzaam is de stemming moet zoo onbelemmerd mogelijk blijven.
De wenschelijkheid wordt uitgesproken om bij volgende gelegenheden de gestelde dubbeltallen, of eventueel door Afdeelingen te stellen candidaten, in 't „Maandschrift” tijdig mee te deelen. Menigmaal zijn 't in de Afdeelingen minder bekende personen, de leden hebben dan gelegenheid nader op de hoogte gesteld te worden.
Na afloop der stemopname blijkt, dat de aftredende bestuursleden met overgroote meerderheid zijn herkozen, zij verklaren bereid te zijn de benoeming te aanvaarden, wat door de vergadering met hartelijke belangstelling wordt begroet.
't Woord wordt gegeven aan den heer H. STIENSTRA tot inleiding van 't voorstel der Afdeeling Steenwijkerwold en Omstreken.
Spreker verwijst naar de toelichting, staat een oogenblik stil bij den coöperatieven verkoop der producten, hetgeen bij een goede organisatie zeker groote voordeelen op zou kunnen leveren. Maar daar zijn we nog niet aan toe. In zijn Afdeeling wordt wel de honig der leden te zamen verkocht, maar de risico wordt welwillend voor privé-rekening door belangstellenden gedragen, van coöperatie is eigenlijk geen sprake, de omzet is op deze wijze ook niet voldoende
Van lossen bouw verwacht men betere resultaten dan van vasten bouw, maar 't omzetten van 't oude bedrijf is iets waarvoor kapitaal noodig is, en dat ontbreekt. Met Gravenhorster boogkorven is 't beproefd, maar velen hebben daarmede geen succes gehad, men zou die zelve kunnen vervaardigen, intusschen bleken ze dan menigen keer niet goed gemaakt, 't voordeel ging verloren.
Koopt men een goede woning met lossen bouw, dan moet men daarvoor ongeveer f 6.— betalen, wenschen zich een 1000-tal kleinere bijenhouders die aan te schaffen, dan betalen zij daar voor f 6000.—.
Kunnen die woningen onder leiding van de Vereeniging worden besteld, dan zal dat bedrag mogelijk f 4000.—, f 3000.— worden en al dadelijk heeft men een aanzienlijk voordeel.
't Hoofdbestuur trachte daarom woningen voor lossen bouw op goedkoope wijze te leveren.
De heer NETSCHER wijst er op, dat de inleider zoo herhaaldelijk 't woord misschien heeft gebruikt, — 1000 kasten zullen misschien f 4000.— kosten — meer stellige gegevens waren zeker gewenscht geweest. Er moet dan ook een model-woning zijn, heeft men een woning op 't oog, moet de heer VAN GIERSBERGEN die aanwijzen? Er zit zeker veel goeds in 't denkbeeld, coöperatie kan gunstig werken, Afdeelingen kunnen de handen ineen slaan en daarbij rekening houden met de toestanden der omgeving.
De heer ESMEIJER hoorde den inleider met genoegen. De losse bouw vindt zeer langzaam ingang, daarvoor zijn vele redenen. Als men van 6 opzetters in ouderwetsche strookorven jaarlijks 30 à 36 korven krijgt, die elk 30 pond honig geven, kan men zich voorstellen, dat men nog voor geen verandering is. In de Afdeeling Apeldoorn wordt er naar gestreefd om den lossen bouw te bevorderen, de helft van de bijenhouders heeft lossen bouw, de raathonig wordt beter gevraagd en beter betaald. Getracht is er om een raam, dat van KELTING, meer algemeen te maken. Ieder kan de kast, die hem 't beste aanstaat, zelf maken, daarin hangt men die ramen, en schudt er na de boekweit de vereenigde volken op. De dracht op de heide geeft dan een goede gelegenheid om in die kasten door de afgeklopte volken raathonig te doen winnen, op deze wijze zal de bijenteelt met lossen bouw stellig meer toegepast worden. We moeten trachten een standaardraam te krijgen, daarvoor moet de leeraar propaganda maken.
