Mei.


Nu ik dit schrijf is het vreugde in heel Nederland, want ons is geboren een Kroonprinses, waardoor het voortbestaan van den band Oranje en Nederland weer hoopvol mag worden gevoed.
Onze bede is dat God het jonge Koningskind moge behoeden en het tot een zegen moge doen zijn der Koninklijke Ouders en het Nederlandsche volk.
Deze blijde gebeurtenis gaat samen met het voor den ijmker gunstige weder van de maand April.

De volken hebben veel stuifmeel kunnen verzamelen van hazelaar en wilg, ook vlogen ze bij ons sterk op den iep. Den 18den April was het een gegons van belang in de bloeiende iepen, ook enkele sierdennen leverden een groote hoeveelheid pollen. Het broednest was dan ook bij mijne bijen door een flinken gordel van stuifmeel omgeven. Verder bemerkten we, dat de bijen de kruisbessen sterk bevlogen; ondertusschen is de paardenbloem voor ‘t bezoek gereed. De honigbronnen beginnen nu spoedig te vloeien. Het reizen is reeds druk aan den gang of men maakt er zich voor gereed.
Bij ons heeft het reizen in hoofdzaak ten doel om de volken in getalsterkte te doen toenemen, en men keert zoo mogelijk terug vóór het zwemmen is begonnen.Van hieruit geschiedt het reizen naar Groningen. Uit en thuis komt dit den ijmkers omstreeks één gulden per volk te kosten. Het koolzaad moet voornamelijk het gewenschte voedsel verschaffen; nu dit in den afgeloopen winter veelal weggevroren is, is de hoop op den bloei van mosterdzaad.
Iedereen kan echter niet reizen en wenscht toch sterke volken, want sterke volken is het geheim van de bijenteelt. Hoe moet men daartoe komen, als geen honigbron van beteekenis aanwezig is? Natuurlijk door voedering.

Gewoonlijk noemt men deze voedering, ter onderscheiding van de noodvoedering, die de volken voor verhongeren moet bewaren, speculatieve voedering.
Het is dus een soort speculatie, en dit woord is genoeg bekend om daarbij tegelijk aan iets gewaagds te denken. Goed aangewend levert deze wijze van voederen evenwel geen gevaar op, en waar in ‘t voorjaar weinig voor de bijen te halen is, moet ze worden toegepast, wil men tijdens den hoofddracht sterke volken hebben.
Heeft men die dan niet, zoo zal de bijenteelt weinig of niets kunnen opbrengen.
Met de speculatieve voedering moet niet te vroeg begonnen worden. Eind April begin Mei is de tijd. Doet men het vroeger, dan worden de bijen op een tijd uit den korf gedreven, als het weer nog vaak ruw is en komen tijdens den vlucht om. Het meest geschikte voedsel is de pershonig. verkregen van raat, rijk voorzien van stuifmeel (brood). Men zou desnoods ook gebruik kunnen maken van het stuifmeel, dat de hazelaars en wilgen tijdens hun bloei in massa afgeven, door hiervan te verzamelen en het met den voerhonig innig te mengen.
Sommige ijmkers vermengen de voerhonig ook met bloem van rogge- of tarwemeel.
Door voedering met kleine hoeveelheden honig wordt de uitbreiding van het broed sterk bevorderd. Hier geeft men des avonds onder op de bodemplank een schoteltje met dikvloeibaren honig.
Beter is de honig met de helft water te verdunnen. Men geeft ‘s avonds ongeveer het achtste deel van een liter per dag. Heeft men den honig met de helft water verdund, dan kan men 16 dagen met 1 liter honig per volk toe.
Volken, die zwak in het voer zitten moeten niet voor speculatieve of drijfvoedering worden uitgekozen. Neemt immers het broed in sterkte toe, zoo moet er voedsel aanwezig zijn, dat niet enkel door het drijfvoer geleverd kan worden.
‘s Morgens worden de voerschoteltjes of andere daarvoor geschikte toestelletjes weggenomen om roof te voorkomen. Daar het nogal lastig is dit voeren en wegnemen der voerbakjes elken dag te doen, voedert men ook wel geregeld om de twee of drie dagen.
Men begint met deze drijfvoedering des te later, naarmate de dracht later invalt, en men mag nooit nalaten, voor en aleer de dracht begonnen is, daarom dient ook rekening gehouden te worden met de hoeveelheid honig, waarover men te beschikken heeft.

De volken sterk maken, daar komt ‘t op aan. Sterk maken is echter niet voldoende; ze moeten ook sterk blijven, en dat is nog een grootere kunst. Al het streven van den bijenhouder moet op deze twee zaken gericht zijn.
Het zwermen, dat hier en daar eind Mei reeds aanvangt, moet zooveel mogelijk beperkt worden. Wij willen hierover thans niet uitwijden, maar noemen: wegnemen der zwermteekens, uitbreiding van het broednest, het vervangen van oude koninginnen door jonge.

Voor twee gevaren staat men om dezen tijd bloot, voor roof en wasmot. Meestal is ‘t echter eigen schuld als men er door aangevallen wordt. Roof krijgt men door te morsen met honig of overdag te voeren; wasmot wordt veroorzaakt door ‘t niet reinigen van de bodemplank of het laten slingeren van raat.
Hier geef ik nog een cliché met bijschrift uit het Practisch Handboek voor den Bijenteler, uitgave van C.A.J. van Dishoeck te Bussum, waarop voorkomt wat men thans of althans binnen korten tijd in elk volk kan vinden.


Cliché uit het Practisch Handboek voor den Bijenteler,
uitgave van C.A.J. van Dishoeck te Bussum.


1 de Koningin; 2 Darren, de overige bijen zijn werkbijen, die zich op werkcellen bewegen; 3 Koninginnecel in wording; 4 gesloten Koninginnecel; 5 geopende id. met Koningin op ‘t oogenblik, dat zij uitkruipt; 6 verscheurde Koninginnecel. De cellen tusschen 4 en 6 gelegen zijn werkbijcellen met eieren en maden in verschillenden staat van ontwikkeling, de kleinere zijn tusschengevoegde overgangscellen. De grootere zeshoekige cellen zijn darrencellen.

Verder een cliché van een Lünenburger strookorf met 5 c.M. dikke wanden, welke de korf is, die op den vlechtwedstrijd te Haaksbergen gevlochten werd.
Ten slotte herinner ik aan de Deventer Landbouwtentoonstelling, waar de rubriek ,,bijenteelt” ook belangrijk vertegenwoordigd zal wezen. Deze tentoonstelling wordt gehouden van 21 - 25 Juli 1909. Aangifte van inzendingen moet geschieden vóór 1 Juni.

Cliché uit de Bijenteelt door T.C. Hootsen,
uitgave van Leiter Nijpels, Maastricht.


De volgende rubrieken worden in het programma genoemd: levende bijen in vasten en lossen bouw, woningen (korven en kasten), honig, was, honigproducten, ijmkerbenoodigdheden, verzameling honiggevende gewassen, kaarten, platen enz.
Nadere inlichtingen zijn te bekomen bij den heer W.J. Lugard, Algemeen Secretaris der Groote Landbouwtentoonstelling ,,Nieuw Emstermate” Twello bij Deventer.

H. Stienstra.