Het practisch Handboek voor den Bijenteler.


Door de welwillendheid van de firma C.A.J. van Dishoeck is de redactie van het Maandschrift in staat van nu af enkele cliché's te plaatsen. Deze cliché's zijn genomen uit het practisch handboek voor den Bijenteler, wat bij genoemde firma te verkrijgen is, ingenaaid tegen f 1.50 en zeer netjes gebonden f 1.90.
Dit handboek is een Nederlandsche bewerking van „Das Bienenjahr" van W. Skarytka door G.C. Spengler.
Dit boek is geschreven op aanwijzing en onder correctie van het Hoofdbestuur der Vereeniging tot bevordering der Bijenteelt in Nederland, en is dus het officiëele handboek over bijenteelt onzer vereeniging. Om een idee van het bedoelde handboek te geven, volgt hier een hoofdstuk uit het boek, getiteld : „Verkoop van den honig."
Indien belangstellenden de beschikking hebben over cliché’s, geschikt voor het Maandschrift, zoo zal de redactie die gaarne plaatsen met vermelding van bron.
H. Stienstra.

Verkoop van den honig.


De imker tracht gewoonlijk zijn honigvoorraad zoo spoedig mogelijk in klinkende munt om te zetten. Wanneer hij behoorlijke prijzen kan maken, doet hij daar goed aan; maar wat anders is het, wanneer hij slechts lage prijzen kan bedingen en de opkooper met het vet van den ketel gaat strijken. Goede en goed behandelde honig, die in aangenamen vorm wordt aangeboden, kan altijd goede prijzen bedingen. Natuurlijk zullen zij, die in de nabijheid van een groote stad wonen de beste prijzen maken.
Het groote publiek kent de waarde van honig nog niet genoeg en beschouwt hem nog steeds als een lekkernij, maar het ergste is dat het niet vraagt naar zuiverheid, alleen naar vorm, kleur en prijs. Talloos zijn de voorbeelden, dat de voor honig verkochte waar niet het minste met honig heeft uit te staan, maar eenvoudig aardappelstroop is, die in een netten flacon met een keurig étiquet liefst met een vreemden naam aan het goedgeloovige publiek wordt aangeboden. De winkeliers zijn in dit opzicht veelal ook niet de aangewezen personen, om het publiek voor te lichten of den zuiveren honig meer bekend te maken; de goeden niet te na gesproken, het is hun onverschillig wat het publiek koopt, als het maar tevreden is en er genoeg aan het verkochte te verdienen valt.

De fout ligt ten deele aan de vereenigingen, die de bijenteelt hebben te bevorderen, doordien ze niet genoeg propaganda en passende reclame maken voor het honigverbruik, niet genoeg altijd maar weer op hetzelfde aambeeld blijven slaan, maar ook aan de imkers zelf, die niet genoeg zorg besteden aan hun product en maar denken, als we het maar kwijt zijn, daarbij geheel vergetende dat één teleurgestelde kooper eerder vijf kennissen afraadt, dan één tevreden kooper één nieuwen klant aanbrengt.
Het eenige middel om flinke prijzen te bedingen, is het vereenigen van de imkers tot afdeelingen van de geheel Nederland omvattende „Vereeniging tot bevordering der bijenteelt". Alleen door gezamenlijk op te treden en eenzelfde doel voor oogen te hebben, is het mogelijk kracht uit te oefenen en de onvermijdelijke kosten kunnen geringer zijn en veel beter te dragen, dan wanneer ieder imker voor zich zelf werkt.
Ofschoon het veel aangenamer en gemakkelijker is, in eenmaal een groote partij honigproducten van de hand te doen, zoo dient de imker er toch niet tegenop te zien, om ook in het klein honig te verkoopen, wel geeft het veel meer werk, maar het is een werk, dat zeer goed betaald wordt.

