Mede.


Deze drank, vroeger door dichters bezongen en in sierlijke bokalen den gasten in de huizen der aanzienlijken aangeboden, is in ons land gaandeweg onbekend geworden. Wel zijn er nog streken, waar de mee jaarlijks wordt aangemaakt om dan, gewoonlijk op Nieuwjaarsdag, bij de gebruikelijke bezoeken aan vrouwen en kinderen geschonken te worden, maar die drank kan eigenlijk niet meer als mede worden aangemerkt en kon beter honigwater genoemd worden.

Als antwoord op een vraag om inlichtingen naar mede kwam het volgende in:
„Dit gekookte en gezuiverde honigwater werd vroeger in Drente, althans in het Oostermoer in flesschen en kruiken bewaard voor den winter om er bij feestelijke gelegenheden en voornamelijk op den Nieuwjaarsdag vrouwen en kinderen van familieleden en vrienden op te tracteeren. Genoemde flesschen en kruiken werden na gekurkt te zijn nog met was dicht gemaakt en in den kelder bewaard. Ook bakte men nieuwjaarskoeken van roggemeel, vermengd met mee om er een zoeten smaak aan te geven, ter vervanging van stroop. Deze nieuwjaarskoeken werden in de rnime keuken (voorkamer van het gansche boerengezin) gebakken op een groot vuur in koekenijzers, waar dan somtijds drie personen mede bezig waren en dan stond op den vloer dicht bij het vuur, de korenwan, waarin de gare koeken gewipt werden, want er moest een grooten voorraad zijn voor den nieuwjaarsdag. Scharen bedelaars en kinderen van arbeiders gingen huis aan huis „veel zegen in 't Neijaar" wenschen en kregen dan nieuwjaarskoeken.

Voor familie en vrienden werden bij de „iemenboeren" koeken gebakken van gerstenmeel met honig, die zeer lekker smaakten. Dat mee wel op den nieuwjaarsdag werd gebruikt, bewijst het volgende rijmpje:

Veel geluk in 't Nieuwjaar!
Staat de mee voor ons klaar?
Schenk dan uit maar de flesch,
Want ze smaakt er maar best.


En een oud afteldeuntje bij de kinderspelen:

Une, mune, mak,
Oliekoeken bak!
Glaasje mee er bij,
Af zijt gij."


Wat vroeger onder mede verstaan werd, heette dan ook „mede of honigwijn" en wie het 3e internationaal congres voor bijenteelt te 's-Hertogenbosch in September 1902 heeft medegemaakt, is voldoende overtuigd geworden, welke moeite men zich in België geeft om uitstekenden honigwijn te maken. Zelfs vervaardigt men daar mousseerenden honigwijn en honiglikeuren.
Wie zich hiervan op de hoogte wil stellen, vrage uit de bibliotheek No. 10 van de boekenlijst.

In Nederland gaat het juist den tegenovergestelden weg uit, want door de verbeterde verkeerswegen en het overal doordringen van handelsreizigers, zelfs in de meest afgelegen gemeenten, dank zij het rijwiel, kan men overal goede en minder goede likeuren verkrijgen, terwijl op den aanmaak van mee, eigenlijk gezegd honigwater, nog al wat valt af te dingen, zoodat in enkele streken de uitdrukking „houd jij je boksem water maar" niet zeldzaam is, wat zinspeelt op water verkregen van de vuile wasch.
En toch, het zoude wenschelijk zijn de vroegere mede weder in eere te herstellen: deze werd bereid uit honig, water en eenige specerijen.

Voor hen die de Duitsche taal machtig zijn, is het aanbevelenswaard de voordracht te lezen van Dr. Deckenstedt, in Marburg gehouden, in 1897 in druk verschenen en verkrijgbaar in Leipzig bij de uitgevers van de „Leipziger Bienenzeitung" (prijs 30 pfennig); ook zoude het op kosten van de bibliotheek kunnen worden aangeschaft.
Uit dit geschrift blijkt, dat de mede reeds zeer gezocht was bij de Romeinen en Grieken en het geeft zelfs recepten aan, uit die tijden bekend geworden.
Ook in de Scandinavische liederen van de vroegste tijden komt de mede voor en wordt als godendrank aangemerkt, daar in het Walhalla goden en helden als gebruikers van dezen nektar worden aangewezen.

Nu zullen wij in onze dagen niet met de schrijvers van dien tijd meegaan, die aan de mede wonderdadige werking toeschreven, zooals het .bevorderen van liefdesverhoudingen tusschen jonge mannen en maagden of het ingeven van dichterlijken zin, evenmin aannemen voor geneesmiddel tegen bepaalde ongemakken (oorpijn, wurmen, ischias of heupjicht), maar dat mede gezond is ligt voor de hand.
Door het koken wordt het water bacterie-vrij en honig bevat 70—80 % vruchten- en druivensuiker, 2—5 % rietsuiker, een kleine hoeveelheid mierenzuur en zeer weinig minerale stoffen.
Bijzonder wordt door den schrijver van de brochure gewaarschuwd Braziliaansche of Valparaiso-honig te gebruiken, omdat die gewonnen wordt ook op giftige planten, zoodat daaruit verkregen mede vergiftige eigenschappen zou kunnen hebben.
Daar nu honig veel meer voedende bestanddeelen bevat dan alle andere vruchten, waaruit dranken gemaakt worden, zooals rogge, haver, gerst, druiven, zoo moet honigwijn wel een gezonde drank zijn.

