Algemeene Vergadering der Vereeniging tot Bevordering der Bijenteelt,
gehouden te Utrecht, 19 December 1907.


De Vereeniging hield deze Vergadering om 12 uur, in 't Gebouw voor Kunsten en Wetenschappen.
Bij den aanvang der Vergadering waren van het Bestuur aanwezig de Voorzitter en het lid, de heer VAN DUIJFHUIJS BEIJNEN, de afgevaardigden van een 17-tal afdeelingen en eenige leden, een vijftal damesleden.
Met een welkom opent de Voorzitter de Vergadering. De notulen der vorige worden door den Algemeenen Secretaris voorgelezen en door de Vergadering goedgekeurd.

De Voorzitter doet eenige mededeelingen :
Besloten is het salaris van den Leeraar in 1908 met f 150.— te verhoogen.
't Denkbeeld is geopperd om de taak van den leeraar te verlichten door cursussen te laten geven door hen, die in 't bezit van 't diploma der Vereeniging zijn.
Gewezen wordt op de in een der lokalen tentoongestelde bijenkasten, dit naar aanleiding van 't in de vorige vergadering behandelde.
Aan 't Rijkslaboratorium worden de onderzoekingen voortgezet in verband met de samenstelling van honig en de vervalschingen, die daarbij voorkomen.

Na 't oproepen der aanwezige Afgevaardigden en de benoeming van een afgevaardigde, de heer J.C. BOSCH, Wijk aan Zee, voor de verspreide leden, komt de begrooting in behandeling.
Voor algemeene beschouwingen vraagt de heer S. FRANKENHUIS, Haaksbergen, 't woord. Hij kan zich niet vereenigingen met den inhoud van 't „Maandschrift", eene meening, die ook gedeeld wordt in zijn Afdeeling en die wel instemming vindt bij 't meerendeel van de leden der Vereeniging. Men vindt daarin niet wat men wenscht.
De werkzaamheden, die op bepaalde tijden verricht moeten worden, is een rubriek die ieder met belangstelling volgt, welke vooral voor hem, die begint, van groot nut is. 't Is zeer gewenscht, dat die daarin weder een plaats krijgt. Wordt in 't eene nummer een zaak zus bekeken, in 't volgende bekijkt een ander ze zoo, geen redactioneele uitspraak wijst den weg, de lezers weten dan ook niet waaraan ze zich moeten houden. De inhoud van 't in den loop van dit jaar verschenen blad „De Practische Imker" geeft beter wat 't meerendeel der lezers verlangt, nuttige wenken worden daarin gegeven.

Zou 't ook niet gewenscht zijn om den boekvorm af te schaffen, 't blad meer als een courant uit te geven? Gelegenheid moet er zijn om in het blad officiëele berichten der Afdeelingen op te nemen. Verder zijn illustraties in een dergelijk blad een eisch van den tijd. Nu in het Decembernummer vermeld is, dat er wijziging in de redactie zal plaats hebben, kan bij die wisseling met deze opmerkingen mogelijk rekening gehouden worden.

Spreker wijst op f 75.-, die voor de bibliotheek zijn uitgetrokken en oordeelt, dat dit bedrag teveel is. 't Gebruiken van een boek uit de Bibliotheek kostte hem nagenoeg f 0.50, die uitgaven zullen het gebruik ook niet bevorderen.
't Bedrag van f 400.- voor de leerstallen uitgetrokken, vindt spreker enorm hoog, dat kan niet goed worden gemaakt door een enkele praktische les, die de heer VAN GIERSBERGEN op een leerstal geeft. De heeren J.M. VAN Es, Rijswijk en F.AUG. KELTING, Santpoort, zijn er over verwonderd, dat er in 1908 geen jaarboekje zou uitgegeven worden.

