Van uit de practijk.
Overwinteringsproef. Door moderne (amateur)-ijmkers wordt voor overwintering steeds geschermd met: dubbele wanden, winterbedekking enz. Allemaal kostbare zaken, waarmee men den eenvoudigen ijmker verschrikt en van den lossen bouw afkeerig houdt. Ik gebruik eenige enkelwandige kasten, wanddikte 1½ c.M., die me 's zomers best voldoen, doch waarmee ik eerst niet durfde overwinteren; nu echter gerust.
In den vorigen herfst bestemde ik een sterk volk in dergelijke kast als opzetter. Einde September plaatste ik het scheidingsplankje naast het tiende raampje. Het zijn staande raampjes, koude bouw, van 37 X 22 c.M. en waren alle voor 2/3 verzegeld. Verder deed ik niets om warmte in de kast te houden. De glazen deur, binnen, werd zelfs niet verwijderd, noch bekleed. De kast stond in een veldstal, beschut voor de hevigste regens, niet voor den wind en de koude.
Zóó weinig beschut, dat een mijner kennissen, in 't hartje van den jongsten, strengen, langdurigen winter, me opmerkte: Kerel! wat verwaarloos jij toch die kast daar! Ik antwoordde lachend: och die moet mul uitvriezen! In Januari op een mooien dag opende ik eens de buitendeur der kast en bevond alles wel, alleen de bodem wat vochtig. Voor meerdere luchtverversching opende ik toen ook het onderste vlieggat op den bodem, tot dan toe gesloten.
Toen kon de koude wind er vrij inblazen. De vlieggaten natuurlijk slechts spleetvormig en niet te wijd. En nu de uitkomst.
Het volk is prachtig, gezond doorwinterd en bezet thans einde Maart zeven dier vrij groote ramen. Bijna geen doode bijen op den vloer en naar rato nog niet zoo buitengewoon veel honig verteerd. Thans heb ik pas één gezegeld honigraampje bijgegeven.
Mijn vriend, J. Wijnen te Liesel, nam een zelfde proef met een dergelijken uitslag; alleen had hij de kast aan de koude zijde met een ouden zak omwonden.
Ik schreef dit mede in verband met en tot bevestiging van het medegedeelde, in no. 1 van dezen jaargang, pag. 13. Men versta mij wel. Ik wil niet aanraden de bijen 's winters zooveel mogelijk aan de koude bloot te stellen; integendeel. Doch wel bewezen acht ik, dat koude weinig hindert, veel minder dan men denkt en veel minder dan vocht. Ook dat men in enkelwandige kasten goed kan overwinteren.
W.A. OTTEN.