Van den Bijenman.
De campagne 1909 is voor ons bijenhouders weer afgeloopen. Met meewarigen blik sta ik bij mijn zoo juist met salpeterlapjes bedwelmde volken, welke om hun minder goede eigenschappen uit de rij moeten verdwijnen. Van sommige korven kreeg ik nog 2 ½ kilo bijen in den vangkorf. Wij hebben onzen naam van ,,Bijentelers” dit jaar weer met eere opgehouden.
Dit waren mijne gedachten, toen ik al mijne lievelingen, waaraan het geheele jaar mijne zorgen waren besteed, bij elkaar in eene Simplex-kast stortte, om deze onder toevoeging van een koningin van prima afkomst, tot een opzetter op te voeren met suikerstroop, na de raampjes eerst van geheele platen kunstraat te hebben voorzien.
Dit nu is prachtig gelukt. 17 pond suiker à 28 cent en f l.80 aan kunstraat is f 5.71 waarvoor een goede opzetter niet te duur is gekocht. De overwintering hoop ik later ook bekend te maken, en mocht deze gunstig verloopen, anderen tot voorbeeld strekken om onze bijen niet te vermoorden.
Is het echter wel juist gezien, dat wij ons den titel van ,,Bijentelers” laten aanleunen en hierop ons bedrijf voortzetten? Hoe onderscheiden wij onze veeboeren? Zijn deze niet verdeeld in twee categorieën: veeboeren en melkboeren. Welnu, zoo moet het ook bij ons ijmkers worden bijen- of honigboeren moeten wij worden. En daar nu het laatste ons het meeste geld in de kast brengt, moet ons bedrijf hiernaar ingericht.
Het jaar 1909 heeft weer voor de zooveelste maal bewezen, dat hij, die zijn volken zooveel mogelijk bij elkaar houdt en zoo min mogelijk laat zwermen, haantje de voorste is. Toen de eerste helft van Augustus de heide hier prachtig begon te honingen, had ge het vergenoegde gezicht moeten zien van een ouden ijmker, die mij met zekeren trots zijn stand liet zien, welke van vijf opzetters tot twee en-twintig stuks was vermeerderd.
Wij zullen eens zien wie beter af is, jij met je theorie om van twee opzetters drie te maken en ik met mijn op de plank zetten wat maar uitvloddert. Ach arme, waar blijf je met je practijk!
Terwijl ik nog met een zekere zelfvoldoening korven van 36, 38, 43 en 50 kilo op de bascule kan zetten, zijn dit soort ijmkers weer recht ,,Bijentelers’’ geweest. De zwavellap er onder en fuut weg is de illusie van een gansch bijenjaar. Geen fatsoenlijke opzetter blijft er over.
Toch maar op de plank wordt er gezegd. Wanneer je zelf niet zoo verstandig bent om je kost het volgend jaar op te halen, sterf dan maar van honger. Dit is een leus, waarmee verscheiden ijmkers zich thans weer in slaap wiegen, en als straks het voorjaar weer in ‘t land is, met een stalen gezicht bij de lijkbaar van hun ijverigste werksters van hun boerderij zullen staan, met het gezegde: ,,Ik had het wel gedacht’!
Men verlaat zich, helaas, bij onze ijmkerij maar al te veel op een gelukje, dat ook lichte volken door den winter zal helpen. Willens of niet, doch ieder weldenkend mensch, die tevens zijn eigenbelang op het oog heeft en het daarbij onverantwoordelijk acht, om een creatuur waarover hem door een Hoogere Bestiering de vrije wil is gelaten, van gebrek te laten omkomen, heeft een diepen greep in zijn geldbuidel gedaan, om de aan zijn zorg toevertrouwde wezens, door invoedering van suiker, door den winter te helpen.
Is dit niet zelfs een plicht van onze meer en meer door sociale gevoelens doordrongen maatschappij, om de onbeschermde zwakkelingen den strijd om het bestaan te vergemakkelijken.
Bezien wij van dien kant onze hedendaagsche ijmkerij dan is het den duren plicht van onze Regeering hierin te helpen steunen en zal moeten overgaan tot afschaffing van den suikeraccijns voor het gebruik bij de Bijen. Wanneer dan ook het voorjaar 1910 zijn kwantum verhongerden zal hebben opgeleverd, is dit niet alleen aan onze ijmkers te wijten, doch moet dit voor het overgroote deel op Regeerings rekening worden geboekt.
Ik heb wel eens de bewering gehoord dat onze regeering bang was, dat hiervan misbruik zal worden gemaakt ten bate van de huishouding. Dit was echter gemakkelijk te regelen bv. door middel van de Afd. onzer vereeniging kon van ieder lid het aantal opzetters worden opgenomen, en hierna door middel van de resp. secretarissen een zeker gewicht per volk verkrijgbaar stellen. Dit zoude tevens den aanwas van leden ter dege helpen bevorderen.
Mocht er dan eens een enkel pondje suiker in de keuken belanden, onze regeering kon hierin dan een heel minimum kleine belooning zien voor ons arme, misdeelde ijmkers, die toch ook in honigarme jaren als dit jaar, door het houden van bijen, in het belang van land- en tuinbouw werkzaam zijn geweest.
Wij waardeeren de maatregel van het H B., dat pogingen aanwendt om de noodige suiker zoo billijk mogelijk voor den ijmker verkrijgbaar te stellen. We hopen dat het H.B in zijn pogingen zal slagen. Evenwel zij hier de opmerking gemaakt, dat het H.B. meer nut zou gesticht hebben als de voorgenomen maatregel een 14 dagen vroeger genomen was. Begin Sept. was het toch reeds duidelijk, dat er sterk suiker gevoerd zou moeten worden. Nu is er reeds veel suiker gevoerd.
Wellicht dat dit ook hieraan moet worden toegeschreven, dat het H.B. eerst moet vergaderen, alvorens een besluit te kunnen nemen.
Wordt vervolgd.