De Voorzitter zegt, dat er wel een ledenlijst zal verschijnen, maar dat de verdere inhoud van 't „Jaarboekje" niet zoo belangrijke wijzigingen ondergaat om een nieuwe uitgave noodig te maken. Van het nu verschenen zijn nog exemplaren in voorraad, die aan nieuwe leden kunnen toegezonden worden. Verzekerd kan worden, dat én 't „Maandschrift", én de modelstallen punten van voortdurende zorg van 't Hoofdbestuur zijn. Bij 't aanstellen van een nieuwen titularis kan met de gegeven opmerkingen rekening gehouden worden, 't Aankondigen van vergaderingen kan moeilijk met het oog op de beperkte ruimte, ook de tijd van de aflevering der copie, het maar eens in de maand verschijnen, leveren bezwaren op.
't Is bekend, dat de postwet gewijzigd en er van drukwerk minder port zal geheven worden. Dat zou van invloed kunnen zijn op de uitgave van 't „Maandschrift", nagegaan zou kunnen worden of dan een courantvorm voordeelen oplevert, vroeger heeft men daartoe niet willen overgaan. De kosten van een weekblad zouden veel te hoog zijn.

Voorgesteld wordt om deze algemeene beschouwingen te staken, 't is te verkiezen op bizondere punten bij de behandeling daarvan terug te komen, aan de orde zijn de ontvangsten, wier totaal f 4872.26 bedraagt, en die tot geen besprekingen aanleiding geven.
Bij de uitgaven, die aan de orde komen, wil de heer J. Esmeijer, Apeldoorn, nog even bij 't „Maandschrift" stilstaan. Men wil graag een weekblad hebben, zou er dan geen contract te sluiten zijn, b.v. met de uitgevers van „Floralia".
De Voorzitter zal niet stilstaan bij verdere bezwaren aan een dergelijke overeenkomst verbonden, maar „Floralia" kost f 1.80 per jaar, dat zou voor 2300 leden een uitgave van meer dan f 4000.- zijn.
De heer ESMEIJER laat in dat geval zijn denkbeeld geheel varen. Hij verzet zich tegen 't steeds hameren op 't „Maandschrift", dat overigens in alle vereenigingen 't geval schijnt te moeten zijn. Laat men dan aangeven hoe men wil verbeteren. Een orgaan kan alleen dan iets voor de leden zijn, als zij door de daad hun belangstelling toonen. Of men die tijdschriften hier of in 't buitenland opneemt, 't komt alles zoo ongeveer op 't zelfde neer.
De Voorzitter zegt, dat de Hollanders zoo weinig behoefte schijnen te hebben om hunne ervaringen mee te deelen, in buitenlandsche bladen, die hem onder oogen kwamen, droeg iedereen wat bij, dat gebeurt in ons land niet.

De heer J. POMPE, Bussum (mogelijk is deze naam verkeerd verstaan) zou in 't „Jaarboekje" meer praktische wenken willen zien. 't „Jaarboekje" wordt ter hand genomen en gelezen, de losse nummers van 't „Maandschrift" raken verloren, ze komen niet onder de oogen.
De heer HANS MATTHES, Breukelen, zou door een hoogere contributie ook 't mogelijk willen maken om aan uitgave en redactie meer ten koste te leggen, die b.v. f 5.- betaalden, zouden daarvan kunnen profiteeren.
De heer R. TUKKER JR., Breukelen, wenscht meer praktische stukken, vooral in de latere nummers komen artikelen voor, die te weinig met de praktijk voeling hebben.
Er bestaan toch zulke tijdschriften, o.a. „American Bee Journal", waarin van aangewezen vakmannen in elk nummer geregeld een bijdrage voorkomt. De druk is ook te groot, was de druk kleiner, dan zou er wel ½ bladzijde uitgespaard kunnen worden om vergaderingen aan te kondigen. Combinatie met eenig ander blad vindt spreker niet gewenscht; de tegenwoordige vorm behoeft niet gewijzigd te worden, de verschenen jaargangen kunnen ingebonden en zoo netjes bewaard worden.
De heer P. EGMOND, Westerblokker, bekijkt de uitgave van uit een esthetisch oogpunt, hij wordt naar, als hij daar opeens met erge dikke letters vuilbroed of zoo iets tusschen den tekst gedrukt ziet staan.
De heer J. QUINT, Doorn, geeft in bedenking om ter besparing van ruimte de vereenvoudigde schrijfwijze toe te passen, vele lezers zouden dat zelfs makkelijker begrijpen.
Na nog eenige beschouwingen, waarbij de voorzitter verklaart, dat 't Hoofdbestuur alle aandacht aan 't „Maandschrift" schenkt en zooveel mogelijk rekening zal houden met 't besprokene, wordt overgegaan tot den volgenden post.

