APRIL.


Het is in deze maand, dat onze vereeniging 12½ jaar bestaat. Eén van de meest belangrijke dingen, die in dit tijdperk door de vereeniging tot stand zijn gekomen, en zonder deze nooit zouden gekomen zijn, is wel de verschaffing der accijnsvrije suiker.

Van deze suikerverschaffing geven wij hier eene afbeelding, zooals die plaats had in de afdeeling Steenwijkerwold en Omstreken, waar de secr.-penningm. dier afdeeling, de heer Stienstra, 't meest, links op de foto, die verschaffing regelde.

Suikerverschaffing in de Afd. Steenwijkerwold en Omstr. te Frederiksoord.

De suiker, 1200 K.G., was door die afd. reeds vóór l Febr. besteld. Een schrijven, gedateerd op l Maart, van den algemeenen secr. meldde, dat de suiker in de laatste helft der tweede week van Maart zou plaats hebben. Eindelijk 24 Maart kwam er bericht uit Steenwijk, dat er accijnsvrije suiker was gearriveerd, en wel als ijlgoed, waarvoor aan vracht bijna ƒ 15.-- moest worden uitgekeerd. Den volgenden dag werd de suiker opgehaald en aan de 39 personen, die besteld hadden, bericht verzonden, dat ze Zaterdag 26 Maart de suiker in ontvangst konden nemen.
Voor een goede en snelle afdoening der zaken, werden papieren zakken gekocht, die ruim 1 cent het stuk kosten en deze werden gevuld met de bestelde hoeveelheden en genummerd.
Ieder besteller kreeg een briefkaart met een nummer, waarop vermeld was de tijd van afhalen, het bestelde bedrag en de te betalen som, alsmede het verzoek, zelf voor verpakking te zorgen.

Verder werd aangelegd een schrijfboek, met de gedane bestellingen en dezelfde nummers; een kwitantieboekje met de geschreven kwitanties, evenzoo genummerd en dezelfde nummers kwamen op de papieren zakken.
Kwam nu een persoon om suiker, dan reikte hij zijn briefkaart over, het nummer op die kaart was ook zijn kwitantienummer en wees aan, welke zak met suiker voor hem was bestemd. Zoo ging de levering van een leien dakje.

Alle leden, die suiker afhaalden, waren het er over eens, dat de bijen het uitstekend hadden gedaan op de gedenatureerde suiker van het voorgaande jaar. De volken hadden er zeer goed op overwinterd en bijzonder weinig doode bijen lagen onder op de vliegplank. De suikervoedering zal volgens hun oordeel veel goed doen aan den opbloei der ijmkerij. Het is nu op groote schaal bewezen, dat suiker een goede wintervoedering is, want ook berichten, die ik van elders ontving, getuigen daarvan.

Hoe deze suiker nu moet worden gebruikt, is in het Maartnummer, bladz. 46 (Raad aan ijmkers …), aangegeven. In bedoeld artikel, van den heer van Giersbergen, wordt gewaarschuwd om bij vasten bouw groote hoeveelheden ineens te geven, tenzij deze volken niet zullen dienen voor den verkoop. Dit met het oog op de kleurstof en Spaansche peper, die den honig zullen bederven als deze gemengd wordt onder den honig, die in den handel wordt gebracht. Het is onzen ijmkers aan te raden, bedoeld artikel nog eens goed na te lezen en te behartigen.

De verschafte suiker moet ditmaal vóór 15 Mei zijn opgevoerd en voldoende afgesloten worden bewaard. Dit zijn eischen, die de regeering heeft gesteld, men geve dus hierop goed acht, opdat aan de regeering geen aanleiding worde gegeven, de voor de ijmkerij zoo gunstige maatregel der suikerverschaffing in te moeten trekken.

Suikervoedering in het voorjaar is echter onvoldoende. Suiker is slechts een koolhydraat, die voor de voeding niets meer beteekenen, dan het voorzien van warmte, werkkracht, vet. Voor den opbouw van het lichaam en dus ook voor de vorming van nieuwe bijen zijn eiwitstoffen noodig, deze zijn voorhanden in het stuifmeel, dat de bijen ophalen. Wanneer de bijen in staat zijn, veel stuifmeel op te halen, kunnen ze in sterkte toenemen. Daarom helpt in 't voorjaar de voeding met stamphonig zoo, omdat deze rijk is aan stuifmeel. Honig zonder stuifmeel helpt voor de uitbreiding van het volk weinig meer dan suiker, omdat zuivere honig weinig eiwitverbindingen bevat.

Moeten we er nu maar op vertrouwen, dat de bijen voor hare ontwikkeling dit jaar voldoende stuifmeel ophalen? Deze stelling zal misschien hier of daar kunnen opgaan, en hangt ook al veel af van 't weer, dat we krijgen; maar in 't algemeen zal de eiwitvoeding bij suikervoedering te wenschen overlaten en niet het resultaat kunnen geven, dat men wenscht.

Reeds in het Februari-nummer, bladz. 20 (“Februari”), gaven we aan, hoe het noodige eiwit kan worden verschaft. Deze voedering eischt van den ijmker wel veel oplettendheid en zorg, maar daardoor bestaat dan ook de mogelijkheid om de volken te versterken.
Het eiwit kan men vinden in melk en in kippeneieren. Beide middelen zijn meermalen met goed gevolg toegepast. Men neemt ½ pond suiker, lost die op in ¼ liter water en klutst daar doorheen een kippenei, om den anderen dag geeft men hiervan één lepel vol, die men tusschen de raten stort, want de bijen moeten deze hoeveelheid dadelijk opnemen en niet opleggen, hiertusschen geeft men dus ook om den anderen dag niet te dikke suikeroplossing, b.v. een half ons per keer in water.

Ook kan men nemen drie eetlepels suiker, één lepel melk en zooveel water om de suiker op te lossen tot een niet te dikken stroop. Ook hiervan geeft men een lepelvol om den anderen dag, afgewisseld met zuivere suikeroplossing.

Gaarne zal de redactie vernemen van ijmkers, die deze voedering, zooals ze hier is beschreven, of eenigszins gewijzigd toepassen, welk resultaat ze er mede hadden, opdat dit anderen tot leering zoude kunnen strekken.
H. Stienstra.