Er zal tegen worden aangevoerd dat mee aan gisting onderhevig is en dus alcohol bevat, zoodat de geheele schare van geheelonthouders dezen drank den rug toedraait, al werd de gezondheid voor het overige nog zoo bevoordeelt; maar dan moet niet uit het oog verloren worden, dat het gistingsproces al zeer weinig behoeft te worden voortgezet. Bovendien doet de wijze van bewaren en vooral den tijd van gebruik sedert den aanmaak veel af of mede bedelmend werkt.
De heer F. van Baar heeft dan ook gelijk, als hij spreekt in zijn stukje „Wat moet ik drinken?" voorkomende in de aflevering van Mei 1908 van de „Practische Imker", van zachte en oude koppige mee.

De goede eigenschappen(*) van mede voor de gezondheid van den mensch in dit stuk aangegeven zijn zoo overweldigend mooi, dat, als de wetenschap dit grif onderschreef, het zeer zeker te bejammeren zou zijn als deze drank niet zoo spoedig mogelijk algemeen verkrijgbaar kon worden gesteld, vooral in koffiehuizen, herbergen, enz. Maar dan zoude ook het aantal ijmkers in den lande vertiendubbeld moeten worden om zekerheid te hebben, dat alleen honig voor den aanmaak van mede zoude worden gebruikt, want het vele uit het buitenland ingevoerde knoeigoed zou de zaak al weder bederven.

't Is bijna te mooi om te gelooven, als die wensch eens verwezenlijkt werd en wat zou land-, tuin- en ooftbouw vooruitgaan, als het houden van bijen ten platten lande en rondom de steden meer algemeen werd. Zoo beweren kundige landbouwers en bijenhouders, dat de opbrengst van een akker koolzaad nauwelijks het éénderde zal opbrengen, wanneer de bijen de vrucht niet bezocht hebben en de vereeniging bijenhouders in Saksen beweren, dat de bijen van hun 17000 kasten en korven 3.400.000.000.000 bloemen en bloesems bezoeken. En als wij nu weten, dat behalve door den wind de bevruchting van boomen en planten vooral aan het bezoek van insecten is toe te schrijven, dan volgt hieruit hoe bijenhouden voordeelig werkt op land- en tuinbouw.

Hoewel de mogelijkheid niet is uitgesloten, dat in Nederland een fabriek van honigwijn zal worden opgericht, zoo zoude het voorshands aanbevelenswaardig zijn den aanmaak van mede in het klein te beginnen en wel bij de afdeelingen, die coöperatief werken en door hen, die nu honigwater maken door zich op de hoogte te stellen van bestaande recepten.
De benoodigdheden zijn niet vele, met een paar ketels of steenen potten en één of twee houten vaten komt men al heel ver, als er nog enkele linnen zakken aan worden toegevoegd. De oude recepten in de meermalen aangehaalde brochure komen alle ongeveer op hetzelfde neer; honig met 3, 4, 5 maal, soms nog meer, water wordt duchtig aan het koken gebracht en zoolang afgeschuimd tot geen onreinheden meer aan het oppervlak komen en dan doorgekookt tot van de hoeveelheid ongeveer éénderde is verdampt. Er is bij sommige ook sprake van toevoeging van eenig zout aan het water. Nu schrijft het eene recept voor het gebruik van hop, het andere neemt gember, een derde mirtenvruchten of jeneverbessen naarmate men die krijgen kan, andere noemen lavendel, ook salie of hysop, enz.

De hop wordt genomen in verhouding van l K.G. op 10 K.G. honig, terwijl de andere kruiden genomen worden naar den smaak van degeen die de mede maakt, naarmate deze meer of minder zoet moet zijn.
De hop wordt in een linnen zakje eerst afzonderlijk in een vat afgekookt en daar, na eerst afgekoeld te zijn, bij het gekookte honigwater gedaan, dat eveneens lauwwarm moet zijn. De andere genoemde kruiden of specerijen worden in een linnen zakje genaaid en dit wordt aan een eindje touw in het afgeschuimde honigwater gehangen, waartoe hieraan zoo noodig een steentje wordt bevestigd om het midden in het vat te doen hangen.
Na het bekoelen van het verkregen vocht, dat in een anderen pot of houten vat wordt overgestort, wordt er een weinig biergist of indien dit niet verkrijgbaar is, brooddeeg van den bakker, dat in gisting is, bijgevoegd.
Het vat moet nauwkeurig met doeken worden afgesloten en eenige dagen blijven staan, op een koele, niet te koude plaats. De nu verkregen mede kan worden afgetapt op flesschen, die goed gekurkt worden.

In een recept uit Rusland geschiedt dit aftappen eerst na 8—14 dagen en wordt de drank eerst na 5 maanden geschikt voor gebruik geacht. Misschien dat enkele personen worden opgewekt een proef in het klein te nemen om honigwijn te maken, wat aanleiding zou kunnen geven dat ook anderen er toe werden bewogen, die ouderwetsche drank aan te maken om zoo over te gaan tot de werkplaats van de vereenigingen, die coöperatief werken, welke het verkregen in den handel brengen.

N.A.F. VAN DUIJFHUIS BEIJNEN.

(*) Uit haar aard is mede antiseptisch, dus een ware natuurdrank, die uit zijn aard overgezond is. Bij een geregeld gebruik — daar deze drank zeer bloedvormend is — geeft het den gebruiker een gezonde gelaatskleur en oefent een gunstigen invloed uit op de functiën der hersenen en het ruggemerg. Het onderhoudt de werkzaamheid der spijsverteringsorganen, zuivert de ingewanden en bevordert eene regelmatige uitwaseming der huid, 't is een voorbehoedmiddel tegen keel- en borstziekten; ongeregelde ontlasting en de gevolgen daarvan houden op door geregeld gebruik van mee of honing.