De heer H. STIENSTRA, Frederiksoord, meent, dat men meerdere en betere bijdragen zou kunnen verkrijgen door 't honorarium aan de medewerkers te verhoogen.
Bij „kosten voor de Bibliotheek" geeft de heer L.J. LEEMPUTTE, Beek en Donk, in overweging om in de lijst der boeken en tijdschriften de titels te vertalen.
De Voorzitter merkt op dat, als men den titel niet lezen kan, de inhoud van 't boek zeker niet gevolgd zal kunnen worden. Naar aanleiding van vroeger gedane opmerkingen wordt gezegd, dat bij 't uitleenen van boeken rekening gehouden moet worden met 't bestaande reglement, eerst door een wijziging van 't reglement zou daarin verandering gebracht kunnen worden.
„Buitengewoon drukwerk" geeft aanleiding tot besprekingen. Wordt er alleen een ledenlijst uitgegeven, dan zou, zooals de heer ESMEIJER opmerkt, 't formaat gewijzigd kunnen worden.
De heer STIENSTRA voelt veel voor de uitgave van één jaarboekje, dat in vrije oogenblikken ter hand genomen kan worden, met een inhoud zoo ongeveer als 't nu gedrukte. Verschijnt er in 1908 geen, dan moet 't toch 't volgend jaar bijtijds worden uitgegeven.
De heer TUKKER zegt, dat, als 't „Maanschrift" in goede banen wordt geleid, een deel van den inhoud van 't „Jaarboekje" daarin zal voorkomen; ook de heer EGMOND meent, dat die wenken in 't „Maandschrift" kunnen worden opgenomen.

Bij „Tentoonstellingen" kwamen van verschillende kanten ernstige klachten over de Afdeeling Bijenteelt op de te 's Hage gehouden tentoonstelling. Algemeen was men ontevreden over de inrichting daarvan. Ook het programma voor die tentoonstelling had bezwaren opgeleverd.
De heer ESMEIJER wees er op, dat volgens 't programma de honig van eigen bijen afkomstig moest zijn, terwijl van officieele zijde werd verklaard, dat die bepaling niet te handhaven was, wat natuurlijk ieder naar eigen meening kon uitleggen.
De heer VAN GIERSBERGEN zegt verklaard te hebben, dat 't niet te controleeren was, wat nog steeds zijn meening is.
De heer MATTHES zou wenschen, dat 't programma door een Algemeene Vergadering werd vastgesteld, dan zou b.v. slinger- en lekhonig niet onder een rubriek worden gebracht.
De heer S.A. DE VISSER, Hansweerd, zou een afdeeling voor handelaars en eene voor niet-handelaars dienstig vinden, door kleinere bijentelers zou er dan veel meer ingezonden worden.
De Voorzitter acht 't een onbegonnen werk om door een Algemeene Vergadering een dergelijk programma vast te laten stellen, maar met de gemaakte opmerkingen zal zeker rekening gehouden worden.

Bij „Subsidie leerstallen" wordt er door den Voorzitter op gewezen, dat dit bedrag wel is uitgetrokken, maar alleen naar mate van de behoefte gebruikt zal worden, 't op de vorige begrooting uitgetrokken bedrag is ook niet bereikt.
De heer ESMEIJER oppert nog 't denkbeeld om voor 't geven van praktische lessen subsidie te verleenen; de Voorzitter zegt bespreking hieromtrent door 't Hoofdbestuur toe.
De verdere posten der begrooting geven tot geen beschouwingen aanleiding. De begrooting wordt goedgekeurd.

