De bijenmarkt te Veenendaal.

(Bij 't plaatje).Veenendaal, 14 Juli.
Dinsdag en Woensdag zijn weer de tot in het buitenland bekende „Veenendaalsche bijenmarkten," gehouden, welke echter ten onrechte dien naam dragen, aangezien Veenendaal er ten eenenmale onschuldig aan is, behalve dat het er door de vele bijenhouders eene bijzondere belangstelling aan wijdt en het er, bij gunstigen wind, den rook zijner vele fabrieksschoorsteenen overheen laat gaan. De markten worden gehouden aan den Nieuwenweg (gemeente Renswoude) en aan „De Klomp" (gem. Ede).

Niet met juistheid bekend is, hoeveel jaren, misschien eeuwen, die markten reeds aan den Nieuwenweg gehouden zijn. Ver over de 100 jaren woont daar de familie Van Kessel, op wier terreinen dit jaarfeit plaats heeft. Destijds was De Klomp (nu spoorweg-station) nog vrijwel onbekend en ongelegen. Niet onwaarschijnlijk is het, dat de Nieuweweg als centrum tusschen Veluwe en Betuwe voor die markten gekozen is, omdat daar het meeste samentreffen plaats had tusschen de ijmkers van zand- en kleigrond bij het overbrengen hunner „volken" naar de boekweit- en heidevelden dezerzijds en de meerdere vruchtboomen aan gene zijde van den Rijn.

Deze rivier had in nog vroeger eeuwen een zijtak, niet onwaarschijnlijk loopende door het lage gedeelte, waar thans Veenendaal ligt, en zich verliezende in de verder gelegen woud-gronden, waarnaar Renswoude (Rijns-woude) nog heet, en dat vier eeuwen geleden al beteekenis had, aangezien het slot „Renswoude" reeds in 1536 door de Staten des lands erkend werd voor eene Ridderhofstad.

En even waarschijnlijk heeft de R.-K. kerk naast de woning (van ouds „herberg") van de familie Van Kessel haar ontstaan mede te danken aan het daar samentreffen van ijmkers, opdat zij tijdens hun verblijf aldaar er hun kerkelijke plichten zouden kunnen waarnemen.

Vergissen wij ons in deze historische ophalingen, welke wij opgespoord hebben, dan houden wij ons voor betere opgaven gaarne aanbevolen. Wij waren er niet zoo goed ooggetuigen van als de bijenmarkten van de laatste jaren, waarvan wij steeds korte verslagen en mededeelingen gegeven hebben.

Hadden deze markten veel vroeger een duur van acht dagen, tegenwoordig slechts twee. Dit jaar liepen zij in zekeren zin weer over acht dagen, aangezien er (zooals we gemeld hebben in 't vorige Zaterdagnummer) verleden week reeds aanvoer en handel was. Door den heer Hooykaas uit Zuylichem, waren toen 100 korven aangebracht, die verkocht werden à ƒ 3.25, jong en oud door elkander. Oorzaak daarvan was misschien, dat de aanvang der markten geen vasten tijd meer hebben. 't Zou dus goed kunnen zijn, om allen aanvoer meer te gelijk te hebben, dat daarvoor een vaste datum werd bepaald, en dan is - naar 't oordeel van ijmkers - daarvoor de meest geschikte dag de tweede Dinsdag in Juli.

Op beide dagen zijn wij naar de markten geweest. 't Was mooi en gunstig weer, zoodat er veel trek en leven zat in de menschen en in de beestjes, die 't de laatste dagen best „gedaan" hadden. Er zijn in 't geheel aangevoerd 1651 korven (geen enkele kast losse bouw). Staat dit cijfer onder dat van 1909, 1908 en 1907, respect. 1726 , 1697 en 1815, en wijst het dus schijnbaar op vermindering of achteruitgang, men vergete niet, dat het verleden jaar een slecht bijenjaar was, zoodat reeds verwacht was dat de aanvoer thans zich hoogstens tot een 1000-tal zou bepalen.

Vooral Dinsdag was er veel beweging en veel lust tot koopen. Aan het einde der markt was dan ook zoo goed als alles verkocht. Beweging ook onder de volken, want 's avonds vloog opeens alles uit en zette zich neer op de omstaande boomen en palen, die daardoor een vreemdsoortig uiterlijk en enormen omvang verkregen, 't Was een verschijnsel, dat zich een vorig jaar wel eens in 't klein voordeed, doch nu merkwaardig was, zelfs voor de meest ervaren ijmkers en bezoekers. Jammer, dat er thans geen „kiekjes-nemers" bij waren, die anders overal bij zijn; ze hadden bijzonder merkwaardige opnamen kunnen doen, gemakkelijker dan de ijmkers zelven, want hoeveel moeite dezen zich ook gaven om hun volkjes terug te krijgen, den meesten gelukte dit niet, zoodat zij verlies hadden, en daarentegen gemakkelijke winst die ijmkers, welke hun korven het dichtst bij hadden.

Ook den tweeden dag was er nog aanvoer en weer handel, nu meer gekocht werd door hen, die van 1 - 5 korven wenschten. Den eersten dag is er meer aankoop door de groot-handelaars. Zoo kocht de heer J. Pasman van Meppel, die reeds een 30-tal jaren deze markten bezocht heeft (en vóór hem zijn broeder reeds), en die den prijs behaalde als grootste kooper, den eersten dag een verzameling van 93 bijeenstaande korven, waarvan er 36 geheel vol waren, met een gemiddeld gewicht van 35 pond, tegen ƒ 5 per korf door elkaar. Deze waren aangevoerd door den heer van Rijnsbergen uit Enspijk. Het waren z.g. Normandische bijen, een gele, kleine, mooie bijensoort, die niet zwermlustig is; de moer houdt niet van de zwarte bijen, en daardoor kruist deze soort niet zoo heel gemakkelijk, waardoor zij mede groote waarde heeft.

Over 't geheel zijn de prijzen geloopen van ƒ 2.60 tot ƒ 5. Wij zagen koopers, die zéér ingenomen waren met een korf met jong volk, gekocht voor ƒ 2.90.
Zonder in meer bijzonderheden te treden, gelooven wij genoeg verteld te hebben om te doen zien, dat er veel animo en vertier was in het bijenkamp, dat zich als vijandelijk kamp tegenover iedereen doet kennen, zoodat het niet aan te raden is, er ongewapend (d.i. gekeuveld of gekoveld) heen te gaan. Al die menschen met de kovel over het hoofd door die straten van bijen-woningen te zien rondloopen, en enkele beginners of minder ervarenen zelfs te zien rondspringen, geeft zoo eenigszins de vertooning van een maskerade.

Tegen den afloop gisterenmiddag vereenigden zich de jury-leden (de heeren Burck van Veenendeel, J.J. van Woudenbere van Renswoude en De Gooijer van Geldersch-Veenendaal) om de bekroningen vast te stellen. Met hun werk gereed, gingen zij naar De Klomp, waar de voorzitter van de bijen-vereeniging „De Geldersche Vallei" zich bij hen aansloot. Dit is de heer W. van der Kaaij, van Geld. Veenendaal. Deze sprak daar een kort woord, waarmede hij inzenders, koopers, bezoekers en jury-leden dankte voor hun werk en hunne belangstelling, en waarop de heer Burck antwoordde en kende daarop de prijzen toe.

Deze waren:
1. voor de beste kast met volk en werk; niet toegekend;
2. voor de beste korf met volk en werk, de heer van Rijnsbergen uit Enspijk;
3. voor den mooist bevolkten stal met lossen bouw, niet toegekend;
4. voor den mooist bevolkten stal met vasten bouw, de heer A. Visser uit Bruchem;
5. voor de beste inzending imkersgereedschappen, niet toegekend;
6. voor de beste kast (leeg) en
7. voor de beste korf (leeg), niet toegekend;
8. voor den grootsten aanvoer, de heer D.J. den Otter uit Waardenburg;
9. voor den grootsten aankoop, de heer J. Pasman van Meppel (totaal 302).

De niet-toekenning van prijzen was wegens niet aangevoerd zijn van het gevraagde.
De prijs voor 1 zou zeker toegekend zijn aan den heer Van Rijnsbergen uit Enspijk, indien zijn boven vermelde verzameling van 93 korven allen gelijk waren geweest.
De op één na grootste aanvoerder was de heer Timmerman van Zeist.
De imker, die 't verst met zijn aanvoer gekomen was, was de heer Hooykaas van Zuylichem.

Thans heerscht op de marktterreinen weer de gewone landelijke rust.
Een volgend jaar hopen wij weer gelegenheid te hebben, eenige bijzonderheden van de „Veenendaalsche" bijenmarkten te kunnen mededeelen.

Uit „'t Nieuws voor Veenendaal".