De heer A. BEIL, Dinxperlo, is zeker voor een standaardraam. Wij moeten daarbij er rekening mee houden, dat vette korven niet meer vrij van inkomend recht in Duitschland kunnen worden ingevoerd, maar wel honig met levende bijen in kleinere kasten, daarna zouden dan ook de afmetingen van 't raam berekend moeten worden.
De heer KELTING zegt, dat Duitschland vroeger de leiding in de bijenteelt had, nu is Amerika vooruit. Maar 't Amerikaansche raam is te lang, 't Engelsche voldoet hier beter, vooral voor mooi broed.
De Voorzitter merkt op, dat er nu al vier systemen van ramen besproken zijn en verzoekt bij 't behandelde punt te willen blijven.
De heer STIENSTRA meent, dat uit te maken moet zijn welk systeem 't beste is. 't Hoofdbestuur trachte goedkoope kasten te verkrijgen, voorondersteld wordt dat de leeraar veel voor Gerstung's bijenwoning voelt; 't kan op 't programma voor een tentoonstelling gebracht worden, uit de gedane inzendingen doet men een keuze. 't Is iets dat van de Vereeniging uit moet gaan, de kleinere Afdeelingen kunnen dat niet beginnen.
De heer WIGMAN herinnert er aan, dat vroeger een Afdeeling kasten aan haar leden heeft gegeven, bij slot van rekening konden de meesten er toch niet mee uit den voet, de kasten verhuisden geleidelijk naar den zolder. 't Zou met de 1000 kasten ook kunnen gebeuren, dat 't meerendeel als turfkisten gebruikt werd.
De heer NETSCHER voelt veel voor coöperatie, maar is dit nu wel een weg? Waarom wordt er van 1000 kasten gesproken? Zullen we die zoo zeker kwijt raken? Kunnen we er op vertrouwen, dat ons die kasten ook betaald zullen worden? Laat de Vereeniging kasten voor de leden maken, dan is er toch eigenlijk geen sprake van coöperatie.
De heer TUKKER wijst op de weinige kans, die er is om tot eenheid te komen, overal heeft men verschillende, in Amerika heeft men een achttal verschillende ramen. Daar gaat 't om den raathonig, daarom heeft men er lage ramen, in Duitschland wenscht men slingerhonig en gebruikt men hooge ramen.
De Voorzitter verzoekt niet meer in beschouwingen over ramen te treden.
De heer COPPENS zou op de leerstallen verschillende kasten willen laten plaatsen, de daar opgedane ondervinding zou dan tot een beslissing kunnen leiden, vervolgens zou men kunnen laten inschrijven.
De heer VAN Es vindt de prijzen der bijenwoningen, f 5.— à f 6.—, veel te hoog, ze moesten een daalder kosten. Dit geeft den Voorzitter aanleiding om hem aan te raden voor zoo'n kast propaganda te maken op de aanstaande tentoonstelling in den Haag.
Mr. VAN DAALEN wenscht dat aan 't Hoofdbestuur zal opgegeven worden hoeveel kasten er verlangd zouden kunnen worden en dat aantal dan aan te besteden.
De heer ESMEIJER verontschuldigt zich, dat hij van 't punt in behandeling moet afwijken, hij moet de vergadering gaan verlaten en de heer HANS MATTHES verzocht hem mee te willen deelen, dat bij hem gelegenheid bestaat om bijenwoningen tegen diefstal te verzekeren, de billijke condities zullen op aanvrage gaarne toegezonden worden.
Na nog eenige opmerkingen, verklaart de heer STIENSTRA het voorstel der Afdeeling Steenwijkerwold en Omstreken te handhaven en leest het 4de punt daarvan voor, hij wenscht dat daarover gestemd zal worden. Propaganda voor een kast is gewenscht en wel zou 't jammer zijn als de ijmkers slachtoffer zouden worden van meeningverschil over raampjes. 't Beginsel is te mooi om 't voorstel in te trekken.
