Eenige opmerkingen naar aanleiding van het honigjaar 1910.
Hoe slecht ook de laatste jaren voor onze ijmkers zijn geweest, ze hielden moed en zie 1910 heeft dien moed schitterend beloond. Men herinnert zich niet ooit zulke vette honingjaren te hebben beleefd. Schier al de leden onzer afdeeling hebben hunne stallen aanmerkelijk uitgebreid en met hernieuwden ijver gaan ze 1911 tegemoet.
Vaste bouw is in onze streken nog altijd hoofdzaak. De leden onzer afd. beschikken ongeveer over een driehonderdtal opzetters en slechts over een tiental kasten. Toch bestaat er bij verscheidene leden veel neiging voor lossen bouw. Jammer maar, dat de kasten zoo duur zijn en men niet weet, welk systeem nu eigenlijk het meest aanbevelenswaardig is. Zou dit niet eens een punt van overweging kunnen uitmaken van het Hoofdbestuur met den Leeraar incluis: n.l. te trachten eene kast in den handel te brengen, doelmatig, eenvoudig en niet te duur. Op eene Algemeene Vergadering kan voor dit doel misschien dan eene commissie worden aangewezen.
Maar van nog meer urgentie moet m.i. worden geacht, dat de Algemeene Bond eens pogingen in 't werk stelde de afd. de behulpzame hand te bieden bij den verkoop van honig, want hiermede is het nog allertreurigst gesteld. De bakkers hier bepalen de markt. Wat zij believen te geven, moet in dank worden aangenomen. Er wordt niet meer ontvangen dan 16, hoogstens 17 cent per halve kilo, zeker een veel te geringe belooning voor de vele moeite en trouwe zorgen van den ijmker gedurende het gansche jaar.
Zou hier niet in de richting gewerkt kunnen worden van onze Boerenbonden, waar coöperatie bij in- en verkoop tegenwoordig de hoofdrol speelt. Zeer wel is het mogelijk, dat ik niet het noodige inzicht in dergelijke zaken heb en niet genoegzaam op de hoogte ben met eventueele bezwaren, daaraan verbonden. 't Is daarom dan van mij ook slechts een vraag en ik geef mijn meening gaarne voor eene betere. Ook weet ik maar al te zeer, dat het Hoofdbestuur, hoe actief ook, niet alles te gelijk kan doen, anders zou ik nog even willen vragen: „Worden er door genoemd Bestuur nog verdere pogingen bij de Regeering in 't werk gesteld ter verkrijging van invoerrechten op buitenlandschen honing?"
Doch genoeg, laten wij ons dankbaar toonen voor de zegenrijke werking van den Nederlandschen Bijenbond in 't algemeen en zijn eminent Bestuur in 't bijzonder. Het heeft reeds meermalen getoond wat te willen en ook wat te kunnen. Immers het Koninklijk Besluit van 1908, dat ons den accijnsvrijen suiker bracht en daardoor tevens een waarborg bood tot voortbestaan van 't ijmkerbedrijf, zal zeker met gulden letters in de analen van elken Bijenman blijven opgeteekend.
Nunen, A. GOUDSMITS.
Naar aanleiding van 't hierbovenstaande merkt de Red. op, dat er tengevolge van een vroeger genomen besluit der Algem. Verg. thans reeds zeer goede en niet te dure kasten in den handel zijn. Daarmede wil ik niet zeggen, dat reeds het hoogtepunt is bereikt. Wel is het zaak, dat onderzocht wordt wat het beste en geschiktste systeem is, al was het alleen maar hierom, dat de ijmkers weten, waaraan zich te houden. Was een vast systeem aangewezen, dan zou vanzelf door de concurrentie de prijs zoo laag mogelijk worden.
Wat het tweede gedeelte betreft, hiermede zijn we, zooals uit dit nummer en vroegere wel kan blijken, het geheel eens met den heer G. Er wordt niet voor de eerste keer op dit aambeeld geslagen; maar hoe vaker het gebeurt, hoe beter. Wij zouden echter den heer G. raden, met goed omschreven voorstellen bij het H.B. te komen. Het is zoo makkelijk aanwijzingen te geven, die worden er genoeg gedaan; men moest met bepaalde en goed overdachte ontwerpen voor den dag komen. Het Maandblad zou die gaarne ook plaatsen.