MEDEDEELINGEN.


Uit de afdeeling Winterswijk en omstreken komt het volgende bericht, aangaande de overwintering der bijen in het afgeloopen jaar. De overwintering is zeer goed geweest. Weinig doode bijen lagen op de bodemplanken, roer kwam niet of slechts sporadisch voor.
Daar het jaar 1907 een slecht honigjaar is geweest, zijn vele volken met een tekort den winter ingegaan en den hongerdood gestorven.
De schrijver van het bericht, de heer J.Th.G., dien ik hierbij mijn besten dank betuig voor zijne belangstelling in het Maandschrift en om zijne mededeelingen, meldt verder, dat zijn 50 stokken goed door den winter kwamen, maar hij heeft eind Sept., begin Oct. zijn volken opgevoerd tot een wintervoorraad van minstens 10 K.G.
De bijen hadden geen last van roer, niettegenstaande gedurende den winter bijna geen reinigingsuitvluchten plaats hadden. Den 23 Maart had het eerste meer nauwkeurige onderzoek der volken plaats en het bleek hem, dat van zijn acht verschillende woningen, de bijen het best hadden overwinterd in Beil's reiskast en de Luneburger strookorf.
Hij merkte het volgende op. De volken, welke niet gevoerd waren in den voorgaanden herfst, zaten volop in broed, terwijl bij de welgevoerde geen broed, noch zelfs eieren te bekennen waren. Inzender vraagt hiervan verklaring en meent het toe te moeten schrijven aan den noodigen rusttijd in eierlage van de koningin, die door het voeren in den herfst, hiermede lang doorging.

Maaskant, N.-B. Het langdurig, ongunstig seizoen in aanmerking nemend, zijn de bijen hier vrij goed doorwinterd. Van „loop" op onzen vochtigen bodem, overigens een chronische kwaal, valt niet veel te bespeuren. De vroege grove katjes bloeien reeds, doch het weer houdt de bijen binnen. De heide-ijmkers beginnen hier weer hun oude staanplaatsen op te zoeken, ofschoon in minder aantal dan vroeger. Door de steeds toenemende mandenindustrie wordt hier jaarlijks bijna al het waardenhout afgesneden. En...... geen hout, geen katjes.