November.
Wat de bijen in deze maand behoeven, kan men samenvatten onder het woord rust. Alle rustverstoring moet worden geweerd, tenzij deze veroorzaakt wordt door zonnewarmte, waardoor de bijen uit kast en korf worden gelokt. Na November komen immers December en Januari, wanneer de bijen vaak weken aaneen opgesloten worden gehouden, omdat ze individueel, iedere bij voor zich zelve, geen weerstandsvermogen bezitten tegen lage temperatuur. Zij kunnen dan alleen slechts bestaan door de gemeenschap, zooals trouwens het heele zijn van de bijen is.
Wanneer de ijmker er nu voor gezorgd heeft, dat het volk een jonge vruchtbare koningin heeft, met een voorraad van ruim 10 K.G. honig of suiker en bovendien het noodige stuifmeel (brood), en, zoo dit in een kast is, op een beperkt aantal raampjes met een flinke bevolking, waaronder vooral veel jonge bijen en dat alles gehuisvest in een goede woning, dan is de toestand, zooals men die kan wenschen.
Wanneer thans aan een en ander nog iets ontbreekt, zal het moeilijk zijn nog verbetering aan te brengen, tenzij het aan iets uitwendigs is gelegen, en dit kan zijn, doordat te weinig beschutting is aangebracht.
Allerlei kan hier dienst doen, zakken, stroo, papier, heideplaggen enz. De woningen moeten gevrijwaard wezen tegen regenslag en later tegen sneeuwbuien, waartegen men beschermen kan met matten en luiken.
Sommigen brengen tegen den winter hun bijen in kelders of begraven ze in den grond. Voor ons klimaat is dat niet noodig. Dit is iets voor streken met een vastlandsch klimaat, waar warme zomers door koude winters worden gevolgd, zooals dit in Rusland en in sommige streken van Amerika het geval is. Overigens, als de bewaarplaats niet te warm is en de rust der bijen wordt niet gestoord, is deze bewaring in de practijk gebleken zeer goed mogelijk te zijn.
Behalve tegen stoornis, is een hoofdvereischte van goede bewaring, het bewaren voor vochtigheid. Indien water kan doordringen in de woning, zullen de raten, die niet door de bijen zijn bezet, zeker met de penseelschimmel worden bedekt. Vooral zal dus hiervoor gevaar bestaan, indien aan de bijen te veel ruimte is gelaten, of wanneer het werk niet voldoende is ingekort.
De vlieggaten mogen niet groot gelaten worden, anders zullen deze openingen kunnen dienen om een muizenpaar binnen te laten. De koude en het gebrek scherpen het instinct der muizen, daardoor gedreven dringen zij de voorraadschuren binnen en schromen zelfs niet zich een weg te banen dwars door den wand der korven.
Deze maand geeft nog geschikte dagen om de bijen te verplaatsen.
De opbrengst is dit jaar wel zoo geweest, dat men er nu eens aan kan denken om noodige herstellingen aan den stand aan te brengen of zelfs een nieuwe te maken; aan uitbreiding kan worden gedacht.
Ook komt nu de tijd der lange avonden en deze kunnen gebruikt worden tot het maken van nieuwe woningen. Het noodige materiaal kan gezamenlijk worden aangekocht, waardoor nog wat kan worden uitgespaard. Wie een goed vlechter is, kan zich toeleggen op 't vlechten van kasten, dit moet dan geschieden om mallen, zooals dit vroeger in het Maandblad is beschreven en duidelijk gemaakt door plaatjes. Behalve goed vlechter moet men hiervoor met de inrichting van kasten op de hoogte zijn. Hoofdzaak is dat in de kast nergens ruimten overschieten, die grooter of kleiner zijn dan l c.M. Grootere ruimten worden bij dracht van eenig aanbelang met raat volgebouwd en de kleine ruimten worden met voorwas of propolis verkit; dan moeten de raampjes zuiver loodrecht naar beneden hangen.
Wil men een model, dat uitmunt door zuiverheid van afwerking, dan schaffe men zich een Simplex aan. Bij het maken van korven en kasten moet men rekening houden met het gemakkelijk voeren in den herfst, want de suikervoedering voor den wintervoorraad moet een van de uitgangspunten worden, waarop de bijenteelt in ons land is gebaseerd. Daarom een spongat in den kop aangebracht, waardoor de voedering op zijn best en gemakkelijkst kan plaats hebben.
De winteravonden kunnen ook dienen om iets over bijenteelt te lezen, waardoor men tot nadenken over het ijmkeren wordt gebracht; er bestaan hiervoor verschillende werkjes, die reeds meermalen in het Maandschrift werden genoemd; bovendien is er een bibliotheek beheerd door den heer Van Giersbergen te Wageningen, waarvan men tegen betaling der verzendkosten vrijelijk kan gebruik maken.
Dan zijn er nog de bijeenkomsten der afdeelingen. Laat men in den winter toch een paar malen samenkomen om de belangen der ijmkerij te bespreken. Er moet nog zooveel gebeuren voor dat het goed is; de drang komt echter te veel van boven af. De ijmkers moesten niet aangevuurd behoeven te worden, maar kracht, meer kracht moet er uitgaan van de afdeelingen. Daarom vergadert, blijft niet thuis, bespreekt uwe belangen en brengt ze ter plaatse, waar het behoort.
Wie wasaarde heeft, d.i. wat overblijft van de raten na de uitsmelting ervan tot was, kan hiervoor nog een klein bedrag bedingen door deze te verkoopen aan de Nederlandsche wasindustrie te Breda.
H. Stienstra.