Verschillende sprekers voeren nog 't woord. Gevreesd wordt dat de in 't voorstel aangewezen middelen, hetgeen overblijft van 't bedrag, dat dit jaar voor de leerstallen is aangewezen, en dat dan nog geen f 300.— zou zijn, van te weinig belang zijn. De finantiëele krachten zouden 't niet toestaan. De Vereeniging is een propagandavereeniging, geen handelsvereeniging. Nu wordt overgegaan tot stemming over punt 4 der toelichting:
Het is zeer gewenscht, dat het Hoofdbestuur pogingen aanwende om den eenvoudigen ijmkers op billijke wijze woningen met lossen bouw te verschaffen.
Hierop heeft geen der afgevaardigden iets tegen, het voorstel wordt met algemeene stemmen aangenomen, en de eenvoudige ijmkers kunnen zich hierop in de toekomst verheugen.
Bij de omvraag informeert de heer VAN Es, wat er met 't oog op de honigvervalsching verwacht kan worden?
De Voorzitter deelt mede, dat de Regeering gelegenheid tot onderzoek heeft opengesteld, dat daar monsters zuiveren honig worden onderzocht, wat als standaard zal kunnen dienen. De regeling blijft in handen van 't Hoofdbestuur, een der leden had zich reeds tot 't Bureau in Amsterdam gewend, dat daar natuurlijk niet op in kon gaan.
De heer VAN Es vraagt nog of tijdens de Landbouwtentoonstelling te 's Gravenhage, daar ook door ons vergaderd zal worden?
Dit denkbeeld vindt wel instemming bij de Vergadering, 't Hoofdbestuur zal 't op de agenda plaatsen.
De heer VAN DER VEEN dringt met klem aan op 't verleenen van een subsidie aan de pas opgerichte Afdeeling Assen, die wilde deelnemen aan een historischen optocht ter viering van het 100-jarig bestaan van Assen, daarbij er op wijzende, dat vroegere aanvragen om subsidies steeds afgewezen werden.
De Voorzitter zou 't verzoek in de Bestuursvergadering brengen, maar meende dat deze aanvrage te zeer iets van lokalen aard is om voor bewilliging in aanmerking te kunnen komen.
De heer OOSTING vraagt of 't mogelijk zou zijn 't vervoer van bijen per spoor beter geregeld te krijgen, op 't eene station van 't Staatsspoor wordt toegestaan dat men bij de bijen in den wagen gaat, op 't andere niet.
Verwezen wordt naar de reeds meermalen gedane mededeeling, dat alleen bepaalde, goed omschreven klachten, die bij de Directie worden ingediend, eenig gevolg kunnen hebben.
De heer TUKKER meent dat bij 't Staatsspoor wel op voordeeliger condities zou aangedrongen kunnen worden.
De heer KELTING deelt mede, dat op de lezing van den heer VAN GIERSBERGEN in den Haag biljetten werden rondgedeeld van een honigleverancier uit Oldenzaal. Zijn aandacht was er op gevestigd door iemand, die geredeneerd had dat 't wel goede waar zou zijn, omdat die biljetten werden rondgedeeld in een zaal, waarin propaganda voor de Vereeniging voor Bijenteelt werd gemaakt. De proef was hem slecht bekomen, 't is niet goed dat er zoo gelegenheid gegeven wordt om waar aan den man te brengen.
De heer VAN Es, bestuurslid der Afdeeling Noord- en Zuid-Holland, zegt, dat het verspreiden van die biljetten, zoodra als 't opgemerkt werd, verboden is.
De heer TUKKER informeert naar 't verschijnen van 't Jaarboek der Vereeniging.
De heer WIGMAN deelt mede dat vóór 't einde der maand de eerste exemplaren gereed zullen zijn.
Niemand verlangt meer 't woord. De Voorzitter brengt dank voor de opkomst, in 't bizonder aan de aanwezige dames, en sluit de vergadering.
J.C. BOSCH, Wijk a/Zee, April 1907.