Algemeene Vergadering op Donderdag 7 April 1910 te Utrecht.
Deze vergadering muntte uit door een aangenamen en gezelligen geest, waartoe de omstandigheden waaronder ze plaats had, het hare bijdroegen.
Zeer veel werd er gesproken en verhandeld. De ruimte laat niet toe, dit alles nauwkeurig weer te geven. We zijn tot beknoptheid genoodzaakt.
Allereerst besprak de Voorzitter, G. Baron de Grancy, den toestand der bijenteelt. Hij noemde dien droef; maar de lichtzijde is niet uitgebleven. Die lichtzijde is de verschaffing van accijnsvrije suiker, waarvoor we de Regeering zeer dankbaar zijn. Het komt er nu op aan, aan de voorwaarden, die de Regeering stelde, stipt en trouw te voldoen. Aan de uitvoering der suikerlevering zijn veel moeilijkheden verbonden. Nu deze gekend worden, zullen de maatregelen zoo genomen worden dat voortaan de levering vlotter gaat, indien de aanvragen tijdig inkomen.
De accijnsvrije suiker heeft het aantal leden sterk doen toenemen en daardoor is de financiëele toestand der vereeniging verbeterd, zoodat voorloopig het tweede besluit der voorgaande Algem. Verg. om de financiën te verbeteren, n.l. het bijdragen door de afd. in de reiskosten van den leeraar, niet zal worden toegepast.
Het is nu maar te wenschen, dat spoedig alle ijmkers lid der vereeniging zullen worden. Thans moge een nieuw en beter tijdperk voor de ijmkerij aanbreken.
Meerdere secretarissen van Afd. hadden verzuimd acht dagen van te voren kennis te geven van hun afgevaardigde ter algemeene verg. Deze afgevaardigden konden daarom niet deel nemen aan de stemmingen, en hadden evenmin recht op vergoeding voor reis- en verblijfkosten. De verg. maakte uit, dat voor ditmaal, maar dan ook voor de laatste keer, afgevaardigden, als zoodanig erkend zouden worden, ofschoon niet was voldaan aan art. 4 van het huish. reglm. Men denke er dus om, dat voor elke algemeene verg. 8 dagen van te voren aan den algem. Secr., den heer B. Wigman te Wageningen, schriftelijk kennis wordt gegeven, wie door de afd. als afgevaardigde is aangewezen.
Nadat de algem. Secr. het verslag der voorgaande vergadering had voorgelezen, en dit was goedgekeurd, deed de Voorz. mededeelingen aangaande de suikerlevering. Hieruit bleek hoe vele en onvoorziene moeilijkheden te overwinnen waren, zoodat ontevredenheid over late levering geheel werd weggenomen. Intusschen is het H.B. er op uit om in de toekomst zoodanige maatregelen te nemen, dat de suikerlevering tijdiger kan plaats vinden. In het geheel is thans n.l. dit voorjaar bijna 70.000 K.G. suiker verkocht.
Uit besprekingen, die thans volgden, bleek, dat het algemeen verlangen is, dat voortaan elk najaar accijnsvrije suiker zal kunnen verkregen worden, ook in goede jaren, omdat de suiker een uitstekend wintervoeder is en de volken met onvoldoende gewicht dan door den winter kunnen gebracht worden. De accijnsvrije suiker moet niet alleen gegeven worden om te helpen uit grooten nood, maar ook voor het welzijn der volken. Verkeerde voeding kan zeer noodlottig zijn, zoo stierven b.v. stallen met 30 volken geheel uit, door de voedering met een mengsel, waaronder druivensuiker.
Men wenschte dat het maximum minstens op 10 K.G. per volk werd gebracht. De gedenatureerde suiker is de beste soort bietensuiker. Verder bleek, dat het voor de afdeelingen zeer voordeelig is de gelden vooruit aan den algem. secr. te zenden. Men krijgt de suiker dan franco thuis, terwijl men anders de vracht heeft te betalen, vooral voordeelig voor die afd., welke veraf liggen van het depot van afzending.
De conclusie van al deze besprekingen was: Het is gewenscht, dat steeds suiker kan geleverd worden.
De heer Esmeijer vraagt thans verlof aan den voorz. de agenda te mogen interrumpeeren. Nadat hem dit is toegestaan, houdt hij een toespraak tot den voorzitter, waarin hij zegt, dat het gerucht tot de leden der vereeniging doorgedrongen is, dat onze welbeminde voorzitter voornemens is, het voorzitterschap der vereeniging neer te leggen.
Hij houdt den voorzitter voor, hoe zeer het verlangen bij de ijmkers bestaat, hem te behouden als het denkende hoofd, het medevoelende hart. Hij verzoekt hem deze algemeene wensch: wij geven onzen voorzitter niet prijs, te eerbiedigen en gehoor te geven aan zoo'n sterken aandrang. Hij doet dit in zeer schoonen vorm, het is maar jammer, dat de ruimte niet toelaat, deze rede hier in haar geheel te kunnen afdrukken. Ten slotte overhandigt de heer Esmeijer den voorzitter een groote rol, waarop de handteekeningen der Besturen van alle afdeelingen der Ver., die in naam der leden den voorzitter verzoeken, zijn functie te willen blijven behouden.
Baron de Grancy antwoordt, dat hij zeer getroffen is door dit bewijs van sympathie. Zeker, hij was voornemens zijn voorzitterschap neer te leggen, omdat hij meende, door nieuw bloed aan de vereeniging te geven, deze te zullen dienen. Nu echter door de suikerkwestie, een levenskwestie der Ver., weer nieuw leven in haar is ingestort, zou hem het scheiden zwaar vallen. Thans is hem echter het scheiden onmogelijk; andere zaken moeten dan maar wijken. Hartelijk dankt de voorz. voor deze betuiging van sympathie.
Een blij en krachtig applaus gaat uit de vergadering op; ze weet, dat ze haar voorzitter behoudt, dank zij ook het initiatief van den heer Esmeijer.
Na voorlezing van het jaarverslag over 1909 en de rek. en verantw. over dat jaar, zie het hieraan voorafgaande, wordt besproken het voorstel van de afd. Haaksbergen: het opheffen der leerstallen en de oprichting van proef- en contrôlestations. Het resultaat dezer besprekingen is, dat de subsidie voor leerstallen zal worden afgeschaft en dat het Hoofdbestuur een onderzoek zal instellen naar zoodanige stations in 't buitenland, om daarover later verslag uit te brengen.
Voor de verkiezing van 2 leden van het H.B. werden 77 stemmen uitgebracht. Hiervan verkregen de heeren Duijfhuijs Beijnen 42, de Kempenaer 69, Koning 10, Heuff 8, Frankenhuis 3, Esmeijer 14, Sprenger 5 en Spengler 2, zoodat de aftredende leden, de twee eerstgenoemde heeren werden herkozen.
Nog werd er gesproken over het honigonderzoek dat, zooals uit mededeelingen van den heer van Giersbergen bleek, op goeden weg is.
De voorz. sloot de vergadering met dank aan de leden voor hun aanwezig zijn.
Mede werd door de afd. Haaksbergen de nieuwe bijenwoning gedemonstreerd, die in het voorgaande Maandschrift werd beschreven onder den naam van mobielkorf „Twenthe". Daarnevens stond een tweede mobielkorf uit Duitschland van den heer Beil om te demonstreeren, dat de Twenthe-korf geen nieuwe uitvinding is. Ik geloof, dat hier een misverstand heerscht. De heer Frankenhuis beweert niet, een uitvinding gedaan te hebben. Dergelijke vierkant gevlochten korven bestaan hier in de omgeving ook wel. De heer F. noemt de Twenthe-korf dan ook een vinding, maar ik geloof niet, dat hij zich aanmatigt een uitvinding te hebben gedaan. Evenwel met hetzelfde recht als meerdere kasten een naam dragen, komt de korf van den heer F. een naam toe, en hij noemt die mobielkorf Twenthe. Het valt zeer in den heer F. te prijzen, dat hij tracht den korfijmker den weg te wijzen om tot mobielbouw te komen, hij heeft in zijn korf opnieuw bewezen, dat elke korfvlechter zelf mobielwoningen met stroo-wanden kan maken.
H. Stienstra.