Voor het verzenden van honig komen twee vormen in aanmerking: honig in de raat en vloeibare honig.
Sommige menschen meenen, dat zij alleen zeker kunnen zijn zuiveren honig te ontvangen, wanneer deze nog in deze raat aanwezig is, alsof er tegenwoordig ook op dat gebied geen geraffineerde bedriegerij is. Wanneer het koopende publiek nu eenmaal zoo iets wil, dan dient men daarmede rekening te houden en levert dan ook alleen blanke, verzegelde honigraat netjes verpakt in perkamentpapier, in dichte, nieuwe langwerpig vierkante blikken bussen, met een net étiquet. Worden die bussen verzonden, dan dienen ze ieder weer in een net papier, dat er netjes omheen verpakt wordt, verzonden te worden, opdat ze hun oogelijk uiterlijk behouden.
Het verpakken van honigraat en vloeibaren honig in glazen flacons, die dan nog vaak met perkament gedekt worden, is niet aan te bevelen, het uiterlijk is niet aantrekkelijk en de flacons vereischen een zorgvuldige verpakking.

De vloeibare honig kan men verdeelen in 3 soorten : slingerhonig, zeem- of lekhonig en pershonig. De eerste wordt veelal als waardevoller dan de tweede beschouwd, ofschoon sommigen aan heidehonig, die niet uitgeslingerd kan worden, weer de voorkeur geven. De pershonig is alleen wanneer die koud geperst is uit volkomen broed- en bijenbrood-vrije stukken raathonig, die wegens den vorm niet als zoodanig verkoopbaar is, als tafelhonig bruikbaar. Voor bakkers heeft ze groote waarde als zoetingsmiddel in koek en banket.

De flesschen of flacons, waarin de honig verzonden wordt, moeten cilindervormig zijn, dus overal even wijd, daar ze dan gemakkelijker geledigd en schoongemaakt kunnen worden. Alvorens ze met honig te vullen moeten ze terdege schoongemaakt en uitgespoeld worden, omdat er vaak stukjes stroo of ander verpakkingsmateriaal, maar wat nog erger is, fijne splinters glas in voorkomen; daarna met de opening naar beneden te drogen gezet en achtereenvolgens tot eenzelfde hoogte met honig gevuld.
Dit vullen geschiedt het gemakkelijkst uit een blikken vat met kraan, die den toevoer afsnijdt en dus niet nalekt, zooals voor andere dikke vloeistoffen, o.a stroop, gebruikt wordt.
Vervolgens laat men den honig staan, schuimt ze af, en schroeft het metalen deksel op den flacon. In het deksel is eerst een wit kartonnen en vervolgens een perkamentpapieren schijfje gelegd om de flesch goed af te sluiten. Het laatste moet juist even groot als het inwendige van het deksel zijn. Wanneer de flacons verzonden zullen worden, moeten ze van een étiquet worden voorzien, niet vóór dien tijd, daar dit anders allicht verkleurt, gevlekt of op andere wijze minder oogelijk wordt.

Het étiquet moet, behalve den naam van de honigsoort en het netto gewicht van den honig ook den naam van de afdeeling bevatten, die ze geleverd heeft. Maar verder is het wenschelijk, er de volgende mededeeling aan toe te voegen: „Zuivere bloemenhonig kristalliseert (versuikert) gemakkelijk, hetgeen vervalschte honig nooit doet. Wenscht men den honig weer vloeibaar te hebben, dan behoeft men hem slechts een kleine poos in water van ca. 40 graden C. te plaatsen."
Het étiquet kan meer of minder eenvoudig van vorm zijn, men kan het ook in kleurendruk met allerlei versieringen voorzien; het dient echter steeds een aangenaam aantrekkelijk uiterlijk te hebben, zal het aan zijn bestemming voldoen.

De gevulde en geetiqueerde flacons worden vervolgens nogmaals van stof en eventueele druppels gezuiverd, ieder in een net papier verpakt en in een krat of net kistje, met houtwol tot aanvulsel, verzonden. Zelfs op den aard van dit aanvulsel heeft men te letten, zoodat dit geen aanleiding tot onaangename opmerkingen van de zijde van den ontvanger geeft; dus geen duf hooi of boekweitdoppen of zemelen of kaf of dergelijk materiaal, dat onaangenaam in de behandeling is.

De flacons hebben gewoonlijk een inhoud van l/2 of l K.G, kleine flacons van 1/4 K.G worden door de verpakking te duur en vinden geen aftrek. Voor monsters zijn ze echter geschikt.
Honig wordt ook wel in ronde blikken bussen verzonden, die dan in doozen van gegolfd papier verpakt worden; de bussen bevatten 2½ K.G honig.