Het 4de punt van den Beschrijvingsbrief is de verkiezing van een lid van 't Hoofdbestuur in plaats van den heer Mr. A.C. VAN DAALEN, die bedankt heeft.
Een stembureau wordt ingesteld, de uitslag der eerste stemming is, dat gekozen wordt de heer T.C. HOOTSEN, Hoevelaken, wien daarvan kennis zal gegeven worden.

De bespreking van punt 5 wordt ingeleid door den Voorzitter, die zich tot zijn spijt niet voldoende van die taak zal kunnen kwijten, omdat de heer NETSCHER zich daarmede had willen belasten en nu verhinderd werd ter vergadering te komen.
Het denkbeeld is geopperd om een eerste, een vóór-examen af te nemen van hen, die op de hoogte van de praktijk der bijenteelt meenen te zijn, voor personen, die bijv. in aanmerking zou kunnen komen om 't praktisch bedrijf van een bijenstal te regelen.
't Tweede examen zou dan meer de theorie omvatten en daarvan zouden de eischen wat hooger gesteld worden dan bij 't tegenwoordige examen.
De meerderheid van 't Bestuur deelde deze meening, maar een minderheid vond 't een bezwaar, dat bij de gehouden examens juist 't praktische deel 't minste voldaan had en dikwijls de reden voor de afwijzing was geweest.
De heer STIENSTRA is tegen 't afnemen van een examen. Gegeven lessen moeten daarvoor een basis vormen, dan eerst kan er sprake van een examen zijn. Wie moet er examineeren? Moet men dan geen lid van de Vereeniging zijn. Herhaaldelijk werd 't examen afgenomen door niet-leden der Vereeniging.
De heer H. BRULLEMAN, Baarn, wijst op de bezwaren van een examen. Ieder ijmker kan 't maar zoo niet zeggen en 't valt hem menigmaal moeielijk om, als hem een vraag gesteld wordt, hetgeen hij weet, onder woorden te brengen.
Door eenige sprekers worden nog bezwaren tegen een splitsing geopperd, andere gaan met 't denkbeeld mede.
De heer ESMEIJER juicht 't medegedeelde plan zeer toe. We hebben praktische mannen noodig. Praktijk is toch niets anders dan toepassing van theorie. Theorie dient tot steun van praktijk.
De heer KELTING vindt 't tegenwoordige examen te vermoeiend. In betrekkelijk korten tijd moet men schriftelijk en mondeling proeven van zijn theoretische kennis afleggen, en dan nog zijn vaardigheid in de praktijk toonen.
Het debat over dit punt wordt gesloten, in een volgende vergadering zal het Hoofdbestuur een voorstel indienen, met het gesprokene zal rekening gehouden worden.

Tot nazien der rekening en verantwoording van den Penningmeester worden aangewezen de Afdeelingen Bennekom (Veluwezoom) en Lunteren.

De Voorzitter vermeldt nu de ingezonden modellen van kasten, waarop wij nader hopen terug te komen.

Bij de rondvraag ontspint zich een levendige gedachtenwisseling naar aanleiding van een mededeeling van den heer ESMEIJER over de vracht van een wagon bijen van Beilen naar Apeldoorn, die f 35.- bedroeg. Voor een wagon steenkool uit Duitschland bedraagt de vracht f 25.-, voor een paard van Apeldoorn naar Heilo moest f 3.50 betaald worden. De verzending der bijen ging uitstekend, niets leverde eenigen grond voor klachten op, alleen de vracht was veel te hoog en in geen verhouding met andere vrachten.
Ook de heer KELTING vindt de vrachten voor het vervoer van bijen veel te hoog.
Van andere zijde wordt opgemerkt, dat het dikwijls te verkiezen is om als stukgoed te verzenden, op verdere bezwaren wordt nog gewezen. 't Indienen van een adres bij de betrokken spoorwegmaatschappijen zou niet baten, bij herziening van tarieven dient daarop de aandacht gevestigd te worden.

Een vervolgens gestelde vraag doet den Voorzitter besluiten in comité generaal te vergaderen.
Na opheffing daarvan brengt de Voorzitter zijn dank uit voor de opkomst, in 't bizonder aan de tegenwoordige dames, en sluit de vergadering.