VRAGEN, CORRESPONDENTIE, enz.
Vraag: Als een brandzwerm is uitgetrokken, kan men er dan op rekenen, dat zich bij 't overblijvende volk een reeds uitgekomen koningin bevindt?
Antw.: Bij voorzwermen is meestal de jonge koningin nog niet uitgeloopen. Zie bijv. practisch handboek voor den bijenteler, uitg. van Van Dishoeck te Bussum, bladz. 126. „Na het afvliegen van den eersten zwerm is de moederstok wel eenigen tijd zonder koningin, maar hij krijgt er spoedig weer een, daar de bijenvolken, die willen zwermen, niet slechts één, maar dikwijls zeer veel koninginnecellen opbouwen".
Vraag: Wat vindt U van de methode om een stukje van een vleugel van de koningin af te knippen, om den zwerm voor de kast te doen neervallen?
Antw.: Dit wordt o.a. in Amerika meermalen met succes toegepast. Men kort niet één, maar beide vleugels tot op 2 à 4 millimeter in en zet de koningin daarna voorzichtig tusschen twee raten. Het inkorten der vleugels werkt niet nadeelig op de werkzaamheid der koningin; wel echter bestaat veel kans, om tijdens de operatie de koningin zoodanig te kwetsen, dat ze in legvermogen achteruit gaat.
Zwermt later zoo'n volk, dan zet de zwerm zich vlak voor de woning. Is men tijdens het zwermen aanwezig, dan kan men er een nieuwe woning plaatsen, waar de moederstok zwermt en de zwermende koningin doet met hare aanhangsters intrede in de nieuwe woning. Als althans de koningin zonder te vliegen binnen kan bomen.
Opmerking van den vrager: Het beletten van zwermen vind ik steeds de moeilijkheid.
Antw.: Zeker is dit de groote moeilijkheid. Het voorgaande jaar bevond ik er mij goed bij, door steeds meer ruimte te geven en te verwijderen alles wat op zwermen wees.
Verder wordt aanbevolen het wegnemen van tafels met uitloopend broed en er ledige voor in de plaats te hangen. Inmiddels zij opgemerkt, dat men hiermede toch reeds het volk verzwakt; maar ook hier geldt het spreekwoord: „Beter een half ei, dan een ledigen dop".
Vraag: Is het voor een kleine, geïsoleerde bijenstand wenschelijk nu en dan eens vreemde koninginnen in te voeren ?
Antw.: Het is zeker, dat aan de bijzondere eigenschappen der koningin veel gelegen is. Indien men in het bezit kan komen van koninginnen met uitstekende eigenschappen, dan is het invoeren daarvan aanbevelenswaardig. Heeft men echter eenmaal volken met goede eigenschappen en dus goede koninginnen, dan is verwisseling niet aan te bevelen en ook niet noodig.
Vraag: Als men verzegelde honing heeft uitgeslingerd, kan men die dan dadelijk in gesloten potten bewaren?
Antw.: Neen, dit mag niet. Er zit altijd nog lucht in den honig, die men gelegenheid moet geven te ontwijken, anders heeft men kans, dat de honig zuur wordt.
Het rijpen van den honig heeft plaats in de woning zelf. Honig is rijp, als ze verzegeld is of wordt. Daarom mag alleen honig geslingerd worden, die reeds verzegeld is, of waarmede de bijen bezig zijn te verzegelen.
Vraag: Kunt u mij ook den titel van een aanbevelenswaardig bijentijdschrift geven, om naast het maandblad te hebben? Ik meen dat er een goed Engelsch bestaat.
Antw.: In ons land wordt uitgegeven: de practische Imker door den heer Beil te Dinxperlo.
U bedoelt zeker het Amerikaansche twee maal per maand verschijnende blad getiteld: Gleanings in Bee Culture. Uitgever A.S. Root Co., Medina, Ohio, U.S.
In denzelfden geest is l'Apiculture nouvelle, maandblad, Dir. Gérant Emile Bondonneau, Paris, Avenue Felix-Faure 56 et 58.
Deze twee verschijnen met prachtige illustraties op mooi papier.
Vraag: Meermalen zag ik bijen, die, over een raat loopende, plotseling bleven stilstaan om sterk met hun lichaam heen en weer te schudden. Daar ik dit dikwijls zag, kent u dit misschien ook, en wilde ik u vragen, waartoe dit schudden dient.
Antw.: Ik nam dit schudden ook meermalen waar, maar ken er niet de juiste bedoeling van. Mij dunkt, dat het met het stuifmeel in verband staat en dit is ook het vermoeden van anderen, bij wie ik informeerde.
S.