Verslag van de te Hilversum gehouden tentoonstelling van bijenteelt
op 31 Augustus, 1 en 2 September.

Door de afd. Utrecht der Vereeniging tot Bev. der Bijenteelt in Nederland werd in een harer vergaderingen besloten tot het houden eener tentoonstelling en wel te Hilversum, waar op de meeste landbouw-tentoonstellingen de afdeeling bijenteelt in een zijgebouw wordt opgeborgen, was het streven van die afdeeling om door eene nationale tentoonstelling speciaal aan bijenteelt gewijd, het publiek meer met de bijenteelt en hare producten, honig en was bekend te maken.

De tentoonstellings-commissie, bestaande uit de heeren J. v.d. Bovenkamp, als voorzitter, A. Laboyrie, Secretaris en verder de heeren R. Tukker, C. v. Houtrich en König mocht er in slagen door een vijftiental inschrijvingen het publiek een goed overzicht te geven van hetgeen door de bijen tot stand gebracht wordt.

Aan de vriendelijke uitnoodiging, gericht aan onzen sympathieken voorzitter, Baron G. de Grancy, om de tentoonstelling te komen openen, werd door dezen welwillend gevolg gegeven. Een woord van hartelijken dank voor deze welwillendheid moet ons hier nog even van het hart.

31 Augustus werd de tentoonstelling door Baron G. de Grancy geopend. Allereerst herinnerde deze aan het feit, dat de openingsdag van deze tentoonstelling samenviel met den verjaardag van H.M. onze zeer geliefde Vorstin, Koningin Wilhelmina. Verder vestigde spreker de aandacht er op, dat het houden van tentoonstellingen zoo nuttig werkt om den honig bij het publiek meer bekend te maken.

Toch dienden de tentoonstellingen anders ingericht te worden. Op de groote landbouw-tentoonstelling in 1913 te 's Gravenhage zou door het H.B. alles in het werk gesteld worden om op die tentoonstelling een voorbeeld te geven, hoe later te houden tentoonstellingen georganiseerd moesten worden. Verder wekte hij de afdeelingen op om krachtig te blijven werken, vooral met het oog op bovengenoemde tentoonstelling. Nadat door den heer v.d. Bovenkamp namens het bestuur der afd. Utrecht bedankt was, werd de tentoonstelling bezichtigd.

't Geheel zag er gezellig uit. Een van de inzendingen, die zeker het meest de aandacht trok, was die van den heer Brulleman te Baarn, die dan ook zoo gelukkig was drie eerste prijzen, twee tweede prijzen en een zilveren medaille voor de volledigste inzending op het gebied van bijenteelt, mee naar huis te kunnen nemen; een succes, dat o.i. ten volle verdiend was, zoowel de honig als de verpakking lieten niets te wenschen over. Vooral aan dat laatste n.l. de verpakking, moest door de meeste imkers nog meer attentie gewijd worden. Honig is tot op heden een luxe artikel en het publiek vraagt naast goeden honig nette verpakking. Daarmee hebben de imkers rekening te houden.

Een andere inzending, die ook zeer de aandacht trok, was die van Mej. F. Caspers te Baarn, die een mooie collectie boeken en platen te zien gaf. Deze behaalde behalve den eersten prijs voor deze boeken en platen, de zilveren medaille, uitgeloofd voor de schoonste etalage.
De heer v. Willegen te Goes vertegenwoordigde de provincie Zeeland, waardig door o.m. een twaalftal mooie secties in te zenden, waarmee hij een eersten prijs behaalde, terwijl de Coöper. Vereeniging „de Geldersche Vallei" te Bennekom een mooie partij slingerhonig in flacons en bussen inzond, benevens 4 wasbodems, waarvan er een met den eersten prijs bekroond werd. Verder waren er verscheidene inzendingen, waaronder die van den heer v.d. Kappel te Baarn, welke etalage er ook keurig uitzag.

Ter opluistering zond de heer C. van Houtrich te Hilversum eene collectie vlinders en insecten, die ook zeer de aandacht van het publiek trokken.
De heer Tukker uit Hilversum, die als lid der tentoonstellings-commissie niet ter mededinging naar de uitgeloofde prijzen kon inzenden, zond een collectie boeken, raathonig, wasbodems, secties honig en flacons, gereedschappen en honigslinger in.

We zijn er van overtuigd, dat de afd. Utrecht door het organiseeren dezer tentoonstelling een steentje heeft bijgedragen om de bijenteelt in hare provincie wat meer